Wouter Gelderblom

19 jaar - tweetalig vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Wouter Gelderblom (19 jaar)

? stemmen

0034837497

Ik hoorde een stem. Maar gek genoeg kwam die niet van de telefoon. Ik keek om me heen. Wat was dat? Waar kwam die stem vandaan? Het leek niet echt op de stem van een mens. Nee. Het was iets anders. Een robot of een machine. Ik wist het nog niet zo goed. De stem zei luid: “Je bent in verboden gebied.” Ik schrok en dacht: “Ik weet zelf niet eens waar ik ben, laat staan dat ik in verboden gebied ben.” Ik riep hard terug naar de stem: “Sorry, kan je me eruit halen. Graag naar de Johanneslaan in Almelo.” Maar er gebeurde niets. Of toch? Ik kreeg aan de hemel boven mijn hoofd een supergrote plattegrond geprojecteerd. Ik schrok. De stem ging luidruchtig verder. “We hebben in dit gebied schalsen neergezet.” Ik dacht bij mezelf: “Wie is ‘we’? Welk ‘gebied’? En waar komt die stem nou vandaan?!” Ik wist het niet meer. Ik ging maar liggen in het hoge, zachte gras aan de rand van de weg. Ik keek nog eens in mijn rugzak en vond nog een kompas, een passer en een kladboekje. Toen ik net zo lekker lag en wilde gaan slapen, werden er ineens allemaal felle lichtjes geprojecteerd. Ik zag een klein rood rondje. Wie is dat? Wat is dat? Maar ten noorden van de stip waren er grote, blauwe vierkantjes en iets daarachter was er een soort poort. De stem was er weer en het zei: “Die blauwe vierkantjes zijn de schalsen.” Ik keek naar de blauwe vierkantjes. Langzaam maar zeker verplaatsten ze zichzelf over het scherm. Het rode rondje ben jij. Ik zag mezelf helemaal aan de andere kant staan van het grote scherm. De stem ging verder. “Je staat onder de sanctie genaamd “0034837497”. Dat is levend uitputten. De schalsen zullen jou wel te pakken krijgen. Er is één uitgang. De uitgang bevindt zich aan de andere zijde van deze arena. Dit is de poort van de schalsen. Het is ooit één iemand gelukt om uit deze arena te komen. Dat was generaal George. Hij heeft er zelf voor gekozen. Hij wilde zichzelf trainen, maar toen hij door de poort was overleed hij al snel. Door al zijn verwondingen bloedde hij dood. Hij hoefde alleen nog maar de trap op. Maar dat kon hij niet meer aan.”
Nadat ik het lange verhaal van de stem had gehoord, zag ik nog een rood rondje. Daar had de stem toch niks over uitgelegd? Of wel? Nee, ik weet het vrij zeker. Dit is iets heel anders. Het rode rondje is redelijk dichtbij. Ik hoorde iets. Iets gniffelen. Eerst dacht ik aan een konijn of een muis. Ik raakte in paniek want ik zag dat het rode rondje nu bijna op dezelfde plek als mijn rondje was. Het figuur zou binnen een straal van 10 meter moeten zijn… Ik pakte mijn rugzak en probeerde weg te rennen. Maar daar zag ik iets. Wat was dat? Wat zou het doen? En waar gaat het heen? Ergens achter me hoorde ik iemand roepen: “Verassing!!” Dolgelukkig rende hij op me af. Ik was in paniek. Zou dat een schals zijn? Ik kon niet meer denken van angst. Wat moest ik doen?! Ik pakte mijn tas een rende weg. De man probeerde me nog bij te houden, maar ik was te snel. Ik rende zo ver, tot ik de man niet meer kon zien. Die avond drong het pas tot me door. Zou ik ooit nog thuis komen? Zou ik papa en mama, Esther, mijn zus, en Epke, de vogel, ooit nog zien. Maar wie ben ik zelf nou? Ben ik er nog of niet? Ik raakte in de knoop met mijn eigen gedachtes. Zou ik een mythe zijn, en zouden mijn ouders me eigenlijk niet meer herkennen? Of waren mijn ouders nu heel ongerust, bezorgd en aan het zoeken? Maar de grootste vraag was: zou ik ze ooit nog terug zien?
Dagen verstreken. Ik at planten en bessen. Dronk van de beekjes. Voelde me eenzaam, achtergelaten, misbruikt. Later kwam ik er achter dat ik me telefoon nog had. Maar daar had ik ook niet veel aan. Geen bereik. Dat had de stem vast ook uitgeschakeld. Omdat ik al dagen niks deed, bedacht ik me eens aan die telefoon te gaan prutsen. Samen met mijn passer, wat takken en blaadjes heb ik er een paar gave armbanden van gemaakt. IJzer en groen zijn helemaal in de mode, geloof ik. Maar daar heb ik ook niet veel aan. Ik besloot maar te gaan lopen. Lopen, maar waarheen eigenlijk? Ik dwaalde af over de open weide die overal om me heen was. Maar plots bedacht ik dat de schalsen achter me aan zouden kunnen komen. Ik keek omhoog en zag dat vier schalsen steeds dichter bij mijn stipje aan de hemel kwamen. Ik kwam op het idee om wapens te gaan maken. Ik wist immers niet hoe de schalsen eruit zouden zien. Toen ik een grot had gevonden, begon ik in wat stenen te snijden met andere stenen die ik had gevonden. Ik had een paar bijlen en zwaarden gemaakt. De hele nacht had ik doorgewerkt. Nu de schalsen echt heel dicht bij waren, begon de spanning toch echt op te lopen. Met een hart vol angst liep ik de grot uit. Ik dacht dat ik klaar zou zijn voor een aanval van de schalsen, maar aan één ding had ik niet gedacht…
Ik hoorde een snik. Wie zou dat zijn? Ik raakte weer in paniek. Voetstappen kwamen mijn kant op en twee donkere ogen keken mij aan. Het was die gek die me probeerde aan te vallen. Maar hij bleef rustig. “Ik zit hier. Ik ben bang. Jij hebt een geur verspreid. De schalsen weten nu waar we zijn. We moeten samen werken.” Ze hoorden een brul, en de grot stortte in. Ze konden net vluchten, maar de bijlen en zwaarden lagen onder het puin. Ze zagen een schals. Samen begonnen ze aan een onmogelijke missie…

Ontwerp door Willem Verweijen