JunJun L.

21 jaar - VWO

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

JunJun L. (21 jaar)

? stemmen

Antwoord op een vraag die ik niet zocht

Ik liep de trap op, toen plots mijn mobiel afging. Het was Maria, ze klonk vanstreek: ” Waarom stond je onder de viaduct te roken? Wat heeft dit in vredesnaam te betekenen? Je kunt dit niet zomaar doen, en dat weet je donders goed! ” Geloof me Maria is echt een schatje, maar ze maakt altijd van het kleinste dingen zo’n groot probleem.

Mijn mond viel open van verbazing: “Maria chill, je hebt het je zeker verbeeld. Ik was net nog op school, degene die je net zag was ik niet. Het is niet zo dat er twee van mij zijn.”

“En kun je dat bewijzen? Je had toch geld nodig voor dat nieuwe mobieltje?”

“Ja dag hoor, Maria ik heb hier geen tijd voor ik moet nog een verslag inleveren over het paringsritueel van een Mexicaanse kever.”

Ik hang snel op voor ze nog andere vragen kan stellen. De rest van de middag denk ik aan wat mijn beste vriendin zei. Ze kan soms wel hysterisch doen, maar liegen doet ze niet. Wat nou als iedereen mij er echt van verdenkt?

“Wat hoor ik nou Sophie? De politie kwam vanmorgen aan de deur en zei dat getuigen jou een oma zien hadden beroven. Ik schrok me dood.” Zo woedend had ik mijn stiefmoeder nog nooit gehoord. Waar slaat dit op. Eerst beschuldigt Maria me van dingen die ik niet heb gedaan en nu mijn stiefmoeder.

“Mam, ik heb niks gedaan, geloof me nou maar.”

“Nee, zo makkelijk kom je er niet vanaf jongedame, Ze lieten mij camerabeelden zien, en het was duidelijk dat jij het was, zonder enige twijfel.”

Ongelofelijk dat zelfs mijn moeder me niet gelooft.

De dag erna ga ik na school stiekem naar het dichtsbijzijnde parkje om te picknicken net als in de brugklas. Naast het meer, waar alle eenden rond zwemmen.

Niemand praat tegen me op school, alsof ik de ergste misdaad van de eeuw heb gepleegd. Waarom zouden ze me negeren terwijl ik het niet was? Vraag ik mezelf af terwijl ik een boterham in m’n mond prop. Man, die roddels verspreiden zich snel, ze weten niet eens zeker of ik het was, beelden zeggen niks.

Terwijl ik naar de andere kant van het meer loop, waar elke zaterdag de markt staat, kijk ik rond. De lucht wordt grijs, het duurt niet lang voor het gaat regenen.

Mijn gedachtes dwalen af. Ik voel opeens een tas in mijn gezicht, en valt op de grond. Ik hoor een knal alsof er glas in de tas zat.

” Oh, pardon.” zeg ik en loop snel door. Een man kijkt boos aan.

Ik loop van het plein af. Er staat een menigte om een rood lint heen. In de verte hoor ik politiesirenes. Ik loop er langzaam naartoe, een eigenaardig gevoel bekruipt me. Midden in de menigte staat een totelosse auto. Er komt rook uit de motorkap. De raam met een grote barst, en de kap besmeurd met bloed dat naar beneden sijpelt. Ik zie een lichaam dat wordt ingeladen door de hulpverleners. Haar gezicht bedekt met schammen en bloed. Het leek wel of ik haar eerder had gezien. Ik loop met een vreemd gevoel in mijn maag snel naar huis. Er klopt iets niet.

Ik hang mijn jas op en hoor mijn vader praten. Hij klinkt bezorgd.

“ Hoe bedoel je weggerend voor de politie? Wat? Nee dat kan niet.”De rest kan ik niet horen. Volgens mij hangt hij op, en voorzichtig loop ik de kamer in.

“Waar bleef je nou? Je was allang uit.”vraagt mijn vader. Ik zie zijn opgezwollen ogen.

‘Ik…uhm… Pap je raad nooit wat ik net heb gezien.” zeg ik snel hopend dat hij niet boos wordt.

“Ik weet ervan.”

“Wat weet je? Wie was dat aan de telefoon?“

“Dat was je moeder.”

Ik hoor een diepe zucht: ”Sophie luister, ik had je dit veel eerder moeten vertellen.” Even stop hij met praten. Ik zie dat hij moeite heeft om de juiste woorden te vinden. Ik kijk hem vol spanning aan. Zo nerveus heb ik hem nog nooit gezien.

”Okay luister lang geleden toen ik nog samen was met jouw echte moeder kregen we ruzie. We hadden allebei een andere kijk op het leven, en dat zorgde soms voor fikse ruzies. We besloten om uitelkaar te gaan. Ik nam jou mee en jouw moeder nam jouw zus mee. Jouw moeder ging het slechte pad op, omdat ze mij niet meer had. Net als jouw zus. We bestolen om niks te vertellen tot jullie er klaar voor waren. Begrijp me niet verkeerd maar dit leek het beste voor jullie allebei.”

“Maar wat heeft dit te maken met die diefstal,”zeg ik verwarrd, ik kan nauwelijks opvatten ik net hoor.

“Het was niet zomaar een zus, het was je tweelingzus.”

Ontwerp door Willem Verweijen