Djim Vromen

19 jaar - havo

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Djim Vromen (19 jaar)

? stemmen

CANDYLAND

CANDYLAND
Ik deed mijn ogen open en keek om me heen. Ik wist niet waar ik was. Alles was van snoep gemaakt. Ik liep naar een boom. De stam was gemaakt van een reuze zuurstok en de bladeren waren geen gewone bladeren , maar waren gemaakt van suikerspin. Ik klom in de boom en nam een hap van de boom. Toen kwamen er ineens allemaal kleine mensjes. Ze overvielen me en omsingelden me. Toen ik ze van dichterbij kon zien, zag ik dat ze een zuurstokken harnas en een puntige lange zuurstok als wapen hadden. Ze zeiden: “ Wij zijn Oempa Loempa’s en dit is ons land Toen kwam er een Oempa Loempa met een kroon op naar me toe. Hij zei: ’’Hoe heet je en wat kom je hier doen?” Het zweet liep over mijn rug. Ik antwoordde met een angstige stem: ‘’ Ik? Ik heet ……’’ “ZEG GEWOON HOE JE HEET!!!” , zei de Oempa Loempa met de kroon op zijn hoofd. Ik zei met nog steeds een angstige stem: ‘’ Ik heet Sjak.’’ De Oempa Loempa met de kroon zei tegen me: ‘’Waar kom je vandaan?’’ Ik zei dat ik niet wist hoe ik hier kwam. De Oempa Loempa geloofde me niet en zei tegen de andere Oempa Loempa’s: ‘’Neem hem mee.’’ Ze stopten me in een zak met een klein gaatje erin zodat ik kon ademen en voor me uit kon kijken. Na een lange tijd rijden zag ik een grote muur. De muur was helemaal gemaakt van snoep. Op de muren zag ik meer Oempa Loempa’s staan. En ook zag ik een hele grote deur waar boven stond CANDYLAND. De deuren gingen open en de Oempa Loempa’s haalden me uit de zak en brachten me naar een soort gevangenis van snoep. Ik zag allemaal ongure types. Ik werd weer heel bang en hoopte dat ik mijn cel niet moest delen met iemand anders. We stopten bij cel nummer 13. Gelukkig zat er niemand in de cel. Ik werd in de cel gezet en kreeg een zuurstok en wat limonade. Ik was erg moe van wat er vandaag was gebeurd en ging slapen.
De volgende ochtend werd ik wakker gemaakt door een bewaker. De bewaker zei: ’’De koning wil je spreken.” Ik stond op en de bewaker bracht me naar een grote deur. Hij zei: ’’Wacht hier, je wordt zo binnengelaten.” Ik wachtte en hoorde de koning praten over een hele grote spin die van suiker gemaakt was en dat die spin de handelsweg blokkeerde. De koning zei: ‘’Nog even en we gaan allemaal dood van de honger.’’ Op dat moment kwam de bewaker terug en klopte op de deur. Een andere bewaker deed open en liet ons binnen. Ik stond recht voor de koning en het zweet liep me over de rug. De koning zei: ’’Hoe heet je en wat kom je hier doen? Ik zei: “Ik heet Sjak en ik weet niet hoe ik hier kom, ik werd wakker en ineens was ik hier.’’ De koning zei: ‘’ Je liegt. Gooi hem in de kerker dat zal hem leren.” Ik schreeuwde uit wanhoop: ‘’ Nee! Ik zal de spin verslaan.’’ De koning zei: ‘’ Hoe weet jij dat van die spin?’’ Ik hoorde jullie praten toen ik voor de deur stond. De koning keek bedenkelijk en zei: ‘’ Oké jij mag tegen de spin vechten en als je wint benoem ik je tot koning.’’ Ik zei:’’ Oké ,maar ik heb geen wapens.’’ De koning zei:’’ Geef hem wapens en zadel het beste paard.’’ Vijf minuten later had ik een heel harnas aan en zat ik op het paard. Ik reed weg naar de spin. Ik moest uren reizen. Gelukkig had de koning me een kaart mee gegeven. Ik had al twaalf uur gereisd en besloot even te gaan rusten. Ik liet het paard stoppen en koos een beschutte plek om rustig te liggen. Ik at een van de vele zuurstokken die ik mee had gekregen en ik dronk wat limonade en ging ik slapen. De volgende ochtend werd ik wakker, pakte mijn spullen en liep naar mijn paard. Ik keek om me heen, maar mijn paard was nergens te bekennen. Ik dacht: ’’Dan moet ik maar lopen.’’ Ik liep en liep en uiteindelijk zag ik een grot in een hele grote berg en voor die grot lag een geiser met kokend heet water. Ik keek op de kaart en zag dat de spin daar woonde. Ik pakte mijn zwaard en klom naar boven. Toen ik boven was liep ik voorzichtig de grot in. Het zweet liep me over mijn rug. En toen zag ik het. Het had veel haren en was helemaal van suiker gemaakt. Ik trilde helemaal. De spin hoorde dat en draaide zich om. Ik keek hem recht in zijn ogen. Ik sloeg op een van de acht poten. Toen stond ik recht tegenover hem, ik had geen wapen. Toen dacht ik aan de geiser die achter me was. Ik zei tegen de spin: ’’Probeer me dan te vermoorden.” De spin sprong meteen naar me toe. Ik sprong snel voor hem weg en hij belandde in de geiser. Ik liep naar beneden en ik zag helemaal niks meer. De spin was volledig opgezogen door het water. Ik pakte de spullen die ik nog over had en begon aan de weg terug. Ik had geen paard meer en moest twee dagen lopen. Na de twee dagen stond ik voor de deur van het kasteel. Ik klopte op de deur en de bewaker deed open. Toen hij me zag schreeuwde hij blij: “ Hij is terug en heeft de spin verslagen.’’ Ik werd door twee bewakers naar een kamer gebracht en ik ging slapen. De volgende dag werd ik wakker trok mijn kleren aan en liep naar de troon van de koning. Iedereen uit het hele kasteel was er. Ik ging voor de troon staan en werd gekroond tot koning. En iedereen uit het hele kasteel snoepte nog lang en gelukkig.

Ontwerp door Willem Verweijen