Cees van den Boom

24 jaar - vwo tto

80
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Cees van den Boom (24 jaar)

? stemmen

De Noord Aa

Freddy staat en kijkt naar zijn tenen die zich al kronkelend naar het water begeven. Het gaat eigenlijk allemaal vanzelf; de draai, het verlies van evenwicht gevolgd door een doffe plons en een ‘kut..au!’ als blijkt dat zijn kont sneller de bodem vindt dan verwacht. Hij staat weer op en zet zich vervolgens af tegen de geplaveide ondergrond. Hij begint te spartelen maar langzamerhand synchroniseren z’n bewegingen.
Hij zwemt rugwaarts en kan zo de waterkant in de gaten houden, alwaar twee oude vrouwen op fietsen langs sjokken. Hij dempt het geluid van z’n slagen want hij wilt onontdekt blijven. De vrouwen zouden denken dat hij verdrinkt, of zich gaat verdrinken. Hij verklaard de twee voor gek om onder de erbarmelijke weersomstandigheden van een februari-ochtend te gaan recreëren op een fiets. Zelf ligt hij onder eenzelfde omstandigheden in een meer, maar niet ter recreatie. Wat hij hier op deze donkere ochtend doet is uit pure noodzaak.

Freddy zit en voelt aan z’n kletsnatte shirt. Minuten eerder werd hij wakker, badend in het zweet. Hij duwt zich op van z’n matras en loopt naar z’n computer die z’n afspeellijst op Spotify de hele nacht heeft gespeeld. Inmiddels zit Jimmy Page middenin een solo die al op dit uur van de dag Freddy’ s haren overeind doen staan. Hij zet de muziek uit, gaat weer op de rand van z’n bed zitten en trekt z’n shirt uit. Hij zit met een probleem en heeft een idee. Z’n probleem is douchen, aankleden, ontbijten, tandenpoetsen, fietsen, lezen, luisteren, fietsen, eten, rukken, slapen en dat al deze zaken van de dag hem geen steek verder zullen helpen. Zo’n dagelijks ritueel maakt hem nog geen ausdauer of natuurtalent, maar slechts een jonge jan modaal met krullen.
Hij ziet zichzelf als een celebrity in het lichaam van een jochie dat wordt beperkt door z’n hedonistische instelling en ontoereikende genenpakket. Geboren in het verkeerde lichaam, of wellicht gewoon verwaand en hooghartig. Hoe dan ook, hij is ontevreden over de dingen zoals ze zijn. Hij wil eindelijk vooruit na jaren geleefd te hebben als een nobody, geen meisje en weinig vrienden, slechte cijfers en sporadisch contact met z’n medebewoners/familie. De afgelopen jaren bracht hij door in stilstand.
Z’n idee zal hem helpen om z’n leven weer in motie te zetten. Hij heeft slecht een vonkje nodig. Hij kijkt naar buiten en ziet door de mist het meer. Zijn doel is simpel, versla de ochtend en versla de kou. Een meer overzwemmen in hartje winter op de vroege ochtend zal toch wel volstaan. Hij kijkt naar de klok, 7 uur 6. Aankleden, door de voordeur en rennen naar de arena waar hij z’n strijd zal leveren.

Freddy ligt en kijkt naar het laagje water boven zijn buik. Hij is nu ongeveer op twee derde van de afstand. Hij ziet het hoopje kleren aan de overkant niet meer liggen, waarschijnlijk omdat hij nogal is afgeweken naar rechts. Hij wordt met de meter enthousiaster en het voelt alsof hij er al zowat is. Hij moet echter nog zeker een kwartier ploeteren. Hij houd al zwemmend z’n hoofd zover mogelijk naar achter, zodat z’n oren net onder water zijn. Hij hoort het suizen van z’n eigen bloedstroom en voelt z’n krullen kronkelen. Hij hoort een mantra in z’n hoofd die hem herhaaldelijk een onnavolgbare maar bemoedigende zin toefluistert.
Dan schrikt hij plots op van een spat in z’n oog. Hij gaat verticaal en kijkt om zich heen, vindt snel de dichtstbijzijnde waterkant en wordt met stomheid geslagen. Aan de oever staan tientallen mensen, misschien wel honderd. Ze schreeuwen naar hem. Freddy kan hun blikken van deze afstand niet lezen maar een plotselinge ‘Joe-hoe’ bevestigt de sfeer. Ze juichen en joelen en wijzen en zwaaien. Hij moet nog maar een minuut of drie. Hij begint te krollen en slaat wild met z’n armen terwijl hij al happend naar lucht de menigte beaamt. Hij gaat hard en voelt zich vooruitsnellen. Hij is onderweg naar het begin van iets nieuws. De waterkant is niet ver meer en hij ziet de mensen nu duidelijk. Hij herkent alleen z’n oma en haar hond, de rest is hem vreemd. Ze zingen maar Freddy stopt niet om te luisteren. Hij vangt wat woorden op die hij langzaam kan plaatsen in een zin. Deze blijft zich herhalen, als een mantra in z’n hoofd.

Je bent er zo, blijf nog even liggen op de bodem
van de Noord Aa.

Ontwerp door Willem Verweijen