Daniëlle Stolk

21 jaar - Gymnasium

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Daniëlle Stolk (21 jaar)

? stemmen

De zwaaiende man die eenzaam was

Zoals elke dag fiets ik vandaag weer langs het oude huis, op weg naar school. Ik heb er totaal geen zin in. We hebben wel 3 toetsen! Toch verschijnt er een glimlach op mijn gezicht wanneer een vreemde man naar me zwaait. “Zal ik terugzwaaien?” vroeg ik mezelf af, maar toen ik besloot toch te zwaaien, was ik de man al voorbij gefietst. Zo ging dat elke morgen. Ik denk de weg vanaf het oude huis naar school nog aan de man. Hij was niet knap, niet goed gekleed, niet goed verzorgd in het algemeen, maar toch dacht ik aan hem. Hij zal wel zeventig jaar oud zijn, maar dat neemt niet weg dat het mijn dag tien keer beter maakt als hij ’s morgens naar me zwaait.
Ik schaam me er stiekem wel voor dat ik nog nooit naar de man heb teruggezwaaid en nog nooit een woord met hem heb uitgewisseld. Ik glimlach wel, maar dat is anders. Vandaag was ik van plan terug te zwaaien en misschien wel “Goedemorgen” te zeggen. Maar gek genoeg was dit, in de drie maanden dat hij naar me zwaait, de eerste dag dat hij er niet was. Hij stond niet in de deuropening. Hij had geen boodschappentas in zijn rechterhand. Hij was niet aan het klungelen met de sleutel van de voordeur. Hij was er niet.
Ik heb me die dag heel naar gevoeld. Ik dacht dat de man was verhuisd of misschien wel overleden, hij was namelijk de jongste niet meer. En als de man overleden was, zou ik niet naar zijn begrafenis kunnen. En zijn naam niet in de krant kunnen lezen, want ik wist zijn naam niet. Ik vond het erg jammer dat hij er niet was maar misschien was hij er morgen weer. En gelukkig was dat zo. De volgende morgen zwaaide ik zelfs naar hem. Mijn dag kan niet meer stuk, dacht ik toen ik op school was aangekomen. Zou de man ook eens aan mij denken? Aan het meisje waar hij elke dag naar zwaait, zou hij toch wel denken? Want wat heeft een eenzame man anders te doen? Ik dacht altijd dat hij eenzaam was, een vrouw heb ik namelijk nog nooit bij het huis gezien. Ik had medelijden met hem. Ik wilde een keer met hem praten. En een keer vragen waarom hij er 4 februari niet was. Maar dat zou hij raar vinden, dan kom ik over als een stalker of zoiets. Toch wilde ik een keer met hem praten.
Ik heb er een maand lang al mijn moed voor bij elkaar geraapt. 4 maart was ik extra vroeg van huis vertrokken. Ik zag het huis al in de verte en twijfelde nog even, maar ik moest en zou de man spreken. Ik stopte voor het huis en zoals ik al verwachtte zag ik hem niet. Logisch, want om 08:12 gaat hij de boodschappen pas doen. Elke dag.. Ik zie nu pas in hoe vreemd het eigenlijk is, dat de man elke ochtend boodschappen gaat doen. Dat is ook iets wat ik hem kan vragen. Ik bel aan. Ik hoorde de bel niet maar ik zag een figuur verschijnen door het wazige glas van de voordeur. Hij deed open.
“Wat ben je vroeg” zegt hij. Ik grinnikte en zei: “Weet ik, ik ben Daniëlle”. “Goedemorgen Daniëlle” zei de man. “Ik weet dat het wat ongepast is om te vragen, maar wie bent u? Waar gaat u elke ochtend heen? Weet u wel dat ik het super vind, dat u elke dag zwaait?”. Hij onderbreekt me: “Rustig kindje, ik ben Jacques. Ik vraag me ook het een en het ander af.” “Wat dan, meneer?”. Jacques glimlacht, “Noem me maar gewoon Jacques, ik vroeg me af wat jij van me vindt. Ik ben maar een eenzame en oude man. Jij maakt mijn dagen ook super. Je weet het misschien niet, maar jij was mijn troost, toen mijn vrouw overleed.” Ik dacht aan 4 februari. “Wat leuk om te horen! Ik bedoel.. fijn dat ik uw steun kon zijn.” “Ik mis haar heel erg, ze woonde in het hospice iets verderop. Ik ging er elke dag tijdens het bezoekuur heen.” “Waarom gaat u dan elke morgen weer op pad met uw boodschappentas, als uw vrouw er niet meer is?” “Ik ga nog elke morgen één bloem kopen, haar lievelingsbloem en breng die naar haar graf.” Ik zie dat Jacques emotioneel wordt. “Wat lief van u. Wat was haar lievelingsbloem?” “Een roos, want ze heette Margriet en die naam vond ze stom.” zegt hij met een glimlach. Ik zie aan hem hoeveel herinneringen hij aan haar heeft. Ik vroeg me af of ik ooit zo iemand zou vinden. Iemand waarvan ik zoveel houd als Jacques van Margriet.
Via de groep chat zei een klasgenoot dat we het eerste uur uitval hebben. Ik had nog genoeg tijd om met Jacques te praten. Maar om 08:11 pakt hij zijn boodschappentas. Nog voordat ik kon zeggen dat het voor mij tijd was om te gaan, vroeg Jacques of ik meeging. En natuurlijk stemde ik daar mee in.
Ik mocht toen we bij ‘Chantals bloemenstal’ waren, de mooiste roos uitkiezen die er was. Ik koos voor een roze roos. We gingen daarna samen met de bus naar het graf. Ik stopte de roos in de grote vaas met miljoenen rozen, ze waren er in alle kleuren en maten. Ik stond naast Jacques en voelde me verdrietig. Ik had medelijden met hem, hij was de liefde van zijn leven verloren. Ik keek naar hem. Tot mijn verbazing straalde hij. Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien. Ik durfde hem niet te vragen waarom. Toch zag hij het aan mijn gezicht en zei uit zichzelf: “Dit komt door jou.”

Ontwerp door Willem Verweijen