Eva van den Braak

21 jaar - Havo

50
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Eva van den Braak (21 jaar)

? stemmen

Een nieuw begin

Oktober 2014.
‘Doei Charlotte’ roept iemand achter me. Ik zeg vaag gedag en loop door, richting het park. Zoekend kijk ik om me heen welke kant ik op moet. Ik kom net terug van hockeytraining, dit was pas de derde keer. Omdat mijn moeder hier in Amsterdam een betere baan kon krijgen zijn we 6 maanden geleden verhuisd van Maastricht naar Amsterdam. Dat is erg wennen maar het gaat de goede kant op. Mijn vader ken ik niet, hij heeft mijn moeder en mij achtergelaten toen ik één was, en ik heb geen contact meer met hem. Maar ik ben dus Charlotte Verkooij en ik ben vijftien jaar.
Ondertussen loop ik aan het einde van het Vondelpark, ik zie mijn nieuwe huis al liggen. Nog een straat en dan ben ik thuis. Als ik bijna bij het zebrapad ben zie ik iets liggen. Ik kijk om me heen maar zie niemand, ik ben alleen. Ik loop naar de bosjes toe en zodra ik zie wat daar ligt schrik ik me helemaal kapot. Twee doffe ogen staren me aan. Twee dode ogen staren mij aan. Het hoofd is al helemaal blauw geworden van ontbinding. Het duurt even voordat ik de persoon herken. Lang kan ik er niet over nadenken want ik hoor een bekende stem achter mij. Ik draai me om en dan wordt het zwart voor mijn ogen.

April 2014.
‘Doei huis.’ Mompel ik in mezelf. Zodra ik klaar ben met afscheid nemen, loop ik naar de auto. Waar ik mijn moeder al in zie zitten. Ik doe het portier open en stap in. Verdrietig staar ik naar buiten. Ik kijk voor de laatste keer naar ons huis in Maastricht. Op naar Amsterdam. Ik word uit mijn gedachten gehaald door de radio. Don’t van Ed Sheeran schreeuwt door de boxen. Mama zingt als een idioot mee, normaal zal ik er wat van gezegd hebben maar nu boeit het me vrij weinig. Ik voel me slaperig worden, ik leun tegen het portier en val in slaap.
Ik word wakker van luid getoeter en ik schrik verward op. Ik kijk naar mama en ze ziet er rood en bezeten uit. ‘Al die Amsterdammers kunnen ook echt niet normaal doen!’ zegt ze boos. Ik kijk weer naar voren en zie allemaal scheef geparkeerde auto’s. ‘Ja mam, jij wilde zo graag verhuizen, het was niet mijn idee.’ Mompel ik zo zachtjes dat ik hoop dat ze het niet hoort. Maar het is al te laat, boos kijkt mama mij aan. Ze wil er wat van zeggen maar houdt net op tijd haar mond.
Na ongeveer een halfuurtje rijden komen we aan bij een vrijstaande villa. Voordat ik wat kan zeggen, beantwoord mama mijn vraag al: ‘Dit is je nieuwe huis.’ Mijn mond valt open en mama moet er om lachen. Ze loopt me voor naar de voordeur en laat me het hele huis zien.
De volgende dag sta ik onzeker op het schoolplein van het Amsterdams Lyceum. Zodra de bel gaat loop ik naar binnen en zoek lokaal 109. Als ik hem heb gevonden loop ik naar binnen en zie iedereen al zitten. Zenuwachtig stotter ik iets van dat ik nieuw ben en hoe ik heet. Blijkbaar weet de docent al dat ik kwam, en hij stelt zichzelf en mij voor aan de klas. De enige die een beetje enthousiast op mijn komst reageert, is een meisje dat in het midden zit. Ze zegt dat ik naast haar mag gaan zitten en dat doe ik dan ook.
Ze zegt dat ze Julia heet en ik stel me zelf ook voor. ‘Dat heb je al gezegd.’ En ze geeft me een knipoog. Ik bloos en focus me weer op mijn werk.
We spreken elke dag af na school, doen samen huiswerk en gaan naar de film. Mijn oude vriendin, Nora uit Maastricht, spreek ik alleen wat minder. Ik dacht dat dat niets zou uitmaken. Maar dat had ik fout.

Oktober 2014.
‘Ja stop maar meiden, het goed zo voor vandaag.’ Roept mijn trainer. Ik trek mijn buitenschoenen weer aan pak m’n stick en loop naar buiten. ‘Doei Charlotte.’ Hoor ik nog iemand roepen. Ik besteed er niet echt veel aandacht aan, ik denk alleen maar lekker naar huis en daarna met Julia afspreken. Zodra ik aan het einde van het Vondelpark kom zie ik iets liggen, als ik dichterbij kom zie ik twee doffe ogen en een blauw gezicht van ontbinding. Als ik de persoon herken begin ik hartstochtelijk te huilen. Het is Julia! Julia is dood! Ik voel iemand ademen in mijn nek en draai me om. Dan zie ik haar, Nora! Nee, nee alstublieft laat het niet waar zijn.
‘Hallo Charlotte, wat vind je er nou van dat “je nieuwe vriendin” dood is? Nu heb je niemand meer, je enige vriendin is dood. Vind je het ook niet heel erg onbeschoft om je oude vriendinnen niet eens even te bellen?’ ik zie de haat in Nora’s ogen. ‘Wat heb je gedaan?’ stotter ik. ‘Ja, dat zou je wel willen weten he? Ik zou het eens even vertellen, ik heb je lieve vriendin gewurgd. En ik ga jou nu ook vermoorden.’ Ze sluit haar handen om mijn nek. De lucht lijkt ineens te verdwijnen, ik krijg het benauwd en ik ga hyperventileren. ‘Nee.’ Roep ik zo hard als ik kan. Dan word het zwart voor mijn ogen.

November 2014.
Ik kijk uit het raam naar buiten en zie allemaal mensen in en uit het ziekenhuis lopen. Het incident is een maand geleden gebeurd. Gelukkig reden er teamgenoten van hockey langs op het moment dat Nora mij wilde wurgen, ze herkenden mij gelijk en belde de politie. Een minuut later en ik was dood geweest. Nora wordt nu veroordeeld. Het motief waarom Nora dit allemaal deed was jaloezie.
Gelukkig mag ik naar huis. Mama en ik zijn verhuisd naar Rotterdam. Zodra ik buiten sta, komt mama naar mij toe en stap ik in de auto, op naar een hopelijk betere toekomst.

Ontwerp door Willem Verweijen