Annelie Rachel Niemeijer

19 jaar - havo

7
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Annelie Rachel Niemeijer (19 jaar)

? stemmen

Een ongelofelijk avontuur.

Sandra en haar vader reden op een smal weggetje door de bergen. Buiten zag ze een bergenlandschap. Er was vlak voor me alleen maar gras. Het was heuvelachtig en hier en daar stond een boompje. Zover je kon kijken zag je bergen sommige met sneeuw bedekt. Door de bergen liep een weggetje waar ze op reden. En daar beneden een diep meertje. En een prachtig rode zonsondergang. Het zag er prachtig uit. Alleen de wolken voorspelden niet veel goeds. Er was onweer op komst. Nu maar hopen dat ze voor het onweer bij het kamp waren.
Ze verheugde zich er al hellemaal op het kamp. Met alle scouts samen een paar dagen in het bos overleven. De rust van de bergen voelen en even weg zijn van de rest van de wereld. Waar zoveel oorlog is pijn haat met mensen die aan de macht willen en daarvan hun weerhoud. Nee gewoon rustig in de bergen zijn en genieten van de natuur.

Opeens schoten ze van het weggetje af. Sandra schrok en keek naar haar vader. Normaal houd hij van snelheid, maar nu bepaalt niet. Ze gingen recht op het meertje af. Zijn handknokkels waren wit van het knijpen in het stuur en hij had moeite de wagen in bedwang te houden. De airbags kwamen te voorschijn ze viel met haar hoofd midden in het kussen. Ze voelde hoe haar buik samenkneep. Opeens voelde ze een ongelofelijke klap en toen niets meer. Ze waren in het water beland de ramen waren deels stuk en de auto was aan het zinken. Ze maakte me los en keek opzij naar haar vader. Hij lag bewusteloos in de gordel. Het water in de auto begon te stijgen. Sandra tilde hem met veel moeite uit zijn gordel en sloeg het raam verder in zodat ze er uit konden. Wat een gewicht van het water trok aan haar armen. Ze kreeg hem nauwelijks uit de gordel. Waarom was ze niet sterker dan ging dit veel makkelijker. De auto begon over te hellen en ze trok zo hard als ze maar kon aan haar vaders mauw. Het water stond haar nu aan de lippen en ze moest snel naar boven om adem te halen en dook toen meteen weer het water in. Met een beetje gestuntel kreeg ze hem uit de auto net op tijd want de auto kantelde helemaal over. En viel naar de boden van het meertje. Ze zwom naar de kant en tilde hem op de kant en vervolgens klom ze er zelf ook uit. Ze keek naar me vader leefde hij nog? Daar was niet veel van te merken. Sandra schoot in paniek en gaf hem mond op mond beademing. Gelukkig hij leefde nog. Hij spuwde water uit en kwam langzaam en voorzichtig overeind.
Toen hij na een minuutje bijgekomen was zei hij;’we moeten een hut gaan bouwen straks wordt het nog donker’. Ze pakte haar zakmes uit haar zak. Sneed lange soepele takken af en hun vlochten een touw waarvan hun een doek maakte. Maakte het aan een taken vast en aan een boom het was geen goede hut, maar het was in ieder geval genoeg om de nacht mee door te komen. Ze zei;’morgen moeten we proberen naar het kamp te komen’. ‘Maar nu eerst slapen’; zei haar vader. De nacht verliep rustig behalve dan dat het ging onweren.

De volgende dag gingen ze al vroeg op weg. Ze hadden al een paar uur gelopen toen ze bij een huisje aan kwamen. Het huisje zag er vervallen uit. ‘Is daar iemand?’;vroeg me vader. We hoorde een man vragen; ‘wat doen Julie hier?’. Me vader zij; ‘Ik en me dochter Sandra hebben een ongeluk gehad heeft u een telefoon?’ Er kwam een oud, krom,grijs mannetje tevoorschijn. O in dat geval zullen jullie wel honger hebben’ ‘Ik hem nog wel wat bonen liggen.’ Sandra vond hem eerst er eng uitzien, maar schijn bedriegt want, hij was heel aardig en gastvrij. ‘Dat slaan we niet af’; Zei ze. Ondanks dat ze geen bonen lustte want ze had trek. En als je trek hebt lust je nou een maal anders. Haar vader vond het ook een goed idee dus na dat de bonen waren opgewarmd gingen ze eten. ‘Ik heb geen telefoon maar als u langs de weg naar het Noorden blijft lopen komt u uit bij een stad daar hebben ze wel telefoons.’ ‘Hartstikke bedankt voor uw gastvriendelijkheid we zullen u raad opvolgen.’;zei haar vader nadat ze hun een op gegeten hadden. En zo vertrokken ze weer. Na een paar uur lopen zagen ze het stadje liggen. Sandra begonnen er naar toe te rennen en het boeide har niet dat er takken tegen haar gezicht aan kwamen ze rende en rende tot ze bij het dorpje aan kwam. Haar vader volgde haar. Ze telefoneerde naar huis en naar het kamp. Om te informeren wat er was gebeurt en dat ze weer naar huis toe gingen. In het stadje huurde ze een auto en gingen weer op weg naar huis. Dit keer zonder problemen. Toen ze thuis aankwamen ging Sandra gelijk naar bed, want ze was moe. En ze dacht toen ze in bed lag; ‘Oost West thuis best’. Ze had nog nooit zoveel beleefd en daarna zo lekker geslapen. En ook al heeft ze ruzie met haar ouders. Als ze aan dit avontuur denkt beseft ze dat ze heel veel van ze houdt. En niet zonder hun wil leven.

Ontwerp door Willem Verweijen