Calle van Laar

23 jaar - havo

154
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Calle van Laar (23 jaar)

? stemmen

Een onmogelijke keuze

Met een zucht steekt Sarah haar sleutel in het sleutelgat. ‘Eindelijk vakantie, even rust’, denkt ze. De drukte op school en dan ook nog de toelating voor het conservatorium breken haar zo langzaamaan op. Zodra Sarah de deur opengooit roept haar moeder opgewekt haar naam: ‘We hebben het idee vanavond naar het meer te gaan, je broertje heeft gehoord dat het flink bevroren is’ Helaas, Sarah hoopte na het eten nog even haar bladmuziek te kunnen doorkijken. ‘Ik weet niet mam…’, zegt het meisje twijfelend. Ondertussen hangt ze haar sjaal over de kapstok en gooit haar muts en handschoenen in de grote mand eronder. Buiten is het aardig koud en het dikke pak sneeuw heeft haar voeten bijna bevroren. ‘Kom op Sarah, het wordt supergezellig. Weet je nog, die iglo die je met je vader bouwde? Daar genoot je zo van.’. Ergens vindt Sarah het jammer als ze niet meegaat, maar toch zegt haar gevoel dat ze thuis moet blijven. Ze wil zo graag die toelating halen en moet veel oefenen. De moeder van Sarah legt haar hand op Sarah’s schouder: ‘je kan echt wel een pauze nemen, ik weet zeker dat je die toelating geweldig gaat doen.’ Door de onzekerheid krijgt Sarah kriebels in haar buik, ze weet dat ze naar haar gevoel moet luisteren maar haar moeder heeft gelijk. ‘Toch maar meegaan dan’, denkt ze.

Het is niet druk op de weg, toch moet de vader van Sarah opletten. Het is glad en door de sneeuwvlokken is de weg moeilijk te zien. Na een tijdje naderen ze het bos, nog 5 minuten rijden. Sarah’s broertje heeft de muziek in de auto mogen uitkiezen en zingt hard mee. Erg mooi is het niet en daarom pakt Sarah haar iPod, zodra de klanken door haar lijf vloeien voelt Sarah de rust terugkeren. Haar ogen sluiten, maar op dat moment doorbreekt de paniekerige stem van haar moeder de muziek. Ze opent haar ogen en nog geen seconde later hoort ze een knal.

Sarah weet niet waar ze is, op de grond liggen mensen en waar ze ook kijkt ziet ze blauw licht. Een duizelig gevoel verspreidt zich over haar lichaam en als Sarah een stap wil zetten merkt ze dat haar benen niet meewerken. Ergens in haar ooghoek ziet ze een klein lichaampje. Een schok gaat door Sarah heen terwijl ze op de grond valt. Ze slikt. Sarah weet precies wie daar ligt. Het is haar broertje, een straaltje bloed loopt over zijn gezichtje. Ook ziet ze in de sloot een auto liggen, dat moet de auto van haar ouders zijn want daarnaast liggen haar ouders. Ondanks de duizeligheid rent Sarah naar hen toe en dan blijft haar adem in haar keel hangen. Nog geen meter van de auto vandaan ziet ze opeens zichzelf, haar jas zit onder het bloed en in haar hand heeft ze haar iPod geklemd. Schreeuwend knielt Sarah op de grond, wat is dit, waar is ze beland!?

Verward komt Finn het ziekenhuis binnenrennen. Nog nooit had Juliette, de beste vriendin van Sarah, hem gebeld, zeker niet nadat Sarah het met hem uitgemaakt had. Sarah had tijd nodig, rust in haar leven. Waarom begrijpt Finn niet, want elke keer dat hij aan hun relatie terugdenkt verschijnt er een grijns op zijn gezicht.
Hand in hand renden ze langs het meer. Glimlachend keek Finn naar zijn vriendin waarna hij haar op de grond trok. Soepel ging hij naast haar zitten, zijn hand in de hare. In de winter was het meer al mooi, maar Finn wist dat Sarah het in de zomer mooier vond. De zon die door het bladerdek op het meer scheen en hun ogen bijna verblindde, het hutje dat Sarah met haar broertje gebouwd had en de rust en stilte die ondanks het geluid van de natuur nog sterk aanwezig waren. Het mooiste aan de hele omgeving vond Finn echter Sarah, die met haar dunne vingers gras uit de grond trok, haar blonde lokken warrig langs haar gezicht hangend. Met deze gedachte schoof Finn dichterbij, zacht haalde hij zijn hand door Sarah’s haar. Voorzichtig keek Sarah hem aan, waarop Finn haar een kus op haar voorhoofd gaf. ‘Ik hou van je, Sarah’ ‘en ik van jou’, fluisterde ze terug.

Sarah weet niet hoelang ze naar haar roerloze lichaam gekeken heeft, als Finn de ziekenhuiskamer binnenstormt. ‘Finn!’, wil ze roepen voordat ze beseft dat dat niet kan. Nu pas merkt ze hoeveel ze hem gemist heeft. Zijn warrige haar, lieve lach en ook was ze bijna vergeten hoe goed de leren jas die ze cadeau gegeven had hem stond. Opeens pakt Finn haar hand vast en van opluchting ontsnapt er een zucht aan haar lippen. Door de aanraking van zijn warme hand weet ze het zeker, ze moet zien terug in haar eigen lichaam te komen, wakker worden en samen met Finn verder leven.

‘Bent u familie?’, een dokter komt binnenlopen. ‘Nee, haar eh… vriend’, zegt Finn met twijfel in zijn stem. De dokter knikt: ‘ik zou graag even met u praten’. Finn loopt naar de dokter toe, ze praten zacht, echt horen kan Sarah het niet maar toch vangt ze flarden van het gesprek op. ‘Haar ouders? Maar… dat kan niet’ ‘Het spijt me meneer, ik had het ook liever anders gezien’. ‘Broertje… koorts… levensgevaar’, de woorden dringen Sarah’s hoofd binnen en dan beseft ze het, haar ouders,… ze zijn… dood. Waarom zou ze terugkomen, als haar ouders overleden zijn, en haar broertje op sterven ligt? Paniekerig probeert ze naar Finn te lopen, ergens houvast te vinden, maar haar wereld staat op zijn kop. Als Finn haar hand opnieuw vastpakt, kijkt Sarah op en ziet tranen over zijn wangen rollen. ‘Het spijt me. Kom terug, alsjeblieft’. Sarah probeert zich stevig vast te houden aan Finn, leven of dood? Haar familie of Finn? Miljoenen gedachten schieten door haar hoofd. ‘Sarah!?’, Finn schreeuwt en het lijkt alsof er een lachje op zijn gezicht verschijnt. Sarah ziet Finn nog net over het bed leunen, als alles zwart wordt.

Ontwerp door Willem Verweijen