Sakaya Megens

22 jaar - Vmbo-t

93
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sakaya Megens (22 jaar)

? stemmen

Een onvergetelijke busreis

Het zevende lesuur is eindelijk voorbij. Ik loop het oude gebouw uit dat mijn school voor moet stellen. De daken zijn bedekt met sneeuw. Brr… het is echt koud buiten. Ik zwaai nog wat vriendinnen uit en loop dan naar de bushalte. Mijn voeten laten sporen achter en ik tel ze een voor een. Voor mij zie ik dat een zwarte kat snel het kattenluikje binnen glipt. Lekker warm op de bank bij het openhaard slapen, daar verlang ik naar.. Deze gedachten word helaas al snel verstoord door mijn mobiel. Zoem… zoem… Ik neem op. ‘Ha, Jasmijn weet je al hoe laat je thuis bent?’ ‘Nee, sorry ik probeer zo snel mogelijk thuis te zijn.’ ‘ Oké, tot straks lieverd.’ ‘Doei, tot straks mam.’

Achter mij hoor ik een brommende bus die richting de bushalte rijd. Bus nummer negen. Wacht eens even, die bus moet ik hebben! Ik wil rennen maar het is te glad. Ik maak een soort schaats beweging en kom langzaam vooruit. De bus staat voor het stoplicht en ik grijp mijn kans. Adem in adem uit. Je kunt dit! Het stoplicht springt op groen en ik sta op scherp. Ik moet en zal die bus hebben! We komen tegelijkertijd aan. De bus stopt en ik stap in. Met een diepe zucht ga ik zitten.

Het is warm in de bus. Ik zie dat er nog meer mensen binnen komen. Een oude man met een grote bril komt naast mij zitten. Hij lijkt me erg vriendelijk en ik begin een praatje. Hij verteld over zijn auto die hij net heeft opgeknapt en waar hij zo trots op is. Simpelweg een oude man die heel veel plezier heeft in het leven. De tijd vliegt voorbij. Ik vertel over mijn kat Loek. Dat ze al heel oud is en soms best chagrijnig kan zijn. De man moet lachen. Zo hard lachen dat spontaan zijn te grote bril op de grond valt. ‘Zou ik hem voor u oprapen?’ De man knikt verlegen ja. Ik strek mijn hand uit, waarbij ik plotseling heen en weer word geschud. Ik knal keihard tegen het raam aan met gelukkig de bril nog in mijn hand.

‘Wat was dat?’ vraagt de man. Ik wil antwoord geven maar een meisje van mijn leeftijd is mij voor. Ze vertelt uitgebreid dat er een auto vlak voor de bus een afslag nam en dat de buschauffeur er net op tijd bij was. De man knikt en draait zich naar mij om ‘gaat het jongedame?’ vraagt hij. Ik geef de bril en zeg dat het wel gaat. Stiekem hoop ik dat ik snel thuis ben. De rest van de busreis verloopt heel rustig en ik luister wat muziek. Ik stoor me alleen wel aan het schommelen van de bus. Het lijkt ook steeds erger te worden. Ik kijk naar buiten. Er klopt iets niet. Iets daarbuiten, er is iets mis. Waarom rijden we op het ijs? Dit is toch het grote meer? Dat kan toch niet? Ik voel dat de bus begint te beven. Steeds harder. Ik trek de oortjes uit mijn oren en hoor dan geschreeuw. Ik draai me om. Het ijs zakt in. De bus loopt onderwater! Het gebeurd allemaal in een fractie van een seconde.

Ik sla een ruit in en pak de oude man, die elk moment in het water kan verdwijnen. Ik zwem naar boven, zoekend naar iets waar ik me aan vast kan grijpen. Dat is er niet! Wel zie ik in de verte een groepje mensen lopen. ‘Help!’ roep ik. Mijn stem klinkt net hard genoeg en de mensen beginnen richting het meer te rennen. Ze zien het! Ik voel dat ik vast word gepakt. Ik merk dat ik mijn ogen sluit en dat ik in een soort tijdloze droom kom. Met stemmen die door elkaar praten en bussen. Bussen die door het ijs zakken. Felle lichten en het gevoel dat ik geen adem meer kan halen.

Een hand op mijn hoofd en een vriendelijke glimlach. Ik lig in het ziekenhuis. Voor mij staat een verpleegster en ze glimlacht. ‘Jasmijn, je bent onderkoeld naar het ziekenhuis gebracht. Je bent nu ongeveer een dag buitenbewustzijn geweest. We hebben je verder onderzocht en er is niks ergs aan de hand. Wel wil ik je iets heel bijzonders vertellen. De buschauffeur was onder het rijden aan het bellen en is zonder op te letten het grote meer opgereden. De bus is door het ijs gezakt. Door dat jij een ruit hebt ingeslagen heb je vele levens gered. Jasmijn, je bent een held meid. Straks willen een paar mensen je interviewen. Morgen ben je overal te zien op het nieuws.’

Wow, dat is het enige wat ik me op dit moment kan bedenken. Gevoelsmatig staar ik de verpleegster de hele tijd aan. Ze glimlacht en zegt dan dat er wat mensen voor mij zijn. De deur gaat open. Mijn moeder komt huilend binnen gerend en gaat op het bed zitten. Achter haar komt ook de oude man binnen. Hij ziet er nog erg bleek uit. Ik geef mijn moeder een knuffel en zeg dat het allemaal goed komt. De oude man legt een hand op mijn arm. Hij fluistert, ‘Dank u wel jongedame, u bent een ware held.

Er is iets wat ik u nog niet heb vertelt. Toen ik u zag in de bus voelde ik me gelukkig en dacht ik aan de momenten van vroeger. Mijn lieve kleindochter, u lijkt sprekend op haar. De bus liep onder water en ik zag haar. Haar mooie blauwe ogen, ze schitterde en ze wees naar jou.’ ‘Het heeft zo moeten zijn opa dit meisje is bijzonder, ze is uw beschermengel.’ ‘Opa u bent sterk en u heeft voor mij gevochten.’ ‘U heeft nooit de hoop opgegeven.’ ‘Opa sta open, en dit meisje zal u helpen in de rest van de toekomst en nooit vergeten dat ik van u hou!’ ‘Daarna verdween ze en ik wist het zeker deze busreis is een reis die ik nooit zal vergeten.’

Ontwerp door Willem Verweijen