Isabelle koerhuis

19 jaar - havo

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Isabelle koerhuis (19 jaar)

? stemmen

Een raar reisje door het universum

Het was 10 november 2051 toen ik met mijn vriendje onderweg was om een reis door het universum. Dat was heel gewoon in onze tijd. Al mijn vrienden waren naar de maan gegaan, dus we hielden daar een tussenstop. Hun waren al op de maan.
En toen we net op de maan waren kwamen al mijn vrienden naar mij toe. We gingen naar het maanhotel die was heel beroemd en alleen voor rijke mensen. Toen aten we veel lekkere dingen uit onze tijd. We waren klaar met eten. Dus we haalden onze zwemspullen en gingen zwemmen. Om negen uur in de avond waren we klaar. We gingen nog even wat drinken en daarna gingen we slapen. De volgende ochtend gingen we met z’n alle naar Mars. De reis duurde een dag. Ik zei tegen mijn vriendje ‘ik heb er zo’n zin in.´ we waren om 3 uur s ’nachts daar. We hadden geen hotel geboekt dus we moesten ergens kijken of ze ons daar lieten slapen. Al snel kwamen bij een hotel maar die had geen plek meer. Verder waren alle hotels vol of dicht. Toen we verder liepen kwamen we bij een huis daar zat een man buiten. Hij vroeg ’wat doen jullie nog zo laat buiten.’ Wij zeiden ‘we maken een reis door het universum, maar we hebben geen slaapplek.’ De man zei ‘ jullie mogen vannacht wel bij mij slapen.’ Wij waren hem dankbaar. De volgende dag gingen we eerst ontbijten. De man was al vroeg wakker. Na het ontbijt pakten we al onze spullen en zochten een hotel, maar eerst bedankte we de man voor de slaapplaats en het lekkere eten. Dicht bij het huis van de man was een hotel. Er waren die ochtend veel mensen weg gegaan. Dat was raar geen mensen in de lobby ,geen koks ,maar in 1 kamer was er een man . Die was zich snel aan het aankleden. Hij zie tegen ons ‘zijn jullie van plan om hier te gaan slapen?’ Wij zeiden ‘ja we willen hier gaan slapen.’ Toen zei hij tegen ons ‘doe maar niet je valt hier gewoon niet in slaap!’ Ik vroeg ‘is daarom iedereen hier weg?’ Hij zei ‘ja.’ We bleven nog even met de man praten en toen gingen we weer verder op zoek naar een ‘normaal’ hotel.
Kwamen weer bij het ruimteschip aan. Daar was niemand te zien, maar ons ruimte schip stond er nog steeds. Er waren geen piloten maar we wouden naar huis. Dus mijn vriendje zei ‘ik bestuur dit ruimteschip wel.’ Hij vloog eerst naar de maan daar hielden we een tussenstop. We bleven slapen in het ruimteschip, want hotels waren er niet. De volgende dag gingen we weer vliegen. Het duurde even voordat we vlogen want er was niemand die ons kon helpen met opstijgen. Toen we terug op aarde waren was alles anders. Het was kouder en weinig zon. Er was niks. We realiseerde ons dat we op Saturnus waren.

Ontwerp door Willem Verweijen