Toine Teunissen

18 jaar - Gymnasium

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Toine Teunissen (18 jaar)

? stemmen

Enge dood

De laatste lichamen worden opgeruimd, de slag om Athene is voorbij. Het Spartaanse leger maakt zich klaar om te vertrekken. Als ze eenmaal op de boot zijn, gaat het schip onderweg naar Sparta. S’ avonds vieren de soldaten op de boot feest, vanwege de overwinning in Athene. Maar dan, in het holst van de nacht, breekt de hel los. Golven zo hoog als de berg Olympus, bliksem en donder klinkt zo luid als niemand ooit heeft gehoord. Het schip schud, golven komen over de reling van het Spartaanse schip, alle soldaten liggen wakker. Opeens klinkt er een luid gekraak. Soldaten schreeuwen, het schip begint naar links te rollen. Er wordt overal geroepen: ,,We zinken, we zinken!’’ Alexander schrikt wakker. Hij loopt naar het dek en houdt zich vast aan de mast. Mannen vallen over boord, waarna ze door de duisternis opgeslokt worden. Alexander vreest voor zijn leven. Om de boot cirkelen een soort schimmen. Ze zeggen niks, maar Alexander ziet zijn maten worden meegenomen…
Opeens schrikt Andreas wakker. ,,Waar ben ik? Hoe ben ik hier beland?’’ vraagt hij aan zichzelf. Voor zich, ziet hij het stuk wat nog over is van het schip. ,,Maar, waar is de rest?’’ Zegt Andreas. Hij hoort een vaag geroep: ,,Is daar iemand? Hallo?’’ Andreas gaat erop af. Hij ziet een man liggen, aan zijn kleding te zien ook een Spartaan. ,,Wie ben jij?’’ Vraagt Andreas. De man zegt: ,,Ik ben Alexander, Spartaanse soldaat.’’ Zegt Alexander. Als de twee mannen het eiland hebben bekeken en elkaar een beetje hebben leren kennen, vraagt Alexander zich af: ,,Zijn wij de enige twee die nog over zijn?’’ Denkt hij. Het blijkt inderdaad dat Alexander en Andreas de enige twee overlevende zijn. Meer dan 40 mannen zijn weg, gewoon weg. Andreas zegt: ,,Blijkbaar, is het enige wat we nog hebben, elkaar.’’ Jammer genoeg moet Alexander daarin meegaan. Hij kan het nog steeds niet geloven. Er is een ramp gebeurd. Die nacht, droomt Andreas. Hij ziet schimmen voor zich, duisternis en de onderwereld. Andreas schrikt wakker. Hij wordt wakker van het geluid dat hij hoort. De lucht trekt dicht, vol met donkere wolken. Precies zoals Andreas gedroomd had. Andreas maakt Alexander wakker: ,,Alexander, kom snel kijken!’’ Alexander ziet de pikzwarte lucht en zegt tegen Andreas: ,,Snel, we bouwen een huisje!’’ Samen bouwen Alexander en Andreas van het wrakhout een kleine schuilplaats. Dan vallen ze allebei in een diepe slaap…
Als Alexander en Andreas wakker worden, zitten ze op een boot. Een boot precies zoals het Spartaanse schip, maar er staan geen mensen, maar een soort schimmen op het dek. Meteen trekt Alexander zich terug. Als de mannen al een tijdje in het ruim zitten, begint de boot te kantelen. Ze voelen dat hij harder gaat. Langzamerhand beginnen er gedachtes op te komen in Andreas’ hoofd. Hij ziet de beelden nog voor zich. Doden, golven, bliksem, donder en schimmen. Als de boot erger kantelt, rent Alexander het dek op, samen met Andreas. Hij vraagt: ,,Wat is dit, wat doe ik hier?’’ Een schim draait zich om en kijkt de mannen recht in de ogen. Alexander ’s nekharen beginnen overeind te staan, de schim zegt: ,,Je bent hier onderweg naar de onderwereld…

Ontwerp door Willem Verweijen