Wiesje van Rooijen

19 jaar - VWO

19
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Wiesje van Rooijen (19 jaar)

? stemmen

Evelien

Ik rits mijn tas dicht. ‘Eindelijk Evelien, ben je klaar?’ hoor ik mijn moeder roepen vanuit de hal.
‘Ja mam, ik kom eraan.’ Roep ik zachtjes met een brok in mijn keel terug.
Ik hoor gestommel op de trap. ‘Oh nee niet nu’ zucht ik zacht. Ik verwacht mijn moeder maar die zie ik niet. In plaats daarvan zie ik mijn kleine broertje. Joost. ‘Hoelang ga je weg’ vraagt hij zacht. Ik zie dat hij heeft gehuild.
Ik ben nog nooit langer dan één nachtje bij hem weggeweest. En nu ik hem zo zie, vraag ik me af of het dit . allemaal wel waard is. ‘Twee weken’ zeg ik zacht. Hij rent naar me toe en omhelst me. ‘Ik ga je missen’ zegt hij. En hij huilt weer. ‘Ik jou ook’ zucht ik ‘Ik jou ook’. Na 5 minuten hoor ik getoeter. Ze zijn er. Ik veeg de tranen van m’n gezicht en stel mezelf gerust. ‘We gaan gewoon 2 weekjes lang met vriendinnen weg niks aan hand het word gezellig stel je nou niet zo aan Evelien!’ fluister ik mezelf toe. ‘Hee Evelien!’ hoor ik door drie stemmen tegelijk door het huis galmen. De tranen komen weer. Ik stop ze weg samen met de rest van mijn verdriet. Ergens diep in mijn gedachte. Ik zet een glimlach op. Een neppe. Ik zeg niks en hou mijn nep lach vast.
Mijn moeder heeft me door. Ze omhelst me stevig en zegt dan ‘Is het geen tijd om te gaan’. Ik knuffel mijn broertje en Fleur tilt hem ook nog een keer op. ‘Klein knuffel maatje’ zegt ze zacht. Ze ziet dat hij het er moeilijk mee heeft. Ik stap in de taxi en zwaai naar mijn moeder. Ze trekt een scheve glimlach. ‘We hebben het er allemaal moeilijk mee’ zegt Wiesje. ‘Het geeft niet’.

Een paar uur later word ik wakker. In slaap gevallen. Ik zie Fleur met haar mond open slapen. Ik grinnik. Wiesje ligt met haar hoofd tegen het raam en luistert muziek. Sam is aan het schrijven in haar dagboek. Ze heeft deze hele weg nog niks gezegd. We rijden door het bos en het schemert. Ik kijk op mijn iPhone. Het is 6 uur en ik rammel. Ik gris een pak nerds uit mijn handtas en schud het leeg. Ik stop het pak nerds terug in mijn tas en probeer me te ontspannen. Op het moment dat ik bijna in slaap val hoor ik een knal. Een schorre gil. Ben ik dat? En dan word alles zwart.
Ik open mijn ogen moeizaam. Iets nats druipt over mijn hoofd. Ik haal de rug van mijn hand erlangs. En kijk naar wat het is. Bloed. Ik voel aan de wond aan mijn hoofd en er trekt een scherpe pijnscheut door mijn lichaam.
Ik hoor gekreun en zie dat Wiesje een scherf glas in haar arm heeft. Ik wil opstaan om haar te helpen. Maar ik zit vast in de gordel. Ik krijg de gordel los en sta op. Ik heb enorme spierpijn en ik vraag me af hoelang ik bewusteloos ben geweest. Ze begint te huilen maar ik hou me sterk. Ik mag niet toegeven aan de pijn. Ik doe mijn sjaal af en wikkel het om Wiesje’s arm. Ze bijt op haar lip om de pijn te bestreiden, zonder succes.
Dan worden haar ogen opeens heel groot. ‘Hij is’ stamelt ze. ‘Hij is wat?’ vraag ik zacht maar dwingend.
‘Hij is weg!’ gilt ze en barst in tranen uit. Op dat moment worden de andere wakker. We horen een gebrul uit het donkere bos. ‘We moeten gaan’ zegt Sam terwijl ze over haar hoofd wrijft. ‘We kunnen hier niet blijven.’ Ik weet dat ze gelijk heeft maar mijn lichaam schreeuwt om rust. ‘Ze heeft gelijk’ zeg ik. Ik pak mijn tas en ik open de zaklamp app op mijn iPhone. Ik schijn ermee in de duisternis maar het helpt niet veel. ‘Let’s go’ roept Fleur.
We lopen door het donkere bos en ik loop voorop. Daarna Wiesje vervolgens Fleur en daarna Sam.
Sam huilt. En mijn deurtje tot verdriet gaat weer open. Ik huil zachtjes mee. Ik hoef nu niet meer sterk te zijn.
Opeens word ik van achter gegrepen. Diep het donkere bos in. Ik schreeuw. En ik besef dat dit wel de laatste kon zijn..

Ontwerp door Willem Verweijen