Thera Schrik

19 jaar - havo

14
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Thera Schrik (19 jaar)

? stemmen

gewoon weg

Gewoon weg.

“Het zal wel!” roep ik over het schoolplein en ik vlucht weg achter de school. Iedereen staat daar naar de plek waar het net plaats vond. Wat er net plaats vond, wil je dat echt weten? Hetzelfde als alle andere dagen; ik word er niet goed van. Dat gepest steeds, waarom doen ze dat? Ze weten toch dat ik het niet leuk vind. Dan verschijnt Juno.
“Leuk gesprek met jezelf?” zegt Juno. Ze lacht hard en gemeen.
“Wat zijn we weer grappig,” zeg ik stoer. Mijn stem vertelt een ander verhaal.
“Ja leuk hè, vind jij dat dan niet?” Een stilte volgt. Ik sla mijn ogen neer.
“Ach, wat zielig. Nou, doei Tes,” zegt Juno zachtjes, vriendelijk.

Wat kan ik nou doen? Afwachten? Verdwijnen? Uit het niets spring ik over het hek. Ik begin te rennen, zo hard als ik kan. Waar heen weet ik nog niet. Alles om mij heen vervaagt, geluiden verstommen. Ik ren. Ik stop, draai me om, kijk naar het plein.

Als de meester met Dave – de leukste jongen van de school – achter de school gaat kijken, zien ze me niet. Natuurlijk niet.
“Daar is ze altijd, maar nu niet meer!” Dave wijst naar een kleine opening in het bosje. Zijn stoere leren jack schittert in het zonlicht. Een gouden armband komt voorzichtig uit zijn mouw. Ik zie een klein bedeltje.
“O, nee toch,” zegt de meester, “hoe ga ik dit uitleggen aan haar ouders?”
“Uh… Beste meneer en mevrouw De Wit. Door pesterijen is uw dochter weggelopen en we konden haar niet vinden,” zegt Dave.
“Gewoon recht in hun face,” zegt Tim. Nieuwsgierig kijkt hij naar de lege ruimte. Mijn ruimte.

Ik ren, opnieuw. Ik zoek mijn weg, ontdek de bibliotheek. Ik stop, ik kijk, ik zoek. Mijn benen nemen mij weer mee; het weiland aan de rand van het dorp. Ik ben nu al zo’n uurtje onderweg, waarheen weet ik nog niet. Een klein beetje weet ik al wel. Weg van de pesterijen, gewoon weg. Dan zie ik een boom staan, ik begin te klimmen. Mijn herinneringen klimmen mee.

Het begon allemaal in groep zes. Ik was nieuw, ik vond direct al een paar vrienden , maar helaas vonden de vijanden mij. Ik hield veel van lopen en lezen. Zij niet. Lopen was stom, lezen ook. Ze begonnen met mijn boek af te pakken en daarna in de sloot te gooien. Maar dat was niet genoeg. Nee; geweld: dat was de oplossing. Op het schoolplein iedereen zag het, niemand deed er wat aan. Juffen, meesters, klasgenootjes, vriendinnen: Iedereen keek. Juno was de ergste.

Voorzichtig klim ik naar de top van de boom, draai me direct om. Voorzichtig spring ik op de grond. Dan begin ik weer te lopen naar de school. Iedereen is al binnen, heel stil ga ik naar het dak. Zal ik het doen? Ja of nee. Ik voel hoe de wind langs mijn broek giert. Mijn blonde haren wapperen langs mijn wangen. Langzaam schuifel ik naar het randje. De richel, bedekt met een klein laagje mos. Dan komt mijn klas naar buiten. Ik zie de angst. Gezichten trekken wit weg.
“Waarom?” roept de meester, “voor alles is een oplossing!” Ik twijfel, schuifel naar achteren, stap naar voren. Dan zie ik hem, de angst in zijn ogen. Ik loop naar de andere kant van het dak en klim via de brandladder naar beneden. Negentien, achttien, zeventien, nog zestien treden te gaan. Dan voel ik iets scherps in mijn zij.
“Dit is voor jou,” zegt Juno.
“Moet je maar niet met hem om gaan.”
“Met wie?” vraag ik zacht. Mijn zicht vervaagt, Juno’s blik verliest haar scherpe contouren. Ik zak weg. Achter Juno verschijnt een gedaante, een jongen. Een donkere kleur weerkaatst zonlicht, gouden flitsen bereiken mijn ogen. Mijn hart begint sneller te kloppen.
“Wat heb je gedaan?” hoor ik zacht. In mijn hoofd ben ik kies ik het pad terug. Terug naar de rand van het dak. Ik wil springen, nu wel echt. Onderweg naar de dood was ik. Weg van de vele pesterijen. Gewoon weg.

Ontwerp door Willem Verweijen