Lisanne Kok

23 jaar - Havo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Lisanne Kok (23 jaar)

? stemmen

Gezelschap

De morgenzon schijnt fel in mijn ogen. Ik tsierp een paar keer. Vrolijke klanken op een sombere dag. Somber, maar alleen voor hen die somber willen zijn. Mijn scherpe oog spot een dikke worm tussen de kiezelstenen op het dakje. Pik, en weg is de worm.
De gordijnen voor het raam gaan open. Donkere, sombere gordijnen. Een glad gezicht verschijnt. Het blijft me keer op keer verbazen, hoe deze mens de wereld ziet. Klik! Het bovenraam gaat open. De schouders gaan langzaam omhoog en dan weer omlaag. De mens gaat nog even zitten. Hij heeft iets in zijn handen, maar wat het is kan ik niet zien. Dan gaat het grote raam ook open. De mens, wiens lichaam nog half kaal is, zwiept zijn benen naar buiten. Ik fladder naar zijn kale voeten. Gezelschap is belangrijk. De mens kijkt naar mij, en lacht naar mij. Hij steekt zijn hand naar me uit, en ik stap op zijn vinger. Al snel ruik ik de vieze rook. Die stinkt, en maakt het vrij vervelend om hier bij de mens te zitten. Toch blijf ik, want gezelschap is belangrijk.
De mens voelt zich al beter. Hij gooit zijn rookwaar van het dak. Misschien dat op een dag, hij zich hier niet meer mee bezig houdt. Dat hij alleen maar buiten zit, om mij gezelschap te kunnen houden.
Niet dat ik dat nodig heb. Ik ben een vogel, ben je mal! Een kauw nog wel, ik red mezelf.
De mens is al naar binnen. Geduldig wacht ik, op het dak. Straks vertrekt hij weer. Dan rijdt hij, met wielen aan zijn voeten, de lange, lege straat uit. Ik wacht op hem, maar weet, dat hij niet meer terug komt voordat de zon weer onder is.
Daar komt hij al. Ik tsierp een keer, om hem te laten weten, dat er iemand op hem wacht. En hij verdwijnt. Hij geeft geen kik.
Nu ga ik op zoek naar wormen. Laag boven de grond vliegend, die vochtig is vandaag.
Ik weet dat er meer kauwen zijn. Die leven maar zo’n 100 meter verderop. Als jonkie ben ik namelijk uit mijn warme nest gevallen. De grond was hard en koud, ik had me flink bezeerd. Honger had ik ook.
De mens vond mij, en heeft me meegenomen. Gevoed, verzorgd en vrijgelaten. Maar ik ken de mens. Ik hoor bij hem. Hij hoort misschien wel meer bij mij. De mens is somber, droevig vaak. Hij heeft geen zin om op te staan. Misschien is ook hij zijn ouders kwijt. Daarom blijf ik bij hem, want gezelschap heb je nodig.
Het regent, en is koud en donker. De mens komt aan, veel slomer dan bij zijn vertrek. Ik tsierp naar hem, om te laten weten dat ik op hem heb gewacht.
De mens vloekt en scheldt. Hij houdt niet van de regen, maar zijn plek is droog en warm. Ik hou ook niet van de regen. Morgen zal het droog zijn. Ik hoor gestommel in het huis. De mens loopt nu zijn kamer in. Gordijnen dicht, nog meer gestommel. Klik! Het bovenraam gaat dicht. Het grote raam gaat open. De mens ziet er moe uit, maar lacht nog steeds naar mij. Dat doet me goed. De mens houdt van mij. Ik klim weer op zijn vinger, hij brengt me dichterbij. Deze rook is erger, met dikke damp en nog viezere lucht. Dat maakt me helemaal niets uit, want wij zijn nu weer samen. Misschien dat op een dag, de mens op weg naar mij zal zijn, want gezelschap is belangrijk.

Ontwerp door Willem Verweijen