Fleur van den Dobbelsteen

19 jaar - VWO

5
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Fleur van den Dobbelsteen (19 jaar)

? stemmen

Gezocht

‘Kan je je nog iets herinneren?’ vraagt Saskia. Mijn moeder riep: ‘Kijk uit!’ maar toen knalden we al tegen die andere auto aan. ‘Hoelang ben ik bewusteloos geweest?’ vraag ik. ‘Zo’n drie uur ongeveer,’ zegt Saskia. Ik wil opstaan om naar mijn ouders te gaan maar dan houdt Saskia me tegen. ‘Je kan nog niet weg, je moet een beetje rustig aan doen.’ Waar zijn mijn ouders? Ik moet naar ze toe, ik wil weten hoe het met ze gaat! ‘We kunnen in het belang van het onderzoek nog niets over je ouders zeggen,’ zegt Saskia. ‘Is er iemand waar je naartoe kan?’ Ik denk na en zeg ‘ja ik kan naar mijn oma’.
Onderweg in de politieauto kijk ik naar buiten. Allerlei gedachten zweven door mijn hoofd. Waar zijn mijn ouders en mijn broertje? Wat is er gebeurd? Waarom kan ik niet gewoon naar huis? We komen bij mijn oma aan en ik zwaai de rechercheur uit. Eenmaal binnen ziet mijn oma de wond op mijn hoofd en begint te huilen. Ik troost haar en vraag waar mijn ouders zijn. Door die vraag begint ze nog harder te huilen. Ik ben bang, bang voor wat er komen gaat.
De volgende dag zitten mijn oma en ik aan het ontbijt. Ik heb net mijn eitje op als er aangebeld wordt. Mijn oma doet open en ik hoor de stem van de rechercheur Saskia, ze komen binnen lopen en mijn oma stuurt me naar boven. Ik hoor ze beneden praten maar na een kwartier stopt het gesprek. Ik zit boven in de gang, ik probeer te kijken of ik ze kan zien. Ineens gaat de deur van de woonkamer open, ik kan aan mijn oma zien dat ze gehuild heeft. Ze is half in shock en ze opent de voordeur. Nu heb ik er genoeg van; ik ren naar beneden en vraag aan Saskia: ‘Wat is er gebeurd!? Ik wil het nu weten!’ Saskia kijkt mijn oma aan en mijn oma knikt. ‘Puck, lieverd, na het ongeluk zijn je ouders en je zusje meegenomen door de aanrijder. Waarschijnlijk wou die persoon geen problemen en nam hij ze mee.’ zegt Saskia. Ik kijk bedenkelijk en weet niet wat ik moet zeggen. ‘Maar… maar waarom ben ik niet meegenomen?’ stamel ik. Waarschijnlijk dacht de persoon dat je dood was door die wond op je hoofd.
Ik zit op het bureau. Ik weet dat ik niet veel verschil uit kan maken met het vinden maar ik wil ze helpen. Ik voel mijn telefoon trillen. Ik pak mijn telefoon en kijk wie het is. Wat?! Het is het mobiele nummer van mijn vader, ik laat het zien aan Saskia en ze zegt dat ik kan opnemen. Ik neem op en zet hem op de luidspreker: ‘Hallo Puck’ zegt een vage stem. ‘W… wie ben jij?’ zeg ik met een trillende stem. ‘Als jij je ouders en je zusje terug wil, zal je hier heen moeten komen.’ Saskia pakt de telefoon en zegt: ‘Wie ben jij? Zeg op!!’ Dan wordt er vliegensvlug opgehangen. ‘Snel! Lokaliseer de telefoon! We gaan er meteen op af!’ zegt Saskia. Voor ik het weet zit ik in de politieauto we rijden naar het bos. Op een gegeven moment komen we bij een houten boswachtershutje aan. Ik wacht in de auto terwijl de polities de deur intrappen. ‘Laat je wapen vallen!’ hoor ik ze roepen. Daarna hoor ik een harde knal, het klinkt als een schot van een pistool. Ik zie mijn ouders en mijn zusje het hutje uitrennen, ik spring uit de auto en pak ze stevig vast. ‘Ik laat jullie nooit meer los’ zeg ik in tranen.

Ontwerp door Willem Verweijen