Maxime de goede

22 jaar - gl

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Maxime de goede (22 jaar)

? stemmen

Herinner het heden en verleden

Soms wil ik weg. Weg van mijn verleden. Weg van mijn toekomst. Weg van verantwoordelijk. Weg van mijn problemen. Weg van me zelf. Ken je het gevoel dat niets mee zit. Dat je stikt in je eigen gedachten. Dat je weg wilt rennen tot je niet meer kan. Dat gevoel heb ik nu. Ik zit op een bankje in een park voor centraalstation. Naast mijn bevind zich een vol levende boom. Waarvan de kleine blaadjes van af vielen. Ik zit hier graag om dingen te vergeten. Maar vandaag ben ik hier voor iets anders. Vandaag ben ik hier om een besluit te nemen of ik echt weg wil. Eigelijk wat valt er te kiezen. Mijn ouders vechten al dagen. Ik ben enigs kind en heb geen vrienden. Niemand zal mij missen. Wat heb ik dan te verliezen. Dus besloot ik om weg te gaan. Maar net voordat ik wou opstaan. Ging er iemand naast me zitten. Het was een jongen. Hij had bruin kort haar, blauwe ogen en zwarten kleren. Hij keek voor zich uit en zei
,hoelang er ook duisternis is er zal altijd een zon zijn om het weer licht te maken’
Hij draaide zich om en stak zijn hand naar mij uit.
,Wie ben jij’. zie ik
,Ik ben een vergeten kind die de zelfde wensen had als jij’
,En als je me hand geeft laat ik het leven zien’
,Hoe weet ik of ik je kan vertrouwen’
,Dat weet je niet maar wat had je te verliezen’
Dus pakte ik zijn hand.
,Ik wil dat je je ogen dicht doet’
,En alles laat gaan’
,Waneer je dit heb gedaan mag je je ogen weer open doen’
,Oké’
,Doe dan maar je ogen open’
We waren niet meer in het park. Maar in een vierkante kamer met geen ramen. Rechts van me lag een matras met een deken. Links van me zat een meisje te huilen. Zet had haar knieën voor haar gezicht en zat te bibberen.
,Waar zijn we?.
,Mexico’
De jongen hing tegen de muur aan. En deed of er niets aan de had was.
,Wie is dat?’
Maar voordat ik antwoord kon krijgen. Hoorde ik opeens stemmen dicht bij komen. De deur achter me ging met een zwaai open. Er stonden twee mannen in de deuropening.
,Hey Ella, dit is je nieuw speelkameraad’
Het meisje begon harden te huilen.
,Ik wil niet meer alsjeblieft laat me gaan’
Een van de mannen liep naar haar toe. Het meisje kroop naar de muur en probeerde weg te komen. Ik kon het niet langer tegen. Ik rende naar de man toe en ging voor hem staan. Zodat hij niet verder kon. Maar hij stopte niet, hij ging dwars door mij heen. Alsof ik rook was.
,Waarom kan hij me niet zien?’ Vroeg ik geschrokken aan de jongen
,Dat komt omdat je hier niet echt bent’
,Wat’
,Maar ik moet haar helpen’
,We moeten maar eens gaan’
,We kunnen haar toch niet achter laten’
Maar voordat ik het wist had hij mijn hand vast gepakt en waren we weg. Alles werd wit om mij heen. Maar diep ik de verte hoorde ik het gegil van het meisje.
,Waar gaan we nu naar toe?’
,Rio’
De witte lucht veranderde weer in kleur. En werd door een afschuwelijke lucht omringt. We stonden op èèn van de grote bergen afval. Beneden ons bevond zich een jongen. Zijn kleren zaten vol gaten en vuil. Hij had een kleine tas bij hem liggen. Waar hij af en toe iets in stopte. Ik wou een stukje naar beneden lopen. Maar de jongen hield me tegen en wees naar een groepje jongens. Die naar de jongen liep. Ze duwde hem op de grond en pakte zijn tas af. Ik kon niet horen wat ze zeiden. Maar ik wist dat het niet iets aardig was. En toen begon het echte drama. De jongen werd door de anderen jongens in elkaar geslagen. Hij gilde van de pijn.
‚Ik kan hem zeker ook niet helpen?’
,Nee sorry’
,Waarom laat je me dit zien’
,Ik wil dat je bewust van word dat het altijd nog erger kan’
,Deze twee kinderen hebben niets meer’
,En jij wilt al bij de eerste tegenslag opgeven’
,Deze kinderen moeten vechten voor hun leven’
,Waar dat maakt voor hun al niet meer uit’
,Waarom niet’
,Ze bestaan al niet meer’
Alles werd weer wit. En er kwamen twee mensen achter de jongen staan. Het waren de twee kinderen maar dan ouder.
,Alles wat is je net liet zien is 10 jaar geleden gebeurt’
,Dus daarom kom ik ze niet helpen’
Hij knikte. En toen waren we weer terug in het park.
,Dus wat ga je nu kiezen’
,wat zou jij kiezen’
,Ik ga niet zeggen wat je moet doen’
,Maar ik kan je wel advies geven’
,Je kunt nu weg gaan. Alles achter je laten en je nergens zorgen over maken’
,Maar je kunt ook blijven. Je kunt je problemen onder ogen komen, met je ouders praten, je openstellen van nieuwe dingen en alles zou beter kunnen worden.
,belooft’ zei ik
Hij keek me lachent aan.
,belooft’

Ontwerp door Willem Verweijen