Judith van der Wouden

22 jaar - HAvo

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Judith van der Wouden (22 jaar)

? stemmen

Het meisje met de rode haar.

Ze had rood haar, net als ik. Ze was ongeveer rond de achttien, net als ik. Ik had het gevoel dat ik haar kende, maar wist niet precies waarvan, misschien schoot het me later nog te binnen. Ze droeg, al was het winter, een zomerjurkje met een madeliefjes patroon. Ze was net ingestapt en tegenover mij gaan zitten in de trein. Het meisje bleef maar friemelen aan haar ketting en staarde naar haar voeten. Ze zag er de hele tijd aan alsof ze moed aan het verzamelen was iets te zeggen, alsof ze van de zenuwen elk moment kon gaan overgeven.
‘Gaat alles goed?’ vroeg ik. Ze keek op met verschrikte, grote ogen.
‘Wat?’ zei ze zacht.
‘Je lijkt me zo nerveus, gaat alles goed.’
‘Prima,’ stamelde ze. Ze beet haar lip en keek me aan, je kon zien dat ze twijfelde of ze mij nou wel of kon vertrouwen, ‘ik, ik ga gewoon op bezoek bij mijn moeder. Ik heb er al in geen jaren meer gezien. Dat is alles.’
‘Oké, wat de reden ook is dat je elkaar al lang niet heb gezien, het verloopt vast prima.’
Toen, ik dat zei, begon ze te glimlachen en haar hele lichaamshouding veranderde. Het was een paar minuten stil.
‘Waar ga je heen.’ zei ze ineens uit het niets. ‘O sorry, sorry, het gaat me niets aan, ik wil niet onbeleefd zijn.’
‘Het is geen geheim hoor, je mag het best vragen. Ik stap uit bij het station Dordrecht en neem dan de bus naar het ziekenhuis.’
‘O, ziekenhuis? Is er iemand ziek? Ga je op bezoek bij een familielid?’
Ik twijfel of ik het haar vertel of niet. Ik ben er namelijk niet echt trots op dat ik op zeventienjarige leeftijd een moeder werd, maar ik was te laat ben voor abortus en ik had de mogelijkheid om mijn mbo-opleiding en haar te combineren en een geweldige vriend, dus ik ben erg blij met haar. Ze kijkt me aan met haar grote puppyogen en iets zegt me dat ze me niet zou veroordelen.
‘Eh, ja. Mijn dochtertje ligt daar in het ziekenhuis. Niets ernstigs als je het wil weten hoor.’
‘Je hebt een dochter. Hoe heet ze?’ vroeg het meisje, ze zag er niet verbaast of veroordelend zoals de meeste mensen wanneer ik vertelde dat ze zaten te praten tegen een tienermoeder. Ze zag er meer uit alsof ik haar precies vertelde wat ze wilde horen.
‘Ja, ik… ik heb een dochter. Ze is een schatje. Haar naam is Daisy. ’
Ze begon te glimlachen als een gek en de hele nervositeit van eerder was verdwenen.
‘Je bent vast een geweldige moeder. Lees je Daisy wel eens voor. Ik denk dat ze de ‘”Princesses met de lange haren” geweldig zou vinden. Ze vind het vast ook fijn als je Dikkie Dik, Nijntje en Rups nooit genoeg zou voorlezen. En Jip en Janneke vond ik ook geweldig,’ in een seconde zag ze er heel onzeker uit alsof ze zichzelf verraden, maar toen herstelde ze zich weer,‘ dus ik denk dat jouw meisje dat ook wel eens leuk zouden vinden ’
‘Zal ik doen. Dank je voor het advies.’
‘Weet je, ze hebben hele lekkere koeken bij het stadion, misschien moet je de tijd nemen om er een te proberen.’
‘Sorry, bus en trein sluiten heel nou aan. Ik heb er geen tijd voor. Ik heb maar zo’n vier minuten overstaptijd.’
De trein stopt, ik pak mijn tas en ga de trein uit. Net als ik naar mijn bus lopen, pakt het meisje mijn arm.
‘Je kunt toch ook een andere bus nemen, ik bedoel dat is vast niet de enigste bus die langs het ziekenhuis rijdt.’
‘Nou, ik wil gewoon zo snel mogelijk Daisy zien, ik heb echt geen tijd voor koeken.’
‘Wat maakt een paar minuten nou uit. Ze hebben ook een Febo en AH-on-the-go, ik zou echt even tijd nemen om iets te eten. Het is al bijna etenstijd.’
‘Ik eet dan wel wat in het ziekenhuis. No big deal. Maar ik nu moet nu echt gaan, anders mis ik hem nog echt.’
‘Goed! Ik bedoel eten in het ziekenhuis is smerig. Het is spitsuur, het vast slimmer om even te wachten. Andere bussen zijn goedkoper dan 388.’
‘Wacht eens even, ik heb je nooit vertelt dat ik bus 388 neem. Dit wordt creepy en ik moet nu echt gaan.’
Toen verloor het meisje het en begon te huilen.
‘ALSJEBLIEFT, NEEM NIET BUS 388! GELOOF ME, JE KRIJGT ER SPIJT VAN!’ schreeuwde ze uit en een paar mensen keken naar ons. Ze had me ook al bij mijn arm gegrepen. Op dat moment realiseerde ik dat dit meisje gestoord was.
‘Nou, nog veel succes met je moeder, ik moet nu gaan.’
Ik trok me los uit haar greep en begon te rennen al een gek.
‘NEE, WACHT, IK KAN HET UITLEGGEN!’ hoorde ik haar nog schreeuwen.
Ik zag vanuit in de verte dat 388 er al stond en rende nog harder, alleen om hem net voor mijn neus te zien wegrijden. Ik vloekte. Als die gek me niet had tegengehouden onderweg naar het ziekenhuis, nu moet ik nog een kwartier wachten tot de volgende, dacht in mezelf.
Later die avond hoorde ik het nieuws, bus 388 was in een groot ongeluk gekomen, met één dode en meerdere gewonden. ‘Jij moest toch die bus nemen, wat een geluk dat je hem heb gemist,’zei mijn vriend nog tegen me.
‘Ja, wat een geluk,’ had ik afwezig geantwoord. Het meisje had misschien wel een mijn leven gered. Toen ik Daisy in mijn armen had wist ik weer waar ik het meisje van kende. Daisy had rood haar, net als ik.

Ontwerp door Willem Verweijen