Puck Abbing

20 jaar - Gymnasium

18
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Puck Abbing (20 jaar)

? stemmen

Het pakketje in de tas, een auto, geld

En daar zit je dan, in de trein te wachten totdat je bent waar je moet zijn. Ik herinner me nog dat ik vroeger met de trein naar mijn oma ging maar dat is ook eigenlijk het enige wat ik nog weet. Mijn naam? Ver weg. Waar ik vandaan kom? Geen idee. Wat ik wel weet is dat ik een briefje met de tekst: ‘Ga naar Eindhoven’ in mijn tas had zitten, wat een raar verzoek was aangezien ik in Amsterdam was volgens vreemdelingen op straat, en Eindhoven dus ver weg was. Ook had ik geen geld om de trein te nemen en moest ik dus zwartrijden. En zo zat ik dus in de trein naar Eindhoven, zonder te weten wie ik ben, wat ik ga doen. Ik keek rond in de coupé en zag een oma, een gothic, een dikke vrouw en een meisje van ongeveer mijn leeftijd met een koptelefoon op. Ik besloot naar haar toe te gaan, ik had immers niks te doen en in het geval dat er een conducteur komt kan ik er dan voor zorgen dat ik niet verdacht leek. “Hoi” zei ik. Ze keek me aan met een vragende blik en haalde de grote koptelefoon van haar hoofd. Ze was best knap en als ik niet op missie was had ik geprobeerd om haar te fixen. “Hoi” zei ze, “Ik ben Dalia, wie ben jij en waarom stoor je mij?”. Ik was redelijk beledigd hierdoor maar dacht na, wie ben ik? Nog steeds geen idee. “Tom” zei ik. We praatten de rest van de reis en de tijd ging snel voorbij. Toen we uitstapten vroeg ze waar ik heenging. “Ik ga iets zoeken” antwoordde ik. Niet gelogen. Ik stapte net uit het station toen ik me bedacht dat ik geen idee had waar ik heen moest. Ik dacht na, waar kan ik een hint vinden? Ik besloot mijn tas te onderzoeken. Een lege broodtrommel, een hangslot, een boek over wiskunde, een etui en een telefoon. Een telefoon! Ik pakte de telefoon en probeerde hem aan te zetten. Helaas; battery low. Aan de rest van de voorwerpen had ik niks dus ik ging naar een telefoonwinkel die op de hoek van de straat zit naast een winkel die me vaag bekend voorkomt. “Primark”. Volgens mij vond ik deze winkel niet zo leuk want onwillekeurig liep ik er met een boog omheen. De man in de winkel vertelde me een hoop over het mobieltje. Ik luisterde niet maar aan het einde vroeg ik of hij hem op kon laden. De man vond het een raar verzoek maar deed wat ik vroeg. 2 uur door de stad wandelen later ging ik terug naar de winkel en pakte mijn mobiel, keek door de contacten en zag namen staan. Naomi, Mama, Papa, Julia <3 en nog een paar. Omdat ik dacht dat Julia mijn vriendin was, drukte ik op haar naam. De telefoon ging over, en over, en over en toen was het stil. “Hallo?” zei ik. KLOOTZAK! HOE DURF JE MIJ TE BELLEN NA WAT ER GEBEURD IS? IK WIL JE NOOIT MEER SPREKEN! Ik hoorde een lange piep en bleef achter met een verdwaasde blik. Wat had ik gedaan? Geen idee. Ik belde “Papa”. De telefoon ging over, en een zware stem stelde zich voor als Jan Muller. Ik zei: “Hoi, je spreekt met je zoon..” “WAT? Heb ik een zoon? WHAHAHAHA zeker weten niet! Hoe oud ben je jongen?” Ik had geen idee maar ik schatte mezelf zo rond 14. “Jongen, ik heb in geen 20 jaar een vrouw gehad!” Ik drukte de man weg, ik was bang voor wat hij allemaal nog meer ging vertellen. Een SMS kwam binnen. Althans dat dacht ik, het waren er twee. Eentje van KPN: U heeft geen beltegoed meer, gelieve uw beltegoed te upgraden. En een andere, van een anoniem nummer: Goed zo! Kom maar naar huis toe, jan luijkenstraat 18. Ik keek op een openbare kaart en liep erheen. Eenmaal aangekomen liep ik naar binnen en zag een hoop mensen staan. Een jongen begon tegen me te praten: Hoi, hoe gaat het?” Je had een aardige klap op je kop gehad!, waarom was je uit het ziekenhuis weggelopen?” Ik herinnerde me weer wat, een voetbal op mijn hoofd een doelpaal die snel op mij af kwam, het ziekenhuis, de vreemde man die mij de tas gaf. Wacht eens even! Die man! Die man heb ik eerder gezien, maar waar? Ik keek om me heen, hopend dat ik erachter kwam wie het was door middel van de dingen in deze kamer. Maar helaas, ik had geen idee. De jongen vertelde verder: “Maar fijn dat je er bent, we hebben wel heel lang op je moeten wachten.” Ik had geen idee waar het over ging. Meer herinneringen. Een pakketje in de tas, een auto, geld. Waar was dat geld gebleven? Ik keek weer rond in de kamer. Ik herkende mensen, ik herkende mijn oma en mijn moeder en wist weer dat mijn vader 2 jaar geleden was gestorven aan longkanker, ik wist wie de man in de hoek was en.. Ik zag Dalia staan.. Ik liep naar haar toe terwijl ik de jongen midden in zijn verhaal achterliet. “Dalia? Wat doe jij hier? Jij kende mij toch niet?” “Ik niet, Julia wel, ze is erg boos op je nadat je zo hebt geflirt met mij”. “Ow”, hoorde ik mezelf beschaamd zeggen. “Het geeft niet, ik vind je nog steeds leuk..” “Ow” hoorde ik mezelf weer zeggen. En we raakten weer aan de praat.

Ontwerp door Willem Verweijen