Sophie Noorman

19 jaar - Vwo

17
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sophie Noorman (19 jaar)

? stemmen

Het water….

Het is 31 januari 1953.

In Zeeland is het koud en guur.

Sanne is bij Lizzy huiswerk aan het maken.

Het is gezellig. De meiden praten Engels met een heel overdreven accent en drinken een glaasje limonade.

Lizzy’s huis staat op een hoge dijk, terwijl Sanne juist heel laag in het dorp woont.

Ze zijn bijna klaar en het is half vijf. Sanne moet zo naar huis. Als ze net de slappe lach hebben horen ze een klap. Het onweert. Sanne is niet bang en gaat even later gewoon naar huis, want het stormt wel vaker in Zeeland.

Ze is net op tijd thuis, want de storm breekt nu echt los.

Sanne en haar familie eten boerenkool met worst. Sanne zegt: ‘Het was echt leuk bij Lizzy, ze heeft een heel grote kamer! Morgen gaan we weer afspreken.’

De vader van Sanne zegt: ‘Zou je dat wel doen? Ik bedoel, wéér afspreken?’ ‘Jahaaa pap!’

Het is 7 uur. Sanne gaat naar boven om haar kleine zusje van 3 en haar broertje van 4 naar bed te brengen.

Het gaat steeds harder waaien en stormen. Sannes zusje Manon en haar broertje Thomas zijn bang. ‘Blijft het nog lang stormen?’ vraagt Manon. ‘Ik weet het niet.’ zegt Sanne. ‘Ga maar lekker slapen, het komt allemaal weer goed.’

Als Sanne weer beneden komt ziet ze alleen haar moeder zitten. ‘Waar is papa?’ vraagt Sanne. ‘Die is bij de zeemannen helpen, want het water staat hoog’.

‘Oh mama, ik ben zo bang’, zegt Sanne. ‘Het komt allemaal goed schatje’, spreekt haar moeder troostend.

Rond een uurtje of 1 ’s nachts horen ze het weeralarm! Er wordt op de deur geklopt: ‘Het water komt, het water komt, ga naar boven!’

Sanne schrikt. ‘Mama!’Mama!’ Ze rennen naar boven, Sanne maakt haar broertje Thomas en haar zusje Manon wakker. ‘Naar boven!’schreeuwt ze. Ze pakt Manon op haar arm en neemt Thomas op haar rug. Zo rennen ze de trap op. Na een tijdje op zolder gezeten te hebben horen ze beneden alles stuk gaan. Gelukkig hadden ze gered wat er te redden viel. Sanne zegt: ’We moeten wat verzinnen waardoor we kunnen blijven drijven als het water zo naar boven komt. Haar moeder geeft haar gelijk. ‘We kunnen misschien een deur pakken die boven komt drijven.’ ‘Maar daar passen we nooit met zijn allen op.’ ‘Dat is waar.’ ‘Als we die oude kast nou uit elkaar trekken, kunnen we twee planken maken en dan neem ik Manon en jij Thomas.’ zegt Sanne. ‘Veel tijd om iets anders te bedenken hebben ze niet, want het water is al op de verdieping van de slaapkamers. Nog één verdieping hoger en ze zullen verdrinken. Ze pakken de oude kast en trekken deze uit elkaar. Inmiddels liggen Manon en Thomas weer te slapen. Het water komt nu zo snel naar boven dat ze echt moeten haasten. Het is zwaar, maar het lukt. Ze klimmen uit het dakraam en gaan voorzichtig op de planken zitten. Als het water hoog genoeg is, kunnen ze gaan drijven. Het water is nog net niet hoog genoeg, maar wel een stuk langzamer gaan stromen. Na een kwartiertje staat het water hoog genoeg en beginnen ze te drijven.In het holst van de nacht in een ijzige koud. Onderweg op de planken, op zoek naar hulp, houden ze elkaars handen vast, zodat ze elkaar niet kwijt kunnen raken. Ze zoeken een reddingsboot. Om zich heen zien ze gruwelijke beelden, zoals mensen die verdrinken of dieren die vast komen te zitten en uiteindelijk ook verdrinken. Maar ze zienook bijzondere beelden: een vrouw is in de dakgoot aan het bevallen. Ze kijken om zich heen, zoekend naar reddingshelikopters en boten. Sanne bedenkt zich dat Lizzy niet zo ver van de plek waar ze nu zijn vandaan woont, en dat ze op een hoog gelegen gebied woont. ‘Kunnen we niet naar Lizzy?’ vraagt Sanne. ‘Normaal zou haar moeder nee hebben gezegd en zeggen van: ‘nee daar zitten die mensen niet op te wachten.’ Maar nu zegt ze ja. ‘Ik weet de weg ’ zegt Sanne. Door zich vast te houden aan bomen en takken komen ze aan bij Lizzy. Ze bonken op de deur, maar geen gehoor. Ze schreeuwen: ‘Lizzy!!!’ ‘Lizzy!!!’ ‘Eindelijk wordt er boven een raam open gedaan. ‘Laat ons naar binnen! We verdrinken zowat!’ Lizzy weet niet hoe snel ze de deur open moet doen. Als Sanne, Thomas, Manon en haar moeder een beetje opgewarmd zijn, vraag Sanne: ‘Waar is papa?’ ‘Ik weet het niet.’zegt haar moeder. Angst maakt zich van Sanne en haar moeder meester. Dan zwaait de deur open. In de deuropening staan de vader van Lizzy en…. de vader van Sanne. Ze leven nog.

Als het weer veilig is om naar buiten te gaan, blijkt dat het huis van Sanne en haar familie compleet onbewoonbaar is geworden door de ramp met het water.

Daarom blijven zij in de tijd dat er nieuwe huizen worden gebouwd bij Lizzy en haar familie wonen.

Het is nu februari 2015.

In Zeeland is het koud en guur.

Sanne en Lizzy zijn nog steeds vriendinnen en drinken samen een kop koffie.

Ze halen herinneringen op aan die ene dag toen zij samen huiswerk maakten en de storm losbarstte.

Samen voor altijd verbonden met die ene dag in februari 1953 waarop het noodlot zich voltrok en moeder natuur haar verwoestende karakter toonde.

De dag van de Watersnoodramp.

Ontwerp door Willem Verweijen