Tamara van der Voort

23 jaar - Gymnasium

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Tamara van der Voort (23 jaar)

? stemmen

Je bleef maar rennen

Ik zag je. Voor het eerst weer. Het was een druilerige dag, zoals er velen zijn. Maar dat maakte niet uit. Ik zag je weer. Je wenkte me, dus ik volgde je. Je rende weg van me, en ik volgde je. Je bleef maar rennen. Ik hield je bijna niet bij. Je rende en rende. Langs dat warme bakkertje met heerlijke broodjes. Langs de bloemenwinkel waar ik nog bloemen had gekocht voor je. Van die mooie gele, geel als de zon. Dat kon jij wel gebruiken toen. Jammer genoeg stopte je niet. Je rende verder. Langs de supermarkt met de supermarkt lucht die jou weer eens normaal deed voelen. Je keek er zo lang naar uit om met mij boodschappen te doen. Kleine dingen. Daar hield je van. En daar ging je weer. Langs de dierenwinkel waar je altijd vogelzaad kocht. Dan gingen ze zo mooi zingen. Maar zingen deden de vogels niet zoals jij. Nu in ieder geval niet meer. Je rende zo snel daar allemaal voorbij. Daar ging je weer de hoek om. Ik volgde je nog steeds. Je ging een andere route dan ik verwachtte. Misschien had je er op dat moment zin in. Daar was je altijd wel voor in, om eens iets anders te proberen. Dat was jouw echte ik. Je rende verder. Altijd onderweg. Je rende al bijna het dorp uit. Ik had geen idee wat je einddoel was. Maar je leek precies te weten waar je heen wilde. Zoals altijd. Jij wist wat je wilde. Ook toen het minder ging. Er was maar een ding wat je wilde en je zou erin slagen. Zo koppig. Ook toen rende en rende je verder. Je ging overal langs. Met of zonder lach, maar altijd met moed. Dat bewonderde ik aan je. Nu nog steeds. Je rent altijd verder, met zoveel moed. Hoe doe je het toch, denk ik bij mezelf. Je rende nog steeds. Daar ging je langs het weilandje. Met de kinderboerderij op de achtergrond. Daar ontmoette ik je voor het eerst. Tussen de kippen en kleine paardjes. Wat een fijne herinnering. Het doet pijn om er aan te denken. Gelukkig rende je daar voorbij. Daar ging je weer. De route leek op de weg naar school, maar toen we aankwamen bij school, rende je weer door. School. Daar was je zeker graag. Naast de supermarkt wilde je ook naar school. De leraren waren extra aardig, zelfs tegen mij. Ze wisten hoe erg ik je soms miste, toen al. Het was zo leeg zonder jou. Soms kwamen ze op bezoek, voor schooldingen of gewoon omdat ze je wilden steunen. Je vond dat altijd fijn. Ze dachten aan je. Zelfs nu denken ze nog aan je. Daar zal je wel blij mee zijn. Je rende en rende. Ik raakte buiten adem. Je leek steeds harder te gaan rennen. Waar ging je toch heen? En toen rende je het dorp uit, met mij achter je aan. Ik snapte er niets van. Hier is toch niets meer? Geen plekken waar je heen wilt? Of wel? Ik begon je uit het zicht te verliezen. De steken brandden in mijn zij. Hoe kon jij doorrennen? Was jij dat wel? Dat kon niet anders. Niemand anders had van dat prachtige korte haar. Wilde je echt niet stoppen? Je rende steeds meer voor me. Ik kon je niet meer bijhouden. Alsjeblieft, wachtte nou even. Dan kon ik je bijhouden en dan konden we samen zijn. Maar je rende door. Ik moest ook wel rennen, ik wilde je niet verliezen. En toen was ik je kwijt.

Stil stond ik. Ik had geen idee waar. Groen gras was geplet onder mijn voeten. Verderop was de kale plek nog te zien. De sporen van de schoppen waren nog duidelijk aanwezig. De plek was erg kleurig. Net zoals jij. Wel raar. Op deze trieste plek. Ik weet waar ik sta. De kleuren helpen me. Het geeft me het gevoel dat je veilig bent. De steen staat als een trouwe wachter bij je kussen. De kleuren. De bloemen. Het zand. Het werd te veel. Toen begon ik te huilen. De tranen die ik zolang had in weten te houden. Ze stroomden over mijn gezicht. Ik zag je. Ik zag je! Maar je bent er niet. Een rilling. Een warm gevoel van binnen. Je bent er wel. Maar ook niet. En toch. Ik zag je.

En ik mis je zo.

Ontwerp door Willem Verweijen