Pia Boonstoppel

18 jaar - VWO

64
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Pia Boonstoppel (18 jaar)

? stemmen

Je hebt al verloren!

De wekker gaat, nog heel even. De wekker gaat opnieuw, nog 5 minuutjes. Papa roept nog een keer naar boven, ik versta hem niet helemaal. Ik geloof dat hij iets zegt over dat hij naar zijn werk gaat. Met mijn slaapdronken hoofd en mijn halfdichte ogen kijk ik op de wekker. Onee! Ik ben veel te laat! Snel trek ik mijn kleren aan en prop een boterham naar binnen. In mijn haast vergeet ik mijn mobiel. Onderweg naar de schuur struikel ik, en sta weer op. Snel spring ik op mijn fiets en race ervandoor. In mijn gedachten ben ik aan het tellen, als ik heel snel fiets haal ik misschien nog net de tweede bel.
Ook al fiets ik hier iedere dag, ik heb het gevoel dat er iets anders is. Iets wat hier nog nooit zo is geweest. Ik kijk achterom, ik zie niemand. Toch voel ik twee ogen in mijn rug prikken. Het gevoel dat ik word achtervolgd maakt me bang. Waarom heb ik dan ook het pech dat ik ergens in de middle of nowhere op de dijk woon? Er is niemand om me heen, tenminste zover ik kan zien. Ik hoor een geluid. Het enige waar ik op dit moment aan kan denken is dat ik moet fietsen, zo hard als ik kan.
Achter me hoor ik een auto. Ik ben blij dat ik nu niet meer alleen ben op deze dijk. Ik kijk achterom. Te vroeg gejuicht, achter het stuur zit een onguur type. Hij kijkt me indringend aan. Ik voel me banger dan ik ooit geweest ben. Waarom ben ik dan ook mijn mobiel vergeten? Het is duidelijk dat deze man op mij uit is. Wat moet hij van me? Waarom ik? Wat heb ik gedaan? De auto geeft gas en komt naast me rijden. Het raam gaat open. Ik zie dat de man in de auto een verwarde blik in zijn ogen heeft en een pyjama draagt. Hij roept: “Je kan beter nu stoppen, ooit krijg ik je te pakken! Je hebt al verloren kleine rat!” Ik ben in de war, wat moet ik doen? Als ik verder fiets krijgt hij me toch wel te pakken, maar als ik nu stop dan weet ik zeker dat ik geen kans meer heb. Ik roep terug, “Wie ben jij en wat moet je van me?!” Ondertussen ben ik uitgeput en mijn benen kunnen gewoon niet meer, ik besluit om te stoppen. Ik wil wel eens weten wat hij van me wil.
Ik stop, de auto ook. Ik kijk de man aan met mijn meest boze blik, ik weet dat het niet helpt maar toch. De man zegt: “Zo, jij dacht dus dat je zomaar van me af kwam?” Ik zeg: “Ik weet echt niet waar u het over heeft. Kunt u het me uitleggen?” “Oké, goed, waar moet ik beginnen. Jij hebt iets wat van mij is, dat weet je zelf ook.” “Wat zou dat moeten zijn dan?” “Jij weet het zelf dondersgoed, doe niet alsof je dom bent!” Vaag hoor ik iemand mijn naam roepen. De man schreeuwt tegen me en komt naar me toe. Ik kan hem niet meer horen. Mijn naam wordt steeds harder en harder geroepen. Dan schrik ik wakker, badend in het zweet. “Goedemorgen Sabine, wat is er aan de hand?” vraagt mijn moeder. Ik kijk op mijn wekker, shit veel te laat! Ik moet snel naar school!

Ontwerp door Willem Verweijen