Nina Hamels

22 jaar - VMBO-T

20
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Nina Hamels (22 jaar)

? stemmen

Kon ik maar

Kon ik maar

Maandag is vandaag al, kon ik maar iets doen om haar langer te blijven zien.
Het deed me pijn, maar ik moest verder en zij ook. Daar stond ze dan, ik roep haar: ’oma !’, en geef haar een lange knuffel, de tranen schieten in mijn ogen, ik mag haar niet kwijt raken, precies nu ik zo goed met haar om ga. Ze vertelt me dat ze hier niet langer kan blijven en vertelt dat het mij wel lukt en dat ik er wel overheen kom. Maar ik weet zelf ook wel dat dat alleen is om me te troosten. We praten nog even en dan gaat ze, ze stijgt langzaam op, ik blijf haar nakijken. Nog voordat ze in de wolken verdwijnt zegt ze me: ‘ik hou van je Kaithlyn’. Ik wil terug roepen: ik hou ook van jou, maar ik ben te laat, ze is al verdwenen tussen de wolken. Kon ik maar met haar mee, kon ik haar maar terug halen.

Ik word wakker, ik lig in een ziekenhuis en jeetje, wat doet mijn heup pijn. Ik zie mijn man Toine naast mij zitten. Ik wil vragen wat er is gebeurd maar er komt alleen maar een raar geluid uit. Toine merkt dat ik wakker ben, hij geeft me een kus en vraagt hoe ik me voel maar ik merk dat ik alleen maar kan liggen. Toine zegt: ‘Rose, kan je me horen?’. Ik knipper maar met mijn ogen als bevestiging en hij heeft het door, van blijdschap knuffelt hij me. Toine belt zo snel mogelijk de rest van de familie maar zodra ze er zijn merk ik dat het alleen mijn kinderen maar zijn, ik had mijn kleinkinderen ook graag willen zien. Na een tijdje worden ze weggestuurd, ze nemen afscheid en gaan, niet veel later val ik in slaap. De volgende ochtend komt er een dokter langs, de dokter kijkt heel bezorgd, hij ziet dat ik niet goed aan het genezen ben en op het blaadje dat hij invult zie ik, dat ik ben geopereerd aan mijn heup. De dokter had er allemaal andere artsen bij gehaald. Ze deden allemaal slangetjes aan mijn armen en die slangetjes zaten aan allemaal apparaten. Blijkbaar had ik niet lang meer, maar ik voelde me heel fit. Die avond kwam Toine heel verdrietig binnen hij bleef me zeggen dat hij van mij houdt. De zelfde dokter die vanochtend langs kwam vertelde Toine dat hij afscheid moest nemen, hij belde de kinderen. Toen de kinderen er met de kleinkinderen waren vertelde Toine dat ik niks kon horen en zien, maar ik wist zelf ook wel dat hij dat maar zij om de rest van de familie niet nog verdrietiger te maken. Wanneer iedereen afscheid heeft genomen gaan de kleinkinderen weg, ik krijg een spuitje van een dokter en ik val in slaap. Terwijl ik slaap is het opeens heel rustig, ik droom dat ik langzaam opstijg en ik denk dat ik mijn lichaam zie liggen in het ziekenhuisbed, ben ik een geest? Ik zie ook mijn man, kinderen, en kleinkinderen verdrietig weglopen. Ik ben steeds meer aan het stijgen, ik zweef nu boven het ziekenhuis, mijn zicht wordt steeds groter en groter. Ik schrik, het wordt wit, de wolken verpesten mijn zicht. Opeens wordt het donker, ik hoor allemaal stemmen, en ik zie een wit lichtje, het komt op mij af. Het witte lichtje pakt mijn hand en neemt mij blijkbaar mee naar een andere wereld. Het blijkt een eiland te zijn. Daar in die andere wereld zie ik allemaal andere lichtjes, en andere mensen maar bij al die andere mensen zie ik ook een wit lichtje op de plek van hun hart. Het lichtje dat nog steeds mijn hand vast heeft, neemt me mee naar een speciaal gedeelte. Ik zie daar een vrouw in de weide zitten, ze komt naar me toe en kijkt me vriendelijk aan en spreekt: ‘welkom, ik ben Seraphine. Je ben nu op het onzichtbare eiland: Boharos, hier verblijven alle overleden mensen’. Ik bedank haar en wil weggaan naar alle andere mensen maar ze houdt me tegen en verteld: ‘Beste Rose, ik snap dat je graag kennis wilt maken met alle anderen maar ik heb een voorstel’. Ze legt me uit dat ik voor de laatste keer iemand mag zien van de levende mensen voor een paar dagen. Ik hoef eigenlijk niet lang na te denken, ik weet al gelijk dat ik Kaithlyn kies, mijn oudste kleindochter. Na nog wat te hebben gepraat, brengt het lichtje mij naar de school van Kaithlyn. Ik spreek af met het lichtje dat ik maandag aan het eind van de middag weer wordt terug gebracht. Eenmaal in de school zoek ik naar mijn kleindochter. Ik vind haar en ze was blijkbaar al op de hoogte want ze is heel blij om me weer te zien. Die vrijdag ging snel voorbij, we hadden veel gekletst. Toen ze moest gaan hadden we afgesproken dat we elkaar morgen weer zouden zien. Zaterdag kon ze met veel moeite naar buiten, maar ze was er. We hebben veel leuks gedaan, gebowld, gezwommen, maar vooral veel genoten. Toen we maar voor maandag hadden afgesproken klonk ze heel verdrietig maar ging ze er maar niet op in want ze wist dat ik het ook moeilijk had. Nadat ze naar binnen was gegaan ging ik naar het park en daar op een bankje zitten ik begon te bedenken wat ik maandag allemaal tegen Kaithlyn ging zeggen, maar tijdens het bedenken viel ik in slaap. Zondag was ik naar Toine gegaan, ik hoopte dat hij thuis zou zijn, maar tevergeefs was hij er niet. Ik begon maar rond te lopen in de wijk want ik wist dat als ik maandag terug ging naar Boharos dat ik dit nooit meer terug zou zien. In de avond liep ik terug, en viel op het zelfde bankje weer in slaap. Toen ik de volgende ochtend snel naar Kaithlyn ging, vond ik het moeilijk, ik was ook vergeten wat ik haar zou zeggen. Daar stond ze dan, mijn kleindochter.

Ontwerp door Willem Verweijen