Sam Wolfs

21 jaar - havo

12
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sam Wolfs (21 jaar)

? stemmen

In mijn dromen onderweg

Ik lig in bed, te denken aan hoe mijn leven nou eigenlijk is. Is het leuk, spannend of gewoonweg echt fantastisch. Nou, dat laatste zeker niet. Mijn leven is in 1 woord: saai. Echt vreselijk saai. Mijn ouders zijn alleen maar aan het werk, ik heb geen broers of zussen en op school is het ook niet al te leuk. De kinderen uit m’n klas vinden me anders. Ze vinden me anders omdat ik vaak dromerig voor me uit zit te staren en niet echt contact leg met andere. Daar heb ik ook echt geen behoefte aan eerlijk gezegd. Dat “dromerig voor me uit staren” doe ik inderdaad vaak. Omdat mijn leven zo saai is droom ik over mijn leven hoe het er over een paar jaar uit ziet. Lekker veel reizen en mooie plekken zien, want wij gaan bijna nooit ergens naartoe. Mijn ouders moeten namelijk altijd werken en in de vakanties zijn ze meestal overspannen, daar heb ik dus ook niks aan.
Ik lig in mijn bed en heb eigenlijk wel weer zin om in mijn vliegtuig naar dromenland te gaan. Het maakt niks uit waar ik uitkom, elke plek is beter dan mijn saaie leventje.
Ik land op de top van een hoge berg, er ligt sneeuw op. Tot mijn verbazing is het helemaal niet koud, ik heb het zelfs bloedheet. Opeens zitten er skies onder mijn voeten en zoef ik de berg af. Ik heb nog nooit in heel mijn saaie leven geskied, maar dat maakt niks uit want in mijn dromen kan alles. Mijn skies zijn plots verdwenen en hebben plaats gemaakt voor gele slippers met een tropische bloem erop. De sneeuw is ook verdwenen, nu is de grond bedekt met zand. Ik voel iets nats bij mijn tenen. De zee! Er spoelen prachtige schelpen aan in allerlei kleuren en verderop ligt een bootje. Het bootje heeft een neus, ogen en een mond en het roept dat ik aan boord mag komen. Het bootje begint meteen te varen en voordat ik het weet varen we de grachten van Amsterdam binnen. Weg zand, weg zee. Nu worden we omringt door prachtige grachtenpanden. Het bootje maakt weer vaart en ja hoor, we varen in de rivier van de Amazone. We worden niet meer omringt door prachtige grachtenpanden maar door een groot bos, de jungle. Ik krijg rillingen bij de gedachte wat voor dieren er in de jungle verstopt zitten. Ik stop snel met die gedachtes want het bootje maakt weer vaart. Dit keer gaat het bootje onderwater. Opeens heb ik een duikpak aan en zwem ik tussen de haaien. Het bootje is verdwenen. Ik zwem verder en zie een prachtig koraalrif met wel duizenden vissen. Ik kom gewoon ogen te kort zoveel is er te zien. Dan trekt de stroming me omhoog en sta ik opeens op time square in New York. Om me heen is het een drukte van jewelste. Overal waar ik kijk lopen mensen en torene wolkenkrabbers hoog boven de menigte uit. Ik heb altijd al eens in zo’n wolkenkrabber willen kijken, en voor ik het weet sta ik in de lift van een van de grootste wolkenkrabbers in de stad. Maar de lift stopt niet, hij blijft maar stijgen. Dan komt de lift oppeens met een klap tot stilstand. De deuren gaan open en ik zie een hele grote woestijnvlakte. De lift verdwijnt en ik val in het zand. Overal waar ik kijk is zand, er is niet eens een zee. Ik begin te lopen en kom al snel iemand tegen. Nouja iemand, een kameel. De kameel begint tegen mij te praten. Hij vraagt of ik misschien mee wil rijden. Ik klim tussen zijn bulten en hij begint meteen te rennen. Ik moet me stevig vasthouden want de kameel gaat als een speer. Dat gaat alleen niet zo makkelijk want al gauw val ik achterover in het zand. De kameel is opeens verdwenen. Plots begint het heel hard te waaien en er komt een grote zandstorm op me af gestoven. Ik kan me nergens verbergen dus probeer ik me maar zo klein mogelijk te maken. Het zand vliegt overal om me heen en plotseling voel ik dat de aarde onder me begint in te zakken. Het zand vormt een diep gat en uiteindelijk val ik. Meters diep en ik weet niet waar ik terecht zal komen. Hij lijkt uren te duren maar er komt geen einde aan de val. Tot ik plots beland in een boom met stekelige takken. De zon schijnt erg fel in mijn ogen. Ik kijk over de takken van de boom heen en zie een grote vlakte met allemaal dieren. Ik val uit de bodem maar ik kom zacht terecht. Ik voel de ogen in mijn rug prikken, ik draai me snel om. Ik sta oog in oog met een levensechte leeuw. Eigenlijk wil ik weg rennen maar de leeuw begint al gauw tegen mij te praten. Hij verteld me dat ik op de savanne terecht ben gekomen en dat er een jeep voor me klaar staat waarmee ik op safari ga. De jeep komt aangereden en we vertrekken meteen. Ik zie olifanten, giraffen, leeuwen met hun welpjes, vogels in allerlei kleuren en een hele grote neushoorn. Het lijkt wel uren te duren en steeds komen er weer dieren bij. Maar de jeep verteld me dat dit de laatste plek is waar ik vanacht heen reis. Het liefst wil ik hier voor eeuwig en altijd blijven, heel de dag onderweg naar een bijzondere plek vol prachtige en nieuwe dingen om te ontdekken.

Voor ik het weet is de savanne verdwenen en staar ik naar het plafond in mijn kamer.
Moe van de lange reis die ik in mijn dromen heb gemaakt. Over een paar jaar bezoek ik de plekken die ik in mijn dromen ben tegengekomen. Als dat toch zou kunnen, dat overtreft echt mijn stoutste dromen.

Sam Wolfs H2C

985 woorden

Ontwerp door Willem Verweijen