Anoniem

28 jaar - Havo

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Anoniem (28 jaar)

? stemmen

Naar hem toe

Iedereen zit op zijn plaats in het vliegtuig. Ik zit tussen twee mannen. Een wat oudere man en een jongen van mijn leeftijd, die ik al eerder zag zitten bij de vertrekhal. Het vliegtuig zou elk moment moeten opstijgen. Ik ben zenuwachtig, maar tegelijkertijd blij. Eindelijk naar bae toe. We zijn laat op schema. Wanneer begint dat vliegtuig nou eens in beweging te komen? Ik heb hem al ge-sms’t dat ik wat later ben. Ik kan niet wachten tot ik hem weer zie. Oh! Het vliegtuig beweegt. Snel sms ik bae dat we in beweging komen en dat hij de aankomsttijd in de gaten moet houden. Ik zet mijn mobiel uit, doe mijn oordopjes in en wacht tot het vliegtuig opstijgt. Het ergste moment van de vliegreis. Intussen kijk ik nieuwsgierig naar hoe de stewardessen uitleggen hoe de reddingsvesten werken. Ik voel een steek in mijn buik van de zenuwen. Wanneer het vliegtuig vaart begint te maken begint mijn hart sneller te kloppen. Ik voel de snelheid van het vliegtuig in mijn lichaam en doe alsof mijn stoel me geruststelt door mijzelf naar achteren te drukken. Wanneer het vliegtuig van de grond komt voel ik dat mijn maag naar beneden wordt getrokken en mijn hoofd begint te draaien. Ik kan mijn angst niet meer verbergen en laat mijzelf eronder begaan. Ik klem mijn armen vast aan de leuningen en knijp mijn ogen dicht. Ik probeer weer te ontspannen, maar bij elke stroom luchtdruk die ik in mijn maag voel zak ik weer terug mijn stoel in. Ik merk dat er een blond meisje, een rij naast ons, naar mij kijkt, maar het kan me niks schelen. De angst haalt de schaamte weg voor alle mensen die mij aanstaren en zullen zeggen: ‘wat is er mis met dat kind daarginds?’ Het waren maar een paar seconde die ik zou moeten acteren, maar het was me niet gelukt. Tijdens de vliegreis keek het blonde meisje af en toe naar mij, met haar blauwe nieuwsgierige ogen, alsof ze wachtte op het vervolgdeel van mijn dramatische scene van net. Soms keek ik terug naar haar en dan keek ze weer snel weg. Gelukkig sliep de wat oudere man links van mij, en tot mijn geruststelling gaf de jongen rechts van mij geen enkel signaal af van mijn nogal heftige reactie van net.

Na twee uur waren we geland met het vliegtuig. Ik sprong van mijn stoel af, ongeduldig wachtend tot alle passagiers hun bagage hadden en uit het vliegtuig stapte. Mensen keken met verbazing naar mij op en vroegen zich zeker af waarom ik zo gehaast was. Ik wou mijn bae zien, die op mij wachtte op het vliegveld. Ik wilde hem zo snel mogelijk zien en in zijn armen rennen, hem aanraken, zoenen. Na een maand en twee weken hem niet gezien te hebben miste ik hem. Ik liep met een hoog tempo door het vliegveld heen. Het was groot. Een mooie zwarte glimmende vloer, veel winkels, hoog plafond. Alle winkels leken te glimmen. Het was rustig op het vliegveld van Barcelona. De winkels waren al gesloten. Vlak voor de uitgang belde hij mij. Ik neem op en hoor zijn stem. ‘waar ben je nu?’ vroeg hij. ‘Ik ben al geland, bijna bij de uitgang’. Hij was nog in de bus. ‘Shit, ik dacht dat je pas om half tien daar zou zijn’. Ik hoopte dat hij een grap maakte, maar dat was niet zo. Ik merkte aan zijn stem dat hij gefrustreerd en droevig was. Hij vermoedde dat ik teleurgesteld was en dat was ik ook. Ik voelde me ellendig. Ik had er zo vaak over gefantaseerd hoe het zou zijn om hem op het vliegveld te ontmoeten. Hoe het zou zijn elkaar zo lang voor de eerste keer niet gezien te hebben. Ik zocht naar de bussen en hun aankomst, ik wilde hem zo snel mogelijk omarmen, ik nam de lift naar beneden, maar even later bedacht ik me en rende ik weer omhoog. Wat als ik hem zou mislopen? Het was beter als ik gewoon zou wachten op hem vlakbij de uitgang. Ik schaamde mij. Mensen zagen mij haasten naar de uitgang. En toen ik bij de aankomsthal aan kwam stond het vol met mensen, maar mijn bae stond daar niet bij. Niemand wachtte op mij. Alsof er niemand was die om mij gaf. Zo leek het. Ik ging zitten voor een etalage winkel, op een ijzeren leuning, met het lege gevoel alsof ik geen reden had om hier te zijn. Ik bleef daar zitten, met mijn gezicht naar beneden en mijn haar voor mijn gezicht. Ik keek treurig naar het zwarte scherm van mijn mobiel, met mijn vinger gleed ik over het beeld, alsof ik iets aan het bekijken was. Hij belde mij even later nog een keer toen hij op het vliegveld was. Ik staarde even naar zijn naam die op mijn mobiel verscheen en nam toen op. Hij wist niet waar hij was en zocht mij. Ik vertelde waar ik was en hing toen op. Toen ik om mij heen kijk zag ik hem niet, en toen belde hij weer. Hij vroeg weer waar ik was, en vertelde dat hij daar ook was. Ik keek naar rechts en toen zei hij: ‘oh, ik zie je al’. Ik stond op en kon de glimlach op mijn gezicht niet bedwingen. Ik liep beheerst naar hem toe. Hij lachte, maar ik zag ook dat hij droevig was. Hij omhelsde mij en ik plaatste mijn armen om zijn nek. Mijn hoofd leunde op zijn schouder. Ik nam zijn geur in me op en drukte hem stevig tegen mij aan, realiserend wat ik had gemist. Zijn aanraking, zijn charmante ogen, zijn warmte, zijn handen die mij vasthielden. We bleven elkaar omhelzen. We stonden even stil. Toen tilde hij zijn hoofd op van mijn schouder en drukte hij zijn lippen op de mijne. Ik was vergeten hoe hij voelde en alles wat ervoor was gebeurd leek een droom. Ik heb hem gemist.

Ontwerp door Willem Verweijen