Anoniem

21 jaar - Vwo momenteel

24
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Anoniem (21 jaar)

? stemmen

Negen dagen

Uiteindelijk hoor ik een trein in de verte dan toch naderen. Waarheen? Geen idee. Als hij stilstaat stap ik langzaam in. Ik loop door de trein opzoek naar de eerste klasse. Kaartje? Nee, die heb ik niet. Ik ga op een stoel zitten en denk na. Negen dagen, negen dagen! Nog maar negen dagen!
Ik zal het even uitleggen. Negen dagen, ik heb het net te horen gekregen. Nog negen dagen heb ik waarschijnlijk nog om te leven. Ik moest er gewoon even tussenuit. Even niet meer in het ziekenhuis. Ik moest gewoon weg. Daarom zit ik nu in deze trein naar weet-ik-veel-waar. Mijn ouders wilden niet horen hoelang ik nog te leven had, maar ik wel. Nu heb ik het gehoord. Negen dagen, terwijl ik het drie maanden geleden al wilde weten. Iets langer dan een week. Een week! Ik heb niet eens meer genoeg tijd om van iedereen afscheid te nemen.
Een jongen die door de deur binnenloopt trekt mijn aandacht. Hij ziet er goed uit! Hij loopt door en komt tegenover me zitten. Ik zak weer terug in mijn gedachten. Ik wil nog zo veel doen, maar ik kan nooit alles meer doen. En mijn zusje… Ik vind het zo zielig voor mijn zusje. Mijn zusje is 8 jaar. Die snapt er helemaal niets van. Die is zo erg op mij gesteld. Ik moet haar verlaten, ik durf niet eens afscheid te nemen. Ik durf niet eens afscheid te nemen van mijn eigen familie! Zonder dat ik het doorheb rolt er een traan over mijn wang.
Ik kijk op als er een arm om mijn schouders wordt gelegd. Ik kijk op en zie een paar hele mooie groene ogen. Hij duwt me zachtjes tegen hem aan en ik leg mijn hoofd op zijn schouder. ‘Je mag best huilen, soms moet alles er gewoon even uit.’ En dat is het moment dat ik in tranen uitbarst. Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik in tranen uitbarst nadat ik heb gehoord dat ik nog maar negen dagen heb. En ik verbied het mezelf ook niet. Ze kunnen me toch niets meer maken. Over negen dagen ben ik er toch niet meer. ‘Negen dagen…’ Fluister ik zachtjes. ‘Negen dagen, niet zoveel. Wil je praten? Of liever niet?’ Ik kijk op in zijn groene ogen. ‘Ik wil niet praten. Ik kan het gewoon niet!’ Hij kijkt me aan vol medelijden. Wat zal hij wel niet denken? Hij zal vast denken dat ik een of ander raar meisje ben, waarvan het vriendje het net heeft uitgemaakt. Terwijl ik eigenlijk nog maar negen dagen heb. ‘Wil je het schrijven? Misschien kan je je dan beter uiten?’ Ik knik. Hij pakt zijn rugzak en haalt er een kladblok en een pen uit. Ik neem het van hem over en ga weer tegen hem aan hangen. Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen. Ik begin langzaam te schrijven.
Lieve iedereen,
Net heb ik het gehoord. Negen dagen. Ik kan het gewoon niet geloven. Het is zo kort! Ik wil niet weggaan. Ik ben bang voor wat er komt. Ik wil jullie niet kwijt. Ik weet ook gewoon niet zo goed wat ik moet zeggen. Ik hou van jullie! Van iedereen! Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik zo opeens weg ben. Gewoon poef, geen gedachten meer ofzo. Ik ben zo bang! Ik weet niet wat ik moet verwachten. Maar ik heb nu al 8 jaar tegen deze ziekte gestreden, en ik ga niet bang zijn voor wat er gaat komen. Ik heb ervan geleerd, de toekomst komt. Je moet er niet bang voor zijn! Ik ga jullie heel erg missen, iedereen. Mama, Papa, Opa, Oma, mijn zusje…
Er valt een traan op het blad en het worden er al snel meerdere. Ik hou op met schrijven en kijk nog een keer in die mooie groene ogen. Als hij ziet dat ik naar hem kijkt, trekt hij me in een knuffel. Mijn zusje, ik wil haar gewoon niet verlaten. Ik gaf ook altijd knuffels aan mijn zusje. Als ik zo aan haar denk barst ik weer in tranen uit.
Na een tijdje duwt de jongen me een beetje van hem af. Ik kijk hem vragend aan, door mijn betraande ogen. ‘Je ademhaling is heel onregelmatig,’ zegt hij alleen maar. Ik let er even op en merk dat hij gelijk heeft. Het ademen gaat zwaar. Ik kijk hem aan en barst in tranen uit. ‘Wat als ik nu sterf? Dan kan ik van niemand afscheid nemen!’ Hij trekt me weer in een knuffel. ‘Zeg me wat ik tegen je familie moet zeggen!’ ‘Zeg dat ik van iedereen hou. Tegen mijn zusje moet je dat ook zeggen. Geef haar daarna een knuffel en zeg dat ze die van mij krijgt als afscheid. Dat ze jou moet zien als mij en alles tegen mij mag zeggen.’ Ik kijk hem kort aan en stort helemaal in. Mijn zusje, ik wil haar niet alleen laten. Ik hoop zo erg dat ze niet instort. Dit verdient ze niet. Dit verdient niemand. ‘Zusje, ik hou van je. Mijn lieve, kleine zusje…’ Zijn ook mijn laatste woorden, voordat ik mijn laatste adem uitblaas.

Ontwerp door Willem Verweijen