Stephanie de Boer

18 jaar - Havo

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Stephanie de Boer (18 jaar)

? stemmen

Nooit meer naar huis

Het was vroeg in de ochtend. Ik was klaarwakker, ook al had ik geen oog dicht gedaan. Vandaag ging het gebeuren… Ik was misselijk van de zenuwen. Ik ging stil mijn bed uit en kleedde me warm aan. Toen ik naar buiten keek, was het wit door de sneeuw. Er stond een harde wind waardoor er een tak van een boom afbrak. Ik pakte mijn tas en liep zo stil als ik kon naar beneden.

Na het overlijden van mijn moeder was mijn stiefvader er niet liever op geworden. Hij was overdag op zijn werk en ’s avonds was hij weg. Toen ik die zondagmiddag zijn kamer binnen was gekomen, vond ik onderin de kast iets. Iets wat alles verklaarde. Het kleine, zwarte pistool dat ik trillend in mijn handen had, was de reden van mijn moeders dood. Mijn moeder had behoorlijk veel geld, dat ze terecht verdiende. Ze was al meer dan 10 jaar chirurg en werkte hard. Mijn stiefvader was geen seconde verdrietig geweest na het overlijden van mijn moeder. Dat was de reden geweest dat ik vandaag naar mijn oom, die in Berlijn woont, zou gaan. Ik zou nooit meer terugkomen naar huis.

Ik zat stil op de bank en at nog snel een boterham. Eén vriendin wist van vandaag, ze was er verdrietig van en vond het belachelijk. Ik zei dat ik haar ooit nog wel ging opzoeken. Ik schreef haar nog snel een berichtje via Whatsapp en legde toen mijn mobiel weg. Opeens zwaaide de deur open. Ik had niet gehoord dat mijn stiefvader de trap af was gestormd. Hij had woest gevraagd waarom ik hem wakker had gemaakt. Waarom ik niet in mijn bed lag en waarom ik mijn kleren aan had. Ik zweeg. Hij keek me aan en draaide zich om, terug naar zijn bed.

Ik keek op mijn mobiel, het was half 7. Tijd om te gaan… Ik pakte mijn spullen en propte er nog een paar krentenbollen in. Ik probeerde zo stil mogelijk de deur open te doen. Gelukt. Ik liep naar buiten. Toen ik aan het eind van de straat was, begon ik te rennen naar het station.
De trein kwam aanrijden en er stapten een paar mensen uit. Ik liep twijfelend de trein in. Als ik nu zou gaan, zou ik waarschijnlijk nooit meer terug komen. Ik slikte. Toen dacht ik aan mijn stiefvader, hoe vreselijk hij was, aan mijn moeder die zonder hem in haar leven nu nog had geleefd en aan mijn oom in Berlijn, die er altijd voor me zou zijn. Ik glimlachte en stapte de trein in. Ik hoorde bij mijn oom, die als een vader voor me voelde.

Ontwerp door Willem Verweijen