Sem Verheijden (meisje)

20 jaar - Vwo

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sem Verheijden (meisje) (20 jaar)

? stemmen

Onderweg

Daar zaten we dan. Iedereen bij elkaar gekomen op zo’n stomme begrafenis. Niet dat ik niet van mijn vader hield, maar iedereen die medelijden heeft terwijl ze je amper kennen… Ik zou graag nog een keer naar Italië willen maar dan toch echt alles anders. Mijn moeder is voorlopig niet van plan om nog te gaan reizen, ze durft zelfs bijna niet meer naar haar werk te rijden. Allemaal door die stomme vakantie. Nu snap ik dat jullie geen flauw idee hebben waar ik het over heb, het ligt nog al gevoelig. Het begon allemaal op die ene saaie dag dat ik weer lekker naar school mocht. Toen ik in de les zat kreeg ik een sms van mijn moeder: ”Als je uit bent kom meteen naar huis, we hebben een verrassing.” Ik hield nooit echt van verrassingen. Meestal stelde het niet zo veel voor bij mijn ouders. Toen ik thuis kwam stonden ze me met vrolijke gezichten aan te kijken. Ik zei: ” Nou kom op met die leuke verrassing.” ”WE GAAN NAAR ITALIË!!!” riepen mijn ouders. ”We gaan op bezoek naar tante Louise.” Eerlijk gezegd mocht ik haar niet zo, maar we gingen natuurlijk wel naar Italië. We moesten meteen alles inpakken en zouden de dag daarna vertrekken. Toen het de volgende dag was werd ik wakker geroepen door mijn moeder. Ik kleedde me om en ging naar beneden. Alles was al de auto in, we konden meteen vertrekken. Mijn vader reed, zoals altijd. We zongen liedjes en deden het spelletje zoek de auto. De tijd ging heel erg snel, voordat we het wisten waren we al in Zwitserland. Maar al die vrolijkheid bleef niet lang meer. Alles ging ineens 10 keer zo snel. Mijn vader wilde afslaan bij een tankstation om even koffie te halen toen er ineens iets verschrikkelijks gebeurde. Het was een harde knal. Alles werd ineens donker en ik kon niks meer zeggen. Ik schrok wakker, ik lag in een bed. Ik keek ongerust om me heen, waar was ik? Ik hoopte dat het een droom was, ik sloeg me zelf. Toen kwam mijn moeder binnen, ik begon spontaan te huilen. Ineens kreeg ik een flits, ik zag mijn vader die geen antwoord gaf. ‘’Waar is papa?’’ Vroeg ik meteen. Mijn moeder was stil en keek recht voor zich uit. Ze had die nare blik in haar ogen. Nog een keer vroeg ik: ‘’Waar is papa!’’ Mijn moeder zei voorzichtig: ‘’Hij is er niet meer schat, hij is weg.’’ ‘’W…w..waar is papa.’’ zei ik met een krakende stem. ‘’Hij is nu op een mooiere plek schat, hij is in de hemel.’’ zei mijn moeder alsof ze ineens de paus was. Allemaal emoties gingen door me heen ik was boos, verdrietig en bang. Ik kon niets meer zeggen, ik wilde niets zeggen. Hij was dood, dat was het enige waar ik aan kon denken. Ik ging liggen op het ziekenhuisbed en kroop in de dekens. Ik wilde niets meer, ik viel huilend in slaap. Ik droomde over een mooie plek, een plek heel erg ver weg. Kon ik daar maar echt naartoe… naar een plek waar alles fijn was. Waar je voor altijd onderweg bleef, omdat alles daar oneindig was.

Ontwerp door Willem Verweijen