Saide Masmas

21 jaar - vwo

26
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Saide Masmas (21 jaar)

? stemmen

onderweg

Mijn adem zorgt voor wazige plekken op het raam, en toch blijf ik met mijn mond op het koude glas leunen. Ik staar naar buiten, niet goed wetend waar ik naar moet kijken omdat er gewoon teveel te zien is. Het lijkt wel alsof ik alles voor de eerste keer bekijk, terwijl het eigenlijk de laatste keer zal zijn. Over een paar uur vertrekken we naar het adres waar we de komende dagen, misschien wel maanden zullen zitten. Alles waar we van houden moeten we achterlaten, maar het is misschien wel beter zo. Op deze manier zullen we in ieder geval niet gepakt worden door de moffen.
Of nou ja, nóg niet…waarom is het leven nou zo anders dan vóór die stomme oorlog? Waarom kunnen wij niet gewoon vrij zijn? Wat hebben wij joden gedaan wat zo verschrikkelijk is dat we moeten vluchten met de staart tussen de benen, alsof we ons nooit zullen verzetten? Ik zucht, want ik weet dat het er uiteindelijk toch niet toe doet. Dood gaan we allemaal, of het nou is tijdens een oorlog of veilig in ons eigen bed. Maar… een beetje verzet zou toch geen kwaad kunnen? Aan de ene kant ben ik woedend op vader, omdat hij moeder is kwijtgeraakt. Hij heeft haar gewoon laten gaan zonder ook maar één vraag te stellen! Maar aan de andere kant haat ik moeder ook, omdat ze mee is gegaan. Ik sta op van mijn hoekje bij het raam en ga verder met spullen uit de kast pakken. Moeder… waar zou ze zijn? Ik was me doodgeschrokken toen de moffen vorige week opeens voor de deur stonden om haar op te halen. Mijn geheugen is nooit heel goed geweest, maar die momenten zal ik nooit kunnen vergeten. Ik knijp in een van mijn hemden om mijn verdriet van me af te zetten, maar het helpt nauwelijks. Ze hadden haar meegenomen alsof ze een crimineel was! Het ene moment zaten we samen te breien en het andere moment was ze al weg. Het voelt zo leeg zonder haar lach, die me altijd opvrolijkt als ik het nodig heb. Ze zeiden dat ze naar Duitsland moest om te werken. Blijkbaar was vader niet goed genoeg voor ze. Ik smijt twee sokken in mijn kleine koffertje. Natuurlijk hebben ze hem niet meegenomen, iemand met gezondheidsproblemen kunnen ze niet gebruiken. Maar waarom moest het nou zo nodig moeder zijn die ze meenamen? Ze hadden ons toch ook gewoon met rust kunnen laten? Één werker meer of minder zou toch niets uitmaken? En waarom heeft vader niet een week eerder besloten dat we zouden onderduiken? Dan zouden we allemaal nog bij elkaar zijn. Het klinkt wreed wat ik nu denk maar ik kan mijn gedachten gewoon niet meer tegenhouden. Ze moeten uit mijn hoofd, anders ben ik bang dat ik zal exploderen! Ik klik mijn koffer dicht. Hij zit helemaal vol, er kan niets meer bij. En toch voelt het zo verschrikkelijk leeg. Ik voel een traan over mijn wang lopen. Straks ben ik weg. Niemand van mijn vrienden bij me om nog een laatste knuffel te geven. Alleen maar vader. Maar vader kan en wil me niet troosten. Hij zal het niet in zijn hoofd halen om mij in zijn armen te sluiten. Hij zal zeggen dat het niet zijn schuld is dat ze weg is. Hij zal zeggen dat ik niet zo moet snotteren en gewoon door moet gaan, maar hoe doe je dat? Hoe kan je van mij, een kind, verwachten dat ik het allemaal maar best vind wat er om mij heen gebeurt? Dat ik geen kik zal geven als alles waar ik om geef van me af wordt gepakt? Nee, dat kan niet. Ik zal blijven vechten tegen iedereen die er ook maar over denkt om van mij een pakezel te maken. Ik ga voor mijn spiegeltje staan en kijk in mijn eigen ogen. Ik schrik van de vele emoties die ik tegenkom. Ik zie angst voor wat nog komen gaat. Ik zie verwardheid over de veranderingen die zich in mijn leven vestigen. Maar ik zie ook vastberadenheid. Ik moet wel met vader mee, ik kan niet anders. Maar ik beloof mezelf één ding. Hij kan me weghouden van mijn dromen, maar hij kan er nooit voor zorgen dat ik stop met hoop te hebben. Hoop dat deze wereld misschien toch niet verloren is. Hoop dat ik ooit nog als een vrij meisje door de straten kan lopen zonder de hele tijd over mijn schouder te moeten kijken. De hoop die in mijn ziel blijft branden zal de angst die over mijn huid glijd overwinnen. Ik knik een laatste groet naar mijn spiegelbeeld en draai me om. Ik pak mijn koffer op, recht mijn rug, en loop voor de laatste keer mijn kamer uit, hopend op een nieuw begin.

Ontwerp door Willem Verweijen