Claire Hermsen

20 jaar - TTO

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Claire Hermsen (20 jaar)

? stemmen

Onderweg naar beter

Het felle licht schijnt in mijn ogen. Ik knipper een paar keer om aan het licht te wennen. “Opstaan!” roept Danique. Ik blijf nog even liggen met mijn ogen open. “Ik zeg het niet nog een keer, Nola ” zegt Danique. “Ik heb je wel gehoord hoor!” snauw ik terug. Ze kijkt me aan “ het is nergens voor nodig om zo tegen mij te doen”. Ik kijk haar hatelijk aan maar zeg niks. Langzaam kom ik uit bed en trek ik mijn ladekast open. Het enige wat ik heb om aan te doen is een spijkerbroek en een zwarte trui. “Schiet eens op Nola”. Ik stap in mijn schoenen en loop naar haar toe. Wanneer ik langs haar loop werp ik haar een smerige blik toe. Haar lange blonde haren zijn in een knot opgestoken en ze heeft rode lippenstift op, haar groene ogen kijken me geïrriteerd aan. Ze doet de deur achter me dicht en loopt achter mij aan. We loop de gang door, de trap af langs de kamer van Tobias, haar stomme vriendje, naar de eetkamer. Iedereen zit al rond de tafel, Maartje, Eva, Nelleke, Milo, Juul en Tobias. Danique gaat naast Tobias zitten en geeft hem een kus. “ Goedemorgen Nola” zeggen Tobias en een paar anderen, maar ik zeg niks terug ‘goedemorgen’ er is helemaal niks goed aan deze vervelende rot ochtend.
Ik loop naar de ,enige vrije, stoel naast Danique. Boos zak ik op de stoel.
Het komt allemaal door mijn vader, ik walg van hem. Toen ik 13 was, was hij opeens weg. Hij liet mij achter met een 8 jarig jongetje en een depressieve moeder. Ik moest naar school en mijn broertje ook maar we hadden niet veel geld. Na school haalde ik eerste mijn broertje ,Matheus, op waarna ik zelf ging werken. Mijn broertje zorgde voor mijn moeder en maakte zijn huiswerk. Om 8 uur was ik klaar met werken en ging naar huis om wat eten klaar te maken. Na het eten bracht ik mijn moeder en Matheus naar bed. Ik was doodmoe maar ik kon nog niet gaan slapen. Eerst moest ik nog wat huiswerk maken.
Ik kon niet meer ik was moe, ik liep 2 maanden achter met huur betalen en mijn broertje was ziek. Ik wist niet meer wat ik moest doen. Op een avond liep ik door de stad terug naar huis helemaal uitgeput van de zware dag. Een sterke arm greep me van achteren beet, ik gilde maar er werd een plakkerige hand over mijn mond gelegd. Ik beet hard in de hand en hij liet los, ik rende weg “wacht! Ik wil je helpen!” schreeuwde een stem. Aarzelend draaide ik me om. Het was een jongen , donkere krullen, bruine ogen, hoge jukbeenderen en mooie lippen. Hij was breedgebouwd, je zag zo dat hij erg gespierd was. Hij keek me aan met zijn mooie ogen. “Ik wil je helpen, echt waar” zei hij een beetje smekend. Ik was in de war, ik kende hem niet ik had hem zelfs nog nooit gezien, hoe zou hij moeten weten hoe het er thuis bij mij aan toe gaat. Ik had het nog nooit iemand vertelt. Ik kan het niemand vertellen, ik heb helemaal geen vrienden. Hij zag dat ik aan het twijfelen was want hij kwam een stap naar me toe “Ik weet hoe je heel snel heel veel geld kunt verdienen” zei hij. Ik werd nieuwsgierig “Hoe dan?”.
Vanaf dat moment kreeg ik klusjes van hem die ik moest doen, ik wist dat het illegaal was wat ik deed maar wat kon mij het schelen zolang ik maar mijn geld kreeg en mijn gezin kon onderhouden. De jongen, Bart, en ik werden verlief op elkaar althans dat dacht ik. Ik was in ieder geval echt verliefd op hem.
Ik kreeg een andere kant van hem te zien. Hij begon me te slaan als hij boos was en dwong me drugs te dealen. Ik wilde hem niet boos maken bang voor zijn woede dus deed ik het. Denkend dat hij verliefd op me was en dat we gelukkig waren deed ik alles wat hij vroeg. Matheus stelde geen vragen hoe ik aan al dat geld kwam, hij vond het al lang fijn dat we wat geld hadden geloof ik.
Toen ik net weg wilde gaan bij Bart om een pakketje af te leveren op een zonnige Dinsdag morgen, stormde de politie binnen. Mijn lichaam verstijfde van angst, wat moest ik doen?!, wat kon ik doen?!, wat gaat er gebeuren?!. Een politie agente kwam naar mij toen en pakte mijn armen vast. Ik probeerde me los te rukken. Ze trok mijn armen naar achter en sloeg me in de boeien. “ Bart, Baaaart!!!” schreeuwde ik in paniek. Ongeveer 3 meter bij mij vandaan lag hij op de grond geduwd met twee agenten boven op hem. “Help me, help me dan toch” snikte ik. “Ach hou toch je mond Nola, trut, jij hebt me verraden!” siste hij woedend, zijn ogen stonden hard en glashelder. Ik schrok en draaide mijn hoofd van hem weg. “Ik..ik zou je nooit verraden…we houden van elkaar, dat zou ik je nooit aandoen, nooit!” Fluisterde ik net hard genoeg zodat hij mij kon
horen. “ ‘Houden van elkaar’ hahaha, ik heb nooit van je gehouden, zeg nou zelf waarom zou ik van jou houden, stom kind” zei hij smalend.
Ik stond als verdoofd, ik hoorde de woorden in mijn hoofd na galmen. Het leek net alsof alle pijn die ik ooit heb gevoeld zich tot een grote bal had gevormd en recht door mijn borstkas heen was gestoten. De tranen liepen over mijn wangen. Dit kan niet waar zijn..het kan gewoon niet.
De dagen daar naar gingen in een roes voorbij ik was verdoofd door de pijn mijn hele wereld was/is ingestord. Ik kon alleen maar aan Bart denken.
En nu ben ik hier in het opvang huis voor tieners ,‘onderweg naar beter’.

Ontwerp door Willem Verweijen