Thijs Korsten

22 jaar - VWO/TTO

144
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Thijs Korsten (22 jaar)

? stemmen

Onderweg naar herinneringen

Brno, december 1938

Langzaam liep Zora richting het station. Ze aarzelde niet, maar wilde toch zo lang als het kon in Brno blijven. Iedere minuut telde, ondanks de ijzige wind, die sneeuw in haar gezicht blies, en ondanks de voorbij daverende trams, die al het geluid van de stad overstemden.
Tien kostbare minuten later keek ze uit het kleine raam van de trein die haar naar Wenen zou brengen. Tatjana keek haar bedroefd aan, vanaf het perron; Zora zag hoe ze haar gezicht inspande om geen krimp te geven. Zora en Tatjana, allebei geboren in de maand dat de Grote Oorlog ten einde kwam, kenden elkaar tien jaar, de helft van hun beide levens. Nu zouden de paden van hun levens uiteenlopen – en nooit meer kruisen.
Zora hoorde het ronken van de trein op gang komen, totdat hij het station uitrolde. Haar coupé was leeg, ze plaatste haar koffer in een hoek en nam haar gitaarkoffer van haar rug. Door het raam keek ze naar het voortdurend veranderende landschap. De trein reed al snel Sudetenland binnen. Het voelde niet als Duitsland, maar daar behoorde het nu wel toe.
Zora speelde op haar gitaar, akkoorden die haar aan Brno deden denken. Brno leek al ver weg. De oude grens tussen Tsjecho-Slowakije en Oostenrijk bestond niet meer, maar ze vermoedde dat die gepasseerd was en dat Wenen niet ver meer was; de trein was in een kleine stad gestopt, waarna een in het Duits neuriënde man Zora’s coupé binnenkwam.
De man werd stil en Zora maakte uit beleefdheid aanstalten haar gitaar weer in te pakken. Maar de man schudde zijn hoofd, gebaarde dat ze verder moest spelen – en dat deed ze, tot Wenen.

Wenen, februari 1948

Het was tijd. Het was tijd om op te staan, te douchen, om te kleden, haren te kammen, valse papieren mee te nemen, naar het station te lopen. Vijf voor zes. Het was donker en koud, maar de verwachte sneeuw hing nog in de wolken. Drie voor zes. Zora stond voor het station dat ze tien jaar geleden uit was gelopen, om Wenen, inmiddels deel van Hitlers Großdeutschland, uit te vluchten. Vluchten uit Tsjechië was verstandig geweest, Zora’s intuïtieve angst was niet ongegrond gebleken. Maar vluchten naar de Verenigde Staten was onmogelijk gebleken. De poging had haar honderden nachten in een stikdonkere cel en sporadische martelingen bezorgd. Sommige medegevangenen lieten het leven uit honger, veel meer hingen zich op. Zora hield vol en een Duitse soldaat die zeker niet ouder dan zeventien was, had haar sinds 1940 geholpen. Totdat de Russen kwamen: zij werd bevrijd, hij kreeg de kogel.
Vandaag voor de tweede maal op de vlucht, een tweede poging uit Wenen weg te vluchten, voor een tweede gevaar. Een voor zes. Een omgekochte Russische soldaat knikte. Twee spoormannen, die enkele meters van de trein stonden, op een verlaten perron, gaven het afgesproken signaal.
Zes uur. Zora stapte een trein in die stilstond. Ze stapte er aan de andere kant uit, liep het station aan de andere kant uit, stak een brug over en had de communistische wereld achter zich gelaten. Haar laatste beeld van de Sovjetzone, gezien vanaf de brug, waren twee Russische soldaten. Zora zag aan hun Aziatische uiterlijk dat ze uit het oosten van Rusland kwamen. De een probeerde te fietsen, de ander keek toe. Beiden lachten. In Siberië hadden ze waarschijnlijk nog nooit een fiets gezien, dacht Zora.

Oostenrijkse Alpen, september 1990

Het leven in Zwitserland was goed, maar iedere dag verlangde Zora terug naar Tsjechië. Nadat de Fluwelen Revolutie een eind gebracht had aan het communistische regime in Tsjecho-Slowakije, nam ze de trein.
De trein hobbelde door de valleien die begrensd waren door hoge, blauwgrijze rotswanden. Zora dacht aan Tatjana, van wie ze sinds het voorjaar van het laatste jaar van de oorlog niet meer gehoord had. Ze herinnerde zich de laatste brief uit Tsjechië. Buren van Tatjana hadden in het huis dat ze na haar dood achtergelaten had, brieven gevonden. De brieven van Zora. Zo hadden ze Zora gevonden. Tatjana was dood; Zora vond het moeilijk te geloven. Juist Tatjana had toch moeten overleven, als Duitse wonend in door Duitsers bezet gebied? Had Zora niet moeten sterven, die twee keer aan de greep van een genadeloze bezettingsmacht had willen ontsnappen?
Zora dacht aan de verwoording van de laatste brief: ‘Tatjana is een van de vele Duitsers in Tsjechië geweest waarop het Tsjechische volk onterecht wraak genomen heeft. De dodenmars van Brno is haar fataal geworden.’ Zora had de brief zo vaak gelezen dat ze hem woord voor woord kon herhalen.
De trein reed door een tunnel. Zora moest zich inspannen niet een paniekaanval te krijgen. De donkerte herinnerde haar aan de oorlog, aan de martelingen, aan de gevangenis. Er was weer licht, de trein reed verder, uiteindelijk richting Praag, waar Zora zou overstappen richting Brno. Ze zou nog lang onderweg zijn.
Zora pakte haar gitaar op schoot. In een redelijk groot bergdorp aan een meer stopte de trein. Een man kwam Zora’s coupé binnen, ging zitten en keek enigszins verbaasd naar de gitaar. Zora stopte met spelen en maakte aanstalten haar gitaar weer in te pakken. Maar de man schudde zijn hoofd, gebaarde dat ze verder moest spelen – en dat deed ze, tot Brno.

Ontwerp door Willem Verweijen