nena van rijn

19 jaar - havo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

nena van rijn (19 jaar)

? stemmen

onderweg naar vrijheid in mijn hoofd

Een donkere waas voor mijn ogen en een stem die zegt dat ik weg moet, weg van aarde, weg van iedereen, gewoon weg. Opeens zie ik een lief klein meisje, ze zingt en draait rondjes. Het meisje wordt misselijk en gaat overgeven. Op dat moment moest ik ook overgeven. De waas voor mijn ogen is verdwenen en nu zie ik dat mijn begeleidster voor me staat en zegt dat ik iets in moet vullen. Ik kijk ernaar en er staat; beschrijf je zelf, het innerlijke deel en hoe je eruit ziet. Euhm, ik heb rood krullend haar en ik heb geen ouders. Dat vind ik wel klaar. Ik ga naar mijn kamer die ik moet delen met iemand anders, ze is mijn beste vriendin in het weeshuis. Ik doe de deur open en………. Ik zie haar opgehangen aan de deur van onze badkamer. Ik haal haar eraf en voel aan haar pols. Ze ademt ook niet, ze is dood. Ik kijk om me heen en huil. Ik weet niet wat ik moet doen. Opeens zie ik dat meisje weer dat draaide en zong. Ze valt dood neer en alles om haar heen wordt zwart. Haar ketting die ze om had verdween. Het zwart om het meisje heen is nu wit, in het wit zie ik opeens twee mensen met elkaar dansen. Het lijken een koppel, en misschien haar ouders wel. Nu drong het allemaal door. Dat meisje is haar beste vriendin en die mensen waren haar ouders, die ze niet had. Ik had mijn vriendin in mijn armen en ze werd koud. Ik was helemaal in de war en viel weg. In mijn gedachte werd ik geroepen door mijn vriendin die in mijn armen lag. Ze stond in een bos wat aan het begin heel licht was maar aan het einde heel donker. Ik ging naar het licht en zij naar het donker. In het licht was het warm en ik had het gevoel dat het daar veilig was. Ik dacht dat ik in de hemel was. En dat het donkere de hel was, maar misschien was het juist andersom. Ik ging naar de hel, want de enige liefde wat om mijn heen was mijn vriendin, en die is er niet meer. Wat moet ik doen? Ik ben echt veel te deprisief. De begeleidster kwam binnen en haalde haar bij me weg. Nu was ik alleen, helemaal alleen. Zelfs de vogels voor ons raam en de insecten in dit smerige hok waren verdwenen. De stemmen in mijn hoofd waren weg. Opeens kreeg ik een beeld voor mijn ogen. Ik was als klein kind met mijn moeder aan het spelen. Toen opeens was mijn vader aan overkant van de straat. Hij probeerde naar ons toe te komen, maar hij zag een auto niet. Mijn moeder was zo van streek dat ontspoort is geraakt. De jeugdzorg heeft me toen hier gebracht. Later heb ik gehoord dat mijn moeder zelfmoord had gepleegd. Nu moet ik waarschijnlijk voor altijd in dit weeshuis blijven, want wie wilt nou een chagrijnige puber. Zucht. Ik ga weglopen en zoeken naar een familie die mij willen. Later op die avond ging ik nog weg. Ik kwam bij een park dicht bij de grachten van Amsterdam. Daar zou ik dan maar gaan slapen. Ik iets in mijn zak het was een brief die ik voor dat ik die donkere was voor mijn ogen zag. Ik opende hem en zag dat volgende week naar de gemeente moet, omdat ik jarig was. Tot die tijd moest ik dan maar in Amsterdam rond zwerven. Toen ik bij de gemeente was, ging ik door de gang. Ik zag twee andere meisjes zitten. Opeens begonnen ze tegen me te praten. De een zei; wanneer heb jij een afspraak. Ik zei wanneer ik hem had, maar zij had op de zelfde tijd. Toen begon de ruzie, want dat andere meisje had ook een afspraak op die tijd. Er kwam een meneer en die vertelde dat we moesten komen. Daar binnen vertelde hij dat we een drieling waren. Mijn mond viel open, ik heb gewoon familie. Ik ben niet meer alleen. De andere waren minder blij. We gingen daarna met ze drieën wat drinken om elkaar beter te leren kennen. Uiteindelijk waren we blij dat we zusjes waren. Zij waren geadopteerd en ik niet. Ik was alleen overgebleven. Ik mocht bij een van mijn nieuwe zusjes wonen. Weglopen was het beste wat ik ooit heb gedaan. Mijn plan was gewoon gelukt!

Ontwerp door Willem Verweijen