Alixa Brobbey

22 jaar - n/a

32
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Alixa Brobbey (22 jaar)

? stemmen

Onderweg naar vrijheid

Mijn grootste vijand was de jongen die niks deed.
Elke dag moest ik lange uren in de velden werken om katoen te plukken. Elke bot en spier van mijn lichaam deed pijn, maar toch ging het werken door. Op een dag werd het allemaal te veel. De zon in de lucht was te heet, de dag was te lang, en ik was te moe om door te gaan met het werken. Ik viel daar in het veld neer, en kon niet meer opstaan. Mijn meester was het niet met mij eens. Hij vond dat ik maar te lui en te zwak was, en dat ik een lesje zou moeten leren.
Hij sjouwde mij naar de paardenstal mee, en gooide me op het grond neer. Hij trok toen de zweep van de muur en liep dichterbij. Ik raakte in paniek, maar probeerde mezelf stil te houden. Mijn meester werd altijd meer boos als wij huilden of probeerden onszelf te verdedigen.
De zweep vloog door de lucht, lande op mijn rug, en werd toen naar beneden getrokken. De strengen daarvan beten mijn rug en scheurden mijn huid open. Ik voelde bloed over mijn rug golven, en kon het huilen niet meer binnenhouden. Ik begon te janken als een wolf bij het vollemaan. Tranen stroomde uit mijn ogen en werden gemengd met het zweet op mijn lichaam. Steeds kwam het zweep neer, en steeds was er meer bloed. En meer pijn.
Ik begon te verdrinken in dit bad van bloed, zweet, en tranen. Ik voelde me duizelig en mijn hoofd begon heen en weer te wiebelen. Mijn ogen gleden over naar het deur, het symbool van vrijheid van het pijn en het tiran die het oplegde.
Er stond een jongen bij de deur. Wij maakten oog contact, en ik smeekte hem woordeloos om mij te helpen. Hij staarde naar mij voor een paar seconden, en liep toen weg. Ik viel flauw.
Ik werd wakker in mijn bed, omsingeld door mijn medeslaven. Mijn rug deed zeer, maar de pijn was niet als ernstig als tevoren. Mijn hoofd bonkte zachtjes, en ik voelde nog steeds moe, maar vastberaden.
‘Ik blijf hier geen nacht meer’ dacht ik. Ik wachtte tot iedereen weg was en het nacht donker genoeg was om mij te verbergen. Toen kroop ik stilletjes uit mijn bed. Ik deed een beetje eten in een grootte zakdoek, en liep toen het bos in. Weg van thuis. Weg van mijn meester. En weg van die afschuwelijke bad van bloed, zweet, en tranen.
Ik liep tot mijn lichaam niet meer voort kon, en toen liep ik wat meer. De zon roos in de hemel, en het werd steeds lichter.
Ik hoorde het geluid van zware laarzen die over het grond liepen. Angst greep mij aan de keel, en ik vond het moeilijk om te slikken. Ik draaide mezelf nerveus om en liet per ongeluk alles uit mijn armen vallen. Het was de jongen die niks deed, mijn vijand. Hij raapte het eten van het grond, en legde het zachtjes in mijn armen. ‘Je vertelt het niet,’ smeekte ik hem.
‘Natuurlijk niet,’ zei hij terug. ‘En om te zorgen dat jij mij gelooft, geef ik je dit.’ Hij trok zijn ring van af zijn vinger, en gaf hem aan mij. ‘Dit kan je gebruiken om brieven en documenten te signeren. Dan geloven mensen dat je echt vrij bent.’
Hij draaide zich om en begon weg te lopen. ‘Dank je’ fluisterde ik zachtjes. Ik denk dat de wind mijn worden oppikte en naar hem bracht, want hij keerde plotseling weer om en glimlachte en zwaaide. Ik glimlachte en zwaaide terug, totdat ik hem niet meer kon zien. Toen deed ik de ring op mijn duim, en keek er naar toe. Ik was de hele tijd fout geweest. Mijn grootste vriend is de jongen die niks deed.

Ontwerp door Willem Verweijen