Imre Korpadi

22 jaar - VWO

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Imre Korpadi (22 jaar)

? stemmen

Ondoordachte Acties

Het wachten op de trein, die alles zou veranderen, duurde misschien dertig minuten, terwijl mensen om me heen met hun Italiaanse-maat-hakschoentjes tegen de vloer tikten en woorden wisselden die klonken als cappuccino.
Het wachten op het moment dat mijn leven eindelijk kon beginnen duurde meer dan zestien jaar, die ik sleet in gaap-activerende lessen waar ik niets van opstak en mezelf opsluitend in een kamer van het huis waar niemand naar je omkeek.
Eerder dacht ik dat ik tijdens de reis naar Rome onderweg zou zijn naar de grote-mensen-wereld, waar ik met grote ogen naar uitkeek. Maar misschien was ik mijn hele zestien jaar al onderweg naar dit moment.
In mijn gedachten prevelde ik over tijd en het leven en ik vervloekte mezelf dat ik de gewoonte had overal te vroeg voor te zijn, dat waren de momenten waarin de twijfel toe kon slaan. Eigenlijk was dat een stomme gedachte, want ik wist altijd waar ik heenging voordat ik vertrok en ik wist altijd waar ik aankwam voordat ik er was.
‘Weet je zeker dat je wilt gaan?’ Vroeg een Italiaanse jongensstem die met Engelse woorden sprak.
Ik keek verschrikt opzij, aangezien ik niet door had gehad dat de jongen naast me op het bankje was komen zitten. ‘Wat bedoel je?’
‘Je kijkt zo moeilijk, alsof je ergens heel hard over na aan het denken bent.’ Ik wendde mijn blik weer af, want woorden waren confronterender wanneer je zag hoe iemand ze uitsprak. ‘En ik merkte ook op dat je om de tien seconden je omgeving checkt, alsof je ergens naar op zoek bent, en tot drie keer toe verdacht lang naar de rails hebt gestaard. Ik hoop niet dat je van plan bent een ondoordachte actie te ondernemen.’ Knikkend naar de rails.
‘Ik doe niet aan ondoordachte acties.’ Was het enige wat ik antwoordde.
‘Goed. Dus wat doe je hier in Italië?’
‘Ik ben weggelopen van huis en onderweg naar Rome, dat is waarom ik de hele tijd om me heenkijk, ik probeer de politie te vermijden.’ Ik plukte aan mijn met goedkope-haarspoeling-geverfde haar, maar stopte abrupt toen ik besefte wat ik net had verteld. ‘Shit, dat had ik niet moeten zeggen.’
Om de één of andere reden vond hij dat lachwekkend. ‘Geen zorgen, ik verlink je niet. Maar niet zo’n doordachte actie van je.’
‘Wat? Het weglopen?’
‘Nee, het aan mij vertellen.’ Vanuit zijn oogpunt was dit gesprek uiterst amuserend, terwijl het vooral irriterend op mij werkte. ‘Maar je wilt dus zeggen dat jij je wegloopactie tot in detail gepland en uitgewerkt hebt?’
‘Ja.’
‘Als ik wegloop doe ik dat meestal impulsief. Op die manier kom je op de beste plekken, je hebt namelijk nooit verwachtingen.’
‘Dus jij weet nooit waar je naartoe gaat?’ Misschien was het toch een beetje, deels amuserend.
‘Ik ben eigenlijk altijd onderweg.’ Ik dacht daar even over na, maar werd onderbroken door zijn stem. ‘Dus, hoelang denk je dat het duurt tot je weer gevonden wordt?’
‘Ik heb geen idee. Ik denk dat mijn familie niet eens doorheeft dat ik weg ben. Maar ik heb hier over nagedacht. Ik ben zestien, dus niet meer leerplichtig en als ik twee jaar van de radar weet te blijven, ben ik ook officieel ‘volwassen’. Ik heb al gezorgd voor een valse ID-kaart en zo… zoals ik al zei: ik bereid me goed voor.’
‘En stel dat je na drie weken gevonden wordt; dan heb je in ieder geval drie weken lang van de vrijheid geproefd?’
‘Precies.’ Ondertussen waren mijn gedachten weer afgedwaald. Mijn ouders zouden uiteindelijk wel merken dat één van de vijf kinderen miste en in dat geval hoopte ik ze te overtuigen het beste te doen, door een briefje achter te laten.
Als je dit leest ben ik weg en veilig,
zoek me niet, maar laat me met rust,
waar jullie zo goed in zijn.
Een beetje dramatisch en cliché vond ik het wel, maar ik kon niet met iets beters komen.
‘Lijkt me een strak plan.’
‘Je bent toch niet van de politie, of wel?’ Mijn stem klonk iets angstiger dan ik wilde, toen ik me opeens besefte dat hij oud genoeg was om jong te zijn voor een politieagent. En blijkbaar had hij gezien dat ik niet Italiaans was, voor hij tegen me begon te praten, wat aanduidde dat ik slecht vermomd was.
‘Ik denk niet dat dat echt iets voor mij zou zijn.’ Ik wilde wat terugzeggen, maar hij wist me weer voor te zijn. ‘Ik geloof dat je trein eraan komt.’
Vanuit mijn ooghoek zag ik het gevaarte dichterbij komen en ik sprong op, zonder twijfel, dit was mijn laatste trein naar mijn bestemming.
Piepend kwam het tot stilstand en een waterval aan mensen stroomden eruit. Wanneer de mensenrivier eindelijk voorbij was, zette ik mijn voet op de drempel, tot iemand op mijn schouder tikte. Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik om naar de jongen.
‘Het spijt me om het te zeggen, en dat ik het pas zo laat zeg, maar dit is niet de trein naar Rome. Volgens mij is die al een half uur geleden vertrokken.’
Een gewicht aan paniek drukte op mijn borst. Ik had al een half uur op het verkeerde perron gestaan. Ik had de laatste trein van de laatste trein naar Rome gemist, mijn uitweg. Dit kon niet, ik miste nooit iets, bij mij liep altijd alles volgens plan. Waarom moest ik het verpesten bij het belangrijkste plan dat ik ooit had gemaakt?
‘Maar je kunt nog steeds instappen.’ Hij gebaarde met zijn hand naar de opening, zoals mensen doen wanneer ze iemand naar binnen willen laten gaan. ‘Je kunt instappen en ontdekken waar je uitkomt. Je kunt het lot laten bepalen waar je heengaat.’
Dus ik stapte in de trein richting een bestemming waar ik nog nooit naar vertrokken was: het onbekende.

Ontwerp door Willem Verweijen