Juan Javier Palacios Roman

21 jaar - Gymnasium

5
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Juan Javier Palacios Roman (21 jaar)

? stemmen

Onze Odyssee naar de Toekomst

Terwijl de wind door onze kleren vloog,
Het opgestoven sneeuw ons zicht voor loog,
Waren het de bergen, met hun pieken in de wolken,
Waarvoor ik steeds weer boog.

Na de vele stappen klapte mijn hiel,
Na de vele stappen zeer instabiel,
En als ik dan opkeek naar de nieuwe muur van bergen,
Ontbrak hoop aan mijn ziel.

Wanneer Hope zag dat ik zou gaan zwichten,
Met een stem voor valentijnsgedichten,
Zei ze tot me net als vroeger en als nu “Het is oké,”
Om weer hoop te stichten.

Zo vergingen dagen, weken, jaren,
Bemoedigd door Hope, veilig van gevaren
Zelfs al waren deze gevaren ternauwernood afgeweerd,
Door mijn dierbaren.

Uit de verte van het front rees een kreet,
Vol met haat en pijn, die door de lucht schreed,
Tenietgaand in de overmoed van haar eigen glorie,
Toen men de keel doorsneed.

Uit de verte van het front kwam het bloed,
mettertijd vermengd met sneeuw en roet,
Alles in de naam van ideologische doelen,
Die al zijn vergeten.

Uit de verte van het front vluchtten wij,
Tot de woede van mijn gezel Sergej.
Hij, omdat hij elke partij met haar doelen minacht,
Vormt de tegenpartij.

Uit de verte van het front kwam een man,
Aan zijn wapenen te zien een krijgsman,
Want bij het uitbreken van de oorlog kreeg hij dienstplicht,
Daarvoor was hij weerman.

Hij werd begroet door mijn gezel Justen,
Een dappere man vol met wijsheden,
Toch idealiseerde hij zijn ideologie,
Kenmerkend voor dwazen.

De man kwam uit een godverlaten oord,
Vermits hij schuldig was aan massamoord,
Maar nu verlangde hij terug te keren naar zijn huis,
Voordat hij werd vermoord.

Sergej zocht wraak en gaf hem de doodsstraf,
Justen zocht recht en gaf hem de doodsstraf,
Maar het was Hope die in hem eerlijkheid en berouw zag,
En gunde hem taakstraf.

Naar mijn mening werd toentertijd gevraagd,
Naar welk vonnis mij zou hebben behaagd,
Maar omdat ik zweeg, werd de man van het leven berooft.
Alleen Hope had geklaagd.

Naderhand bedroefde ik mijn verraad,
Mijn zondig gedrag jegens de soldaat,
En toen ik bijna moest huilen en Hope dit moest zeggen,
Vond ze me het niet waard.

De dagen daarna kreeg Hope het moeilijk,
Haar voeten werden zwaar, haar haar lelijk,
Voor de reden dat ze een ziekte had opgelopen,
Ze verviel aanzienlijk.

De vraag wie eerst zou sterven rees toen op,
Noch ik noch Hope kon nog naar verderop,
Want we hadden beiden een Hope als van weleer nodig.
Hope werd als eerst doodop.

Na een nacht bewoog ze gewoon niet meer,
Het zo bruisende lichaam van weleer,
Nu enkel een hoop vlees dat wacht om te vergaan tot stof.
Ik vertrok met hartzeer.
?
Verkerend in diverse stadiums,
Van groot leed tot ontbreken in tantrums,
Was ik, maar daarna werd mijn ziel stil, iets ergers dan al,
De volgende datums.

Deze stilte veroorzaakte wreedheid,
Die werd getoond op de gelegenheid,
Van toen we een dorp aantroffen, die teniet was gegaan,
In de eeuwige strijd.

Er was goddank één die had overleefd,
Maar die misschien de rest omgebracht heeft.
Sergej gaf hem de dood, maar Justen weigerde omdat,
Geen bewijs doorslag geeft.

Om dit meningsverschil te regelen,
Werd mij gevraagd dit te beoordelen.
Ik wou niet weer talmer, geen initiatiefnemer zijn,
Dus gaf ik hem de dood.

Dat oordeel werd dus over hem geveld,
Justen was evenals Sergej versteld.
Voor mijn daad kreeg ik van de één grote lof, maar de ander
Werd ongerust gesteld.

Justen keek naar ons, naar mij en Sergej.
En baarde zich grote zorgen om mij,
Om reden dat hij geen vrede en verdriet in me zag,
Maar enkel razernij.

En terwijl hij ons een brug zag overgaan,
Verdriet en woede die hand in hand gaan,
Bedacht hij dat hij rust rechtvaardigheid en ratio
Nu alleen moest bijstaan,

Want noch Hope noch ik deed dat als voorheen.
Justen volgde ons over de brug heen,
En nadat hij zijn taak van uiterst belang op zich nam,
Vroeg hij zich af waarheen.

Ik hoop dat jullie genoten hebben,
Dat jullie het er voor overhebben
Om het verhaal weer te lezen, dit keer zullen jullie
Meer wijsheden hebben

“Een verhaal over kinderen op reis,”
Zeggen de meesten van jullie eigenwijs.
Maar niets is minder waar, dus leest u het verhaal nogmaals
En neemt u dit in eis.

De personages zijn gelijkend op
Woede, verdriet, rechtvaardigheid en hoop
En de oorlog in welke het verhaal zich afspeelde,
De tijd waarin men leeft.

Wanneer u mijn verhaal voor de tweede
Keer hebt gelezen, met de twee eisen in uw rede,
Vertel ik dit aan u, een regel om te behouden:
Laten we anders doen dan in dit verhaal en onthouden:
“Vrede overwint wrede.”

Ontwerp door Willem Verweijen