Merel Wijers

22 jaar - VWO

69
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Merel Wijers (22 jaar)

? stemmen

Op bezoek bij Hades

De schikgodinnen hebben laatst besloten mijn levensdraad door te knippen. Vanaf het moment van mijn sterven was ik in een andere wereld beland. De plek waar ik was leek een op een grot, donker en groot. Een tijdje bleef ik daar staan, verbaasd dat ik het overleefd had. Toen zag ik opeens een fel licht. Ik keek om me heen, en zag een man uit het licht stappen. Hij stelde zich voor als Hermes. Hij vertelde me wat er was gebeurd, en waar ik nu was. Hij begeleidde me naar een rivier, die zichtbaar was geworden door het licht, waardoor het water leek te fonkelen. In de rivier lag een bootje, met daarop een schimmig figuur. ‘Dat is Charon, hij zal je over de rivier de Styx brengen, de onderwereld in’, zei Hermes. Ik knikte, en stapte het bootje in. Charon hield zijn hand op. Vragend keek ik naar Hermes. ‘Je moet hem betalen, met een munt.’ Ik griste in mijn broekzak, en voelde een munt. Het was een oude Griekse munt die ik onlangs bij een winkeltje in Griekenland had gekocht toen ik daar op vakantie was. Ik hield hem bij me voor geluk. Ik legde de munt in Charon’s uitgestrekte hand, en de boot begon te varen. Na wat voelde als uren, stopte het bootje. Ik stapte uit en keek om me heen. Overal liepen mensen – nou ja, geesten – rond. Ik hoorde gegrom en keek omhoog. Daar zag ik een gigantische hond met drie koppen. Ik draaide me om, om Charon naar het monster te vragen, maar hij was al weer weggevaren. Ik zag het bootje net de bocht om gaan, om daarna uit het zicht te verdwijnen. Ik zag dat de andere mensen gewoon langs de hond liepen, dus ik nam aan dat het wel veilig was, en liep verder. Ik sloot me aan bij één van de drie lange rijen die net na de hond gevormd waren. De geest die voor me stond vertelde me dat hier bepaald werd waar je heen ging: De Elyseïsche velden, voor hen die zeer goed geleefd hadden, de Asphodelvelden, voor de normale mensen, of de Tartarus, waar alleen de allerslechtsten heen moesten.
Nadat de vrouw voor me naar de Asphodelvelden was gestuurd, was ik aan de beurt. Een oude man zat achter een lege tafel. Hij keek me strak aan, en het leek wel alsof hij mijn gedachten kon lezen. Later bleek dat dit ook echt het geval was. Na enkele seconden opende hij zijn mond, en sprak: ‘Tartarus.’ Zonder verdere uitleg werd ik meegenomen door een angstaanjagend uitziende vrouw. Ze leidde me weg van de andere geesten, die me verbaasd nakeken. Ik kon haast hun gedachten horen, zonder de krachten van de man van net: hoe kan zo’n jong, onschuldig meisje naar de Tartarus gestuurd worden? Ik liep met de vrouw mee, en na een tijdje stopte ze bij een grote poort, die bewaakt werd door een onnatuurlijk grote man. Hij keek me aan en opende de poort. De vrouw die me hierheen had gebracht gaf me een zetje. Ik stond in de opening van de poort en keek naar beneden. Daar lag een ravijn, zo diep dat ik de grond niet kon zien. Ik keek om naar de vrouw, en toen duwde ze me naar voren, de diepte in. Terwijl ik richting de vlammenzee viel, die oplaaide uit de duisternis, flitsten de beelden van mijn korte leven voor mijn ogen voorbij, tot mijn laatste momenten. Het mes in mijn hand glinsterde in het zonlicht. Op de grond lag een lichaam, en het eens zo witte T-shirt was nu rood door het bloed. Een hard geluid drong mijn oren binnen.
En nu zit ik hier vast, tot in de eeuwigheid ronddwalend op de eindeloze vlaktes van de Dood.

Ontwerp door Willem Verweijen