Julia Peeters

19 jaar - Atheneum

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Julia Peeters (19 jaar)

? stemmen

Op weg naar boven

*Wat? Waar ben ik?*
Ik hoor bekende stemmen, maar zou niet weten wie het kunnen zijn. Ik kijk om me heen, ik lig op een bed onder een deken, vastgebonden met touw. Ik herinner me niks meer. Ik zou niet weten waar ik ben. Het enigste wat ik nog weet dat ik op weg was naar Disney Land Paris. We zouden er met de auto heen rijden en dat ergens in een hotel gaan slapen. Zou ik nu in mijn bed liggen op mijn kamer? Was het allemaal maar een droom? Ik kneep mezelf en er veranderde helemaal niks.
Er komen een paar mannen aangelopen, maar ze lijken wel kinderen. Ze zijn heel klein en hebben een groot gezicht. Ze lachten me uit toen ik probeerde te bewegen. Ik probeerde te schreeuwen maar dat kon ik niet. Ik probeerde te praten maar dat lukte niet. Ik probeerde van alles maar blijkbaar niks hielp. Ik had de wil om te gaan slapen, maar hielt mezelf wakker. Ik hoorde de mannen zachtjes fluisteren. Ze fluisterden over wat ze nou met mij zouden gaan doen.
Blijkbaar was ik toch in slaap gevallen, toen ik weer wakker werd leek het wel of ik in een rijdend voertuig zat. Het was koud en ik was vast gebonden aan een paal. Het leek of we al uren aan het rijden waren totdat we op een gegeven moment stil stonden. De deur van blijkbaar een vrachtwagen werd open gemaakt. Er kwamen twee mannen naar me toe gelopen. Ze maakten me los en lieten me op de grond vallen. Ik stond op en probeerde uit de vrachtwagen te rennen, maar ik struikelde en viel plat op de weg. Gelukkig had ik er alleen maar een schaafwond aan over gehouden. Ze schopte me en riepen dat ik op moest staan. Ik stond op en liep met mee. Waarheen dat wist ik nog niet…
We liepen al een tijdje langs een trein spoor. De mannen hadden touwen en een doek bij zich. Ze duwde me op de grond en deden een doek om me mond heen. Ze gooide me op het spoor en bonden me eraan vast. Ik probeerde te schreeuwen maar dat lukte niet door dat doek.
Het spoor begon te trillen en ik begon heel erg hard te huilen. Ik keek nog eens goed naar de mannen en herkende mijn oom. Dat hij is staat was om iemand te vermoorden had ik nooit gedacht.
Ik sloot mij ogen hoorde de trein dichtbij komen. Zodra hij mij zag probeerde hij te remmen, maar het was al te laat…. Nu was ik op weg naar de Hemel….

Ontwerp door Willem Verweijen