Stan Frinking

24 jaar - VWO

5
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Stan Frinking (24 jaar)

? stemmen

Op weg naar mijn doel

‘Onderweg’. God, wat haat ik dat woord, ik verafschuw het. Het insinueert slechts te bestaan, omdat het zich tussen twee punten bevindt. Men doet vermoeden dat het woord zelf geen waarde heeft. Daar ben ik het niet mee eens. Het ‘onderweg’ zijn is juist het belangrijkste van de reis. Het begrip is niet in het leven geroepen om het begin van iets met het einde te verbinden, maar het is er om te benadrukken dat het einde pas bereikt kan worden als er iets voor gedaan is. Dat moeten we mensen leren.

Ik zit in een trein die mij naar Amsterdam zal brengen. Ik ben op weg naar een grote wetenschappelijke bijeenkomst over de evolutietheorie. Het onderwerp trekt mij totaal niet, ik ga er niet voor mijn plezier naartoe en geen enkel persoon in mijn omgeving had ooit van mij verwacht dat ik een dergelijke bijeenkomst bij zou wonen. Toch zit ik nu in de trein.

Deze treinreis geeft mij ruimte om na te denken. Ik denk aan de verschillende overtuigingen van verschillende mensen op verschillende plekken. Ik probeer me in te beelden hoe het leven van anderen is. Ik zie mijn leven voor me zoals het er mogelijkerwijs uit had gezien als op dezelfde manier handel als anderen. Want dat is, naar mijn mening, het belangrijkste in het leven: in staat zijn afstand te nemen van je eigen overtuigingen en die van anderen proberen te begrijpen.

‘Meneer, zou ik uw vervoersbewijs mogen zien.’ Ik was zo diep verzonken in mijn gedachten dat ik de conducteur niet eerder gehoord had. Ik geef mijn ticket terwijl ik me weer op mijn gedachten richt. Dat lukt niet, want telkens als de conducteur bij een nieuwe stoel aankomt en opnieuw precies dezelfde zin uitspreekt, word ik uit mijn verbeelding gerukt. Hoe kan deze man een hele dag niets anders doen dan die ene zin uitspreken? Dat wordt op een gegeven moment toch saai? Wat is zijn doel op een doodnormale dag als deze donderdag?

Misschien ben ik bevooroordeeld, wellicht is het mijn lievelingsboek gelukt om me te indoctrineren, maar ik ben er heilig van overtuigd dat ieder mens doelen voor zichzelf moet stellen. We zijn namelijk niet in staat het doel van het leven te doorgronden. Om het gevoel van nutteloosheid te ontwijken, creëren we zelf een doel.
We zijn in ons leven constant op reis naar het behalen van dat doel. Hebben we het voornemen of doel eindelijk bereikt, dan stellen we direct een nieuwe zodat we door kunnen reizen. Ons leven is niets anders dan een lange reis, we zijn altijd onderweg, van doel naar doel, totdat we uiteindelijk de dood bereiken. Volgens sommigen het eindpunt van de reis.

Ik heb een moderne manier van denken, zeker als je in achting neemt dat ik priester ben van beroep. Ik ga naar een wetenschappelijke bijeenkomst. Er staan namelijk dingen in de Bijbel waarvan we nu bijna zeker durven te zeggen dat het nooit gebeurd is. Maakt dat het christendom minder waar? Nee, natuurlijk niet. Ik zou geen goede priester zijn als ik zei dat dat wel het geval was. We moeten misschien accepteren dat er fouten zijn gemaakt bij de vertaling van het heilige boek of dat haar schrijvers dingen net iets anders verwoord hebben. Dat neemt niet weg dat dat mijn geloof gebaseerd is op waarheden. God bestaat.

Volgens veel mensen zijn geloof en wetenschap elkaars tegenpolen. Ook dat is onjuist. Het zijn namelijk allebei antwoorden op onze vragen, maar beredeneerd vanuit andere perspectieven. Ook wetenschappelijke theorieën zijn niet-bewezen. Dat is namelijk de definitie van een theorie.
Mijn grote wens is dat wetenschap en geloof ooit naast elkaar kunnen leven. Ik wil dat verschillende geloven elkaar leren begrijpen en elkaar accepteren. Op deze manier kunnen we oorlogen uitbannen.

Ik werp een blik door het melkachtige plastic dat een raam moet voorstellen en zie het platte landschap dat Nederland kenmerkt. Het elektronische scherm dat bij de deur van de coupé hangt, geeft aan dat ik over drie minuten in Amsterdam Centraal zal arriveren. Dat is het eindpunt van mijn reis. Althans, de letterlijke reis. Mijn reis in het leven, van doel naar doel, is nog niet ten einde. Ik bereik hooguit een afslag zodra ik deze bijeenkomst heb bijgewoond. Wie weet wat voor invloed de sprekers vandaag op mij zullen uitoefenen.

Ik durf als priester verder te kijken. Hopelijk komen na mij meer priesters zoals ik, want enkel met een visie zoals de mijne kunnen we oorlogen voorkomen. De Bijbel is een mooi boek met prachtige verhalen. De schrijver heeft geprobeerd de normen en waarden van die tijd in de vorm van een verhaal aan de mensen te brengen. Het gaat om het moraal van het verhaal, niet om de verhalen zelf. Zo is het bij veel verhalen, dat wat daadwerkelijk gebeurd is, is verzonnen, maar het draait om het achterliggende idee. Helaas zijn mensen de verhalen als waargebeurd gaan beschouwen.

Ik vraag me af hoe dat kan. Over water lopen en een rivier met een enkele handbeweging voor je uit laten wijken, dat is toch ongeloofwaardig? Hoe kunnen mensen daar dan in geloven? Nee, het gaat mij echt om het moraal van het verhaal. Ik snap nog steeds niet dat mensen zo’n ongeloofwaardig verhaal durven te geloven.

Ik ben onderweg. Ik ben op weg naar mijn ultieme doel: het volledig doorgronden van de Bijbel. Ik wil met een frisse blik naar het boek kunnen kijken en ik wil dat iedereen gelukkig is. Dan pas komt mijn reis ten einde.

Mensen zien tegenwoordig niet meer dat verhalen, onder andere de Bijbel, een figuurlijke betekenis hebben. De schrijver wil iets aan de lezer meegeven. Die lezers willen liever een ongeloofwaardig verhaal voor waar aannemen, dan moeite steken in het doorgronden van de betekenis van de tekst. Zeg nou zelf, hoe geloofwaardig is een verhaal over een conservatieve, maar ruimdenkende priester die onderweg is naar een wetenschappelijke bijeenkomst in de hoop dat religie en wetenschap ooit in vrede samen zullen leven?

Ontwerp door Willem Verweijen