Anne Zuiderduin

19 jaar - atheneum

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Anne Zuiderduin (19 jaar)

? stemmen

Op weg om het kwaad te verslaan

De zware stem van de opper demoon galmt door de donkere grot. Er zijn enkele fakkels aan de muren, maar verder is de grot gehuld in duisternis. Jullie hebben gehoord wat de machtigste zei! Roept de opper demoon. Machtigste is de naam die ze voor hun leider gebruiken……de duivel.

Maarten wordt wakker en kijkt slaperig om zich heen. Zijn moeder roept dat het ontbijt klaar staat en loopt daarna de deur uit. Maarten staat op en kleed zich aan. Hij is nog niet helemaal wakker, langzaam loopt hij naar beneden en klemt zich aan de leuning vast om niet te vallen. Terwijl hij de tv aan zet pakt hij zijn ontbijt. Zes doden, zegt de nieuwsman. Hun dood is niet bekend, de lichamen hebben onbekende wonden en het DNA komt met niets overeen. Oftewel het is een raadsel voor de mensheid. Niet geïnteresseerd zapt Maarten door, het enige ding dat hij niet door heeft is dat dit veel, heel veel met zijn toekomst te maken heeft.

3 jaar later……..
Maarten loopt over straat. Diep weggedoken in zijn kraag kijkt hij schuw om zich heen. De laatste 3 jaar is er veel veranderd. De demonen zijn heel actief geweest om het zo maar te zeggen, jij en ik weten precies wat daar mee bedoeld wordt, toch? Maarten is nu 15 en moet een vreselijke pijn, eenzaamheid en verdriet met zich meedragen. Zijn moeder is meegenomen door de demonen en… alles wordt zwart voor Maartens ogen.

Als hij bijkomt zit hij in een soort kooi. Het zijn allemaal houten palen gebonden met ruw touw. Maarten kan maar een halve meter voor zich uitkijken. Hij ziet rode en gele ogen die hem kwaadaardig en sluw aankijken. Er wordt een andere fakkel aangestoken ergens in zijn buurt. Langzaam onthuld het licht de geheimen van de duisternis. Een grote berg wordt zichtbaar, Maarten kan niet goed zien waar de berg precies uit bestaat. Dan ziet hij het, de berg zijn allemaal lijken. Nietsziende ogen kijken hem aan. Monden staan open alsof ze nog een laatste angstkreet wilden uitbrengen voordat ze werden vermoord. Er gaan meer fakkels aan en de grot wordt verlicht. Demonen zweven rond, er begint een braadspit te draaien met vlees eraan. Plots klinkt er een oorverdovend gerommel en de demonen kruipen piepend weg in hoeken. Ook Maarten trek zich terug. Hij kijkt naar het vuur zonder echt wat te zien. Mama mompel hij wanhopig. Daar zit hij dan, hopeloos, niet weten wat hem gaat overkomen. Mama mompelt hij nu harder, nog eens, mama! De tranen stromen over zijn wangen, maar hij merkt het niet. Nogmaals kijkt hij in het vuur. Mama! Daar in het vuur staat ze dan. Vreselijke wonden op haar lichaam zijn zichtbaar. Ze kermt van de pijn, dan zakt ze in elkaar en beweegt niet meer. Zonder dat hij het doorheeft was de duivel de grot in gekomen. Maarten snikt het uit. Naast hem verschijnt heel langzaam een zwaard. Maarten merkt het niet en staart nog steeds in het vuur. Plots wordt zijn hoofd ergens anders heen gezogen. Hij ziet het zwaard liggen en pakt het op. Op slag verdwijnen alle demonen, alsof ze worden opgezogen. Het enige wat overblijft is een afgrijselijke kreet.

Maarten voelt een immense woede door zich heen stromen. Hij kan niet meer normaal denken en het enige wat hij wil is wraak. Wraak voor zijn moeder en alle andere mensen die door deze verschrikkelijk marteling de dood vonden. Voor alle mensen die nu in angst thuis zitten. Met een grote zwaai van het zwaard bevrijd hij zich uit de kooi. De duivel deinst achteruit maar komt snel weer terug. Hij gromt wat onverstaanbaars, de gewone Maarten zou nu vreselijk bang zijn. De Maarten die hij nu is laat zelfs geen greintje van angst zien.
Een deel van de grot stort in en zonlicht sluipt naar binnen. De zonnestralen geven Maarten nog meer moed. Brullend stormt hij op de duivel af die verschrikt opzij springt, maar dan gauw uithaalt met zijn drietand. Bloed druipt van Maartens arm maar hij voelt er niks van. Met een schijn beweging hakt Maarten op de duivel in. Heel even vraagt de duivel zich af hoe zo’n jongen hem dit durft aan te doen, het volgende moment krimpt hij ineen van de pijn. Maarten twijfelt of hij de duivel zal doden. Dan hakt hij met een genadeslag de duivel de hel in. Maarten raakt buiten bewust zijn.

Hij wordt wakker in het ziekenhuis. Een meisje zit naast zijn bed met tranen in haar ogen. Als ze ziet dat hij wakker is vliegt ze hem in de armen en zegt door haar tranen heen dankjewel dankjewel! Je hebt mijn leven gered, dankjewel!

Maarten heeft vele mensen gered, maar weet dat zelf niet meer. Voor iedereen is hij een held. Zo was Maarten onderweg om het kwaad te bestrijden en een held te worden.

Ontwerp door Willem Verweijen