Ajuna Soerjadi

21 jaar - gymnasium

19
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Ajuna Soerjadi (21 jaar)

? stemmen

Overlevende

Meteen toen ik mijn ogen opende wist ik alles weer. Ik besloot mijn reis gelijk voort te zetten. Wat anders was er voor mij te doen in deze stille, verlaten, leegte? Ik was altijd al een gedisciplineerd soldaat en nu had ik simpelweg geen andere keuze meer. De lijken om me heen deden me niets. Al dagen lang was er niets anders dan losse lichaamsdelen verspreid over de zandvlakte. Geen enkel teken van leven. Misschien was het mijn grootste fout te doen alsof een van de kogels ook mij geraakt had. Misschien had ik beter dood kunnen zijn. Ik had geen idee waar ik heen moest of waar ik vandaan kwam. Maar ik maakte de keuze om één kant op te lopen en door te gaan tot er ook maar iets een teken van bewoonde wereld zou kunnen zijn. Relatief gezien had ik al een aardig eind afgelegd, maar er was nog geen enkel teken van hoop. Ik weet de eerste dag van mijn terugreis nog goed. Het oorverdovende geluid van kogels en pijnkreten om me heen, en het enige waar je aan kon denken was overleven. In zo’n tijd heb je geen vrienden en vertrouw je niemand. Je hebt slechts het doel om in leven te blijven. Als een kraan die druppelt, elke druppel water was een soldaat die zijn leven op een moedige manier verloor. Stuk voor stuk vielen ze neer. Iedereen wist dat dit het einde voor ons land zou betekenen. Er was niets meer te doen om onszelf te verdedigen. In een oorlog zijn er altijd verliezers en winnaars, maar ik was me er nooit van bewust dat ons land de naam van de verliezers zou gaan dragen. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Ons land, ons welvarende land van broeders en zusters, verwoest door het leger van een ander. Het was gruwelijk om aan alle kanten bespetterd te worden met bloed. Het was gruwelijk tussen de lichamen te moeten verschuilen. Uiteindelijk moest ik zelfs leven van het overgebleven mensenvlees toen mijn voorraad opraakte. Ik wist dat elke stap die ik zette, net zo goed telkens een stap verder van huis zou kunnen zijn. Het was iets dat steeds weer opdook in mijn gedachten, tot ik mezelf weer dwong om verder te gaan. Voor denken was geen plaats. Uren lang, het leken wel maanden, liep ik over het zand en het was alsof ik geen meter had afgelegd. Het enige dat mijn reis zou bewijzen waren mijn brandende benen, waarvan mijn linker ook nog eens beschoten was. Nee, dit was absoluut geen ‘verfrissende’ wandeling door een mooi landschap. Soms vond ik nog wel eens een rugzak van een van de soldaten. Als ik geluk had zat er nog wat water in. Mijn mond was immers zo droog dat schreeuwen om hulp er niet inzat. Op het moment dat ik weer een rugzak vond, twijfelde ik natuurlijk geen moment en keek wat er nog over was van de voorraad van de eigenaar die een paar dagen geleden deze rugzak nog op zijn rug zou hebben gedragen. Deze keer zat er niet alleen water in. In de dubbele bodem van het hoofdvak lag een foto van een gezin. Een man, een vrouw en drie kinderen. Net als mijn gezin, bedacht ik me opeens. Mijn vrouw, haar naam, de mooiste naam die een vrouw kon dragen. Wat was haar naam? En mijn kinderen, ik kon me hun leeftijd niet herinneren. “Wat voor een man en vader ben ik?’’, dacht ik. Ik hoorde haar stem. Ik verstond het niet maar ik was er zeker van dat zij het was. Ik keek vluchtig om me heen. Niets, er was niets anders dan wat ik deze lange tijd alleen maar had gezien. Haar stem klonk zo echt, alsof ze voor me stond. Ik strekte mijn armen uit en ik voelde mezelf trillen. Elke seconde werd ik zwakker. Elke hartslag was pijnlijker. Wanneer mijn beeld vervaagde en ik mijn balans verloor, zakte ik naar de grond. Ik was gek aan het worden. Ik trilde aan alle kanten, de stemmen van mijn vrouw en kinderen klonken door elkaar heen en werden steeds onduidelijker. En in mijn poging te roepen naar het gezin dat ik liefhad, blies ik mijn laatste adem uit.

Ontwerp door Willem Verweijen