Niek de Bruijn

23 jaar - Havo

68
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Niek de Bruijn (23 jaar)

? stemmen

Pakketje in Parijs

Zware koffers en tassen staan uitgestald in het kleine halletje. Mijn vader moppert dat we weer véél te laat zijn opgestaan en dat het nu vast heel druk zal zijn op de Franse snelweg. Iets met zwarte zaterdag, hoor ik vanaf mijn kamer.
Met een prehistorische ANWB-plattegrond, die voor de helft uit elkaar valt, en de laatste loodzware tas stormt hij de trap af, waarna hij bijna zijn nek breekt over de uitgestalde tassen.
‘Kunnen jullie dan nou nooit eens één keer meewerken?’, vraagt hij, terwijl mijn zusje druk bezig is met een filtertje voor op Instagram.

Na een kwartier proppen en duwen zit ik helemaal ingebouwd met tassen op de achterbank. Vol moed. Ik kan de croissants en de verse baguette immers al ruiken. Vive la France!

Met de brandende zon op de motorkap en het hete wegdek onder ons, scheuren we over een verlaten landweggetje. Mijn zusje en ik krijgen sterk het gevoel dat we wéér verdwaald zijn, maar mijn vader houdt voet bij stuk dat dit de juiste weg is. Beetje domdom, zo rijden zonder TomTom®.
En zoals we al dachten zijn we na anderhalf uur rondjes te hebben gereden in the middle of nowhere weer terug bij af.

Door dat lange rijden moet mijn zusje, die al gehele de reis lang Candy Crush Saga aan het spelen is, heel nodig naar het toilet. Na nog eens een half uur te rijden zien we een wat vervallen benzinestation aan de kant van de weg. De eigenaar is erg chagrijnig, maar uiteindelijk mag mijn zusje gebruik maken van zijn vieze hurktoilet. Mijn vader vraagt ondertussen in het slechtste Frans dat je ooit zult horen de weg, waarna ik hem samen met de eigenaar naar een plattegrond achter in de winkel zie verdwijnen. Ik blijf achter in een bloedhete auto, maar besluit toch om even een frisse neus te gaan halen. Met mijn fototoestel om mijn nek bekijk ik het landschap en besluit om een stukje verder te lopen om mooie kiekjes te maken. Een kwartier later en tientallen foto’s rijker loop ik weer terug naar het benzinestationnetje. Maar tot overmaat van ramp is de auto met mijn vader, zusje en mijn telefoon weggereden!

De chagrijnige baas van het benzinestation is ook in geen velden of wegen te bekennen. Het is inmiddels tegen half zeven, dus hij zal wel gaan genieten van zijn vrije avond.
Dat wordt wachten tot ik een ons weeg, totdat ze ontdekken dat ik niet in de auto zit.

Daar sta ik dan. In mijn eentje op een verlaten benzinestation. De zon zakt al langzaam achter de heuvels van het Franse landschap. Uren lijken te verstrekken, maar wat is tijd als je alleen staat te wachten? Plots zie ik vanuit de verte een auto aankomen. Ik krijg hoop, want ik begin bang te worden daar alleen in die verlaten vlakte.

De auto stopt voor mijn neus, maar het is niet de vertrouwde auto van mijn vader. Ik voel dat ik in een ongemakkelijke situatie zit.
Een man met een accent dat ik nog nooit eerder heb gehoord, stapt uit. Hij stelt zich voor als Fernando. Omdat ik niet alles versta wat hij zegt, probeert hij het in gebrekkig Engels te vertellen. Ik vang iets op over iets afgeven aan een neef in Parijs en dat ik daar veel geld voor zou krijgen. Ik als nuchtere kaaskop reageer zoals alle andere gierige Nederlanders zouden doen. Ik ga akkoord, want ik wil wel geld verdienen met een simpel karweitje.

Fernando geeft me ook een telefoon, maar vertelt me dat ik daarmee alleen naar hem mag bellen. Ik vind het vreemd, maar ik blijf gehoorzamen. Ik kan nu alsnog niet mijn vader bellen, maar ik wil het geld natuurlijk ook niet mislopen. €10.000 – kaching! – in the pocket. Nou ja, als ik het pakketje op tijd afgeef bij zijn neef in Parijs. Ik zie het compleet zitten. Dit kan niet fout gaan.

Het hele gesprek duurt in totaal maar vijfentwintig minuten.
Uiteindelijk word ik door mijn vader opgepikt bij het benzinestation. Het spijt hem enorm dat hij weer verder was gereden, omdat hij dacht dat ik in de auto aan het slapen was onder de deken, die ik over de tassen had gelegd. Ik vergeef het hem, waarschijnlijk nog dolgelukkig dat ik heel veel geld kan verdienen.
Uiteindelijk komen we aan bij de camping, die maar acht kilometer van de Eiffeltoren vandaan ligt. Dat is erg prettig voor mij, omdat het huis van Fernando’s neef hier niet ver vandaan ligt.
Toch lig ik met een naar gevoel in mijn onderbuik in bed, omdat ik niet weet wat er in het pakketje zit. Diep twijfelend val ik dan toch in slaap.

Als ik de volgende ochtend Fernando nog bel om verduidelijking doet hij erg mysterieus en kortaf. Hij vertelt me dat ik mij geen zorgen moet maken en dat het allemaal goed komt. Nou, daar vertrouw ik dan maar op.

Ik leg mijn waardevolle spullen in het kluisje van de hotelkamer, als er plots op de deur wordt gebonkt. Ik schrik me een ongeluk. Eerst denk ik dat mijn zusje weer grappig probeert te doen, maar als ik een luid ‘Ouvre!’ hoor, besef ik mij dat er meer aan de hand is. Zou dit iets met de vreemde reactie van Fernando te maken hebben? Als ik de deur open, stormen er een aantal politieagenten de kamer binnen. Ik vraag in mijn beste Frans wat er aan de hand is. Een van de agenten zegt dat ik dat dondersgoed weet, waarna hij mij in de boeien sluit. Als ik hem vraag waar hij het over heeft doorzoekt hij mijn tas en laat me de inhoud van het pakketje zien. Ik slik. Ik heb dus al die tijd rondgelopen met een simpel doosje, waar vijf kilo cocaïne in zat.

Inmiddels zit ik al drie weken vast op het Franse politiebureau. Mijn vader en zusje kunnen mijn onschuld niet bewijzen.
En Fernando? Die is hem gepeerd en heeft volledig de macht over mij…

Ontwerp door Willem Verweijen