Tessa Junggeburth

23 jaar - vwo

4
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Tessa Junggeburth (23 jaar)

? stemmen

Run away

Een van de redenen dat ik besloten heb vegetariër te worden, afgezien van het feit dat ik niet tegen dierenleed kan, is omdat wij mensen meer op dieren lijken dan we weten. Ik hoor je nu denken: zoveel overeenkomst voel ik toch eigenlijk niet voor mijn broodje hamburger. Of voor zo’n klein zwart-geel gestreept, onschuldig lijkend beestje, met een iets minder onschuldige angel, die zich in je zojuist genoemde broodje hamburger had verstopt en besloot dat hij het wel een goed idee vond om je tong vroegtijdig te doorboren, lang voordat je de legale leeftijd had om überhaupt te beslissen of je wel of geen tongpiercing wilde.
Ik moet toegeven dat we op zo’n soort organismen in eerste instantie niet lijken, bovendien zou het eigenlijk kannibalisme worden als we wél op dat broodje hamburger met bijbehorende wesp zouden lijken (“Goh, buurman, ik had u al lang niet meer gezien zeg…”).
Nee, de reden dat ik sympathie voel voor alle niet-mensen in deze wereld is vanwege één kleine, biologische overeenkomstigheid. En dat is onze vluchtreactie. Een mechanisme dat onze duizenden jaren van evolutie heeft overleefd en een van de weinige momenten dat moeder natuur nog enige invloed op ons heeft.
Het is dan ook een reactie die niet zomaar opkomt. Je moet echt onder zeer hoge stress staan. Zo hoog, dat je lichaam adrenaline gaat produceren, dat met grote kracht door je aderen wordt gepompt. Je bloeddruk stijgt, je hartslag gaat omhoog en je spieren spannen zich aan. Elk haartje op je lichaam komt rechtovereind te staan, zodat het kippenvel zich verspreidt tot je grote teen. Dan pas is je lichaam er klaar voor, klaar om te vluchten, weg te rennen, voor wat soort levensbedreigend gevaar dan ook.
Waarom ik je dit allemaal vertel? Omdat ik op de vlucht ben, nu, op dit moment. Ik moet wel toegeven dat het ondanks ons dierlijk instinct, toch ietwat moeizaam verloopt. Mijn benen voelen als lood als ik ze in een poging tot rennen zo snel mogelijk vooruit beweeg. Het rennen wordt dan ook bemoeilijkt door de grote hoeveelheid wit kant dat om mijn benen golft. Ik probeer de stof omhoog te trekken zodat ik er niet steeds op ga staan, maar daardoor schiet een mouw van mijn schouder en word ik gedwongen het maar te laten hangen.
Ik probeer me te focussen op de weg die voor me ligt, een kaarsrechte laan met witte rozen langs weerszijden van het pad. Terwijl ik de rozen tel om mezelf af te leiden, vraag ik me af hoelang ze er al staan en waarom ze nog zo mooi in bloei zijn, terwijl de schrijnende zon er al de hele dag fel op schijnt. Een grote fout, neem dat maar van mij aan. Door mijn gemijmer let ik niet goed op en ik struikel. Zwart.
‘Schat, gaat alles wel goed? Wat doe je hier op de grond?’ Een warme hand glijdt onder mijn rug en twee sterke armen trekken me omhoog.
Ik open mijn ogen. ‘Hamburger,’ is het enige wat ik uit kan brengen.
Hij schiet in de lach. ‘Mijn meisje toch, je bent al vijftien jaar vegetariër! Maar vooruit, als jij zin hebt in een hamburger, dan halen we straks hamburgers, zoveel als je wilt.’
Ik kijk omhoog. Twee helderblauwe ogen met lachrimpeltjes kijken op me neer. Langzaam ontspannen mijn spieren zich, mijn hartslag neemt weer een normaal tempo aan en de onrust stroomt weg uit mijn lijf. Ik krabbel overeind en strijk het witte kant van mijn jurk glad.
Dan sta ik op en laat me begeleiden naar de deur, die met een groots gebaar wordt opengezwaaid. Een recht pad met witte rozen strekt zich voor me uit.
Hij kijkt me ernstig aan. ‘Als je om wil draaien, draai ik met je mee om, dat weet je.’
Ik glimlach. Op dat moment voel ik iets kriebelen op mijn hand. Een klein, zacht, zwart-geel gestreept beestje.
‘Niet nodig, papa.’
Ik kan altijd nog vluchten.

Ontwerp door Willem Verweijen