Sabine de Meer

26 jaar - HAVO

52
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sabine de Meer (26 jaar)

? stemmen

Samen, maar toch alleen

Als ik ’s ochtends de deur uitloop controleer ik of alle deuren op slot zitten en of ik mijn elektrische verwarming heb uitgezet. Dat is er zo eentje die in de fik kan vliegen, maar je weet niet wanneer. Dus is het extra belangrijk dat ie uitstaat als je er niet bent.
Daarna loop ik de deur uit en voel ik om me heen dat het leeft. Er rijden auto’s voorbij en voetgangers kijken omhoog als ze mij bij de deur zien staan.
Ik stap op mijn fiets. Vaak ben ik wel in gedachte over iets, ik kan niet zo goed aan niets denken. Ik ben zo’n denker die alles heel vaak en op tig verschillende manieren kan beleven in gedachten. Wel ben ik jaloers hoor, op mensen die dat kunnen, aan helemaal niets denken.
Ik fiets verder en in gedachte ga ik naar de persoon waar ik de laatste tijd het meeste aan heb gedacht. Degene die bij mij de meeste gevoelens opwekt. Blij, verdrietig, wantrouw, intens gelukkig, intens ongelukkig, houden van, teleurstelling, ik heb ze allemaal door hem gevoeld. Zoals altijd probeer ik me ervoor af te sluiten, er niet aan te denken. En zoals altijd lukt dat niet.
Dan komt weer dat stekende gevoel naar boven dat al die andere gevoelens overheerst. Het gevoel van missen. Bah, wat heb ik daar een hekel aan. Ik haat het om iemand te missen. Het geeft me het gevoel dat ik afhankelijk ben van iemand en dat wil ik niet.
Ondertussen ben ik alweer zover afgedwaald dat ik weer verdrietig word. Muziek speelt daarbij ook erg mee heb ik gemerkt. Wanneer ik me goed voel en verdrietige muziek opzet, word ik zelf ook verdrietig. Maar wanneer ik me verdrietig voel en blije muziek opzet, word ik er niet blij van. Raar is dat eigenlijk. Misschien ligt dat ook aan mij. Maar het klinkt ook wel weer logisch, omdat verdrietig zijn een grotere en zwaardere emotie is. Dus blijf je er sneller in hangen.
Ik rem af en stap van mijn fiets. Ik ben er. Bij het café waar ik met hem heb afgesproken. Alle vragen spoken nog steeds door mijn hoofd. Alle vragen die ik niet moet vergeten omdat ik anders spijt krijg dat ik ze niet gesteld heb. Is het wel verstandig wat ik doe? Wil ik wel antwoorden op mijn vragen? Waar word ik gelukkig van?
Ik sta voor het café met mijn fiets nog in mijn handen en kijk naar binnen. Daar zit hij. M’n hart maakt een sprongetje, ik voel vlinders en mijn keel knijpt zich samen. Eten zit er voorlopig even niet meer in merk ik al.
Waarom doe ik dit? Ik hoop op iets. Dat hij me vast houdt, kust en we verder kunnen gaan waar het gestopt was. Ik weet dat het valse hoop is, draai me om en stap weer op mijn fiets.
Terwijl ik aan het fietsen ben voel ik de tranen opkomen. Het verdriet dat weer de overhand aan het nemen is. Ik wil naar huis, weg uit deze menigte. Als ik om me heen kijk zie ik zoveel mensen. Ik zie ze tegelijk, samen. Maar ze zijn alleen. Iedereen is alleen in zijn of haar gedachtes. Er is niemand die op precies hetzelfde moment en tijdstip precies hetzelfde voelt en denkt als jij.
Ik ben onderweg naar huis met al mijn gedachtes en emoties. Degene die naast mij fietst is misschien wel onderweg naar zijn werk, met al zijn gedachtes en emoties.
Ik voel me verdrietig en eenzaam, hij misschien niet.

Ontwerp door Willem Verweijen