Ilse Schouten

21 jaar - Havo/Atheneum

34
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Ilse Schouten (21 jaar)

? stemmen

Te laat

Mijn koffer ligt voor me. Hij is zo gevuld dat er niks meer bij kan. Toch mist er iets.
Ik kijk mijn kamer rond naar aanwijzingen die me het vertellen. Wat vergeet ik?
Er wordt geklopt. Ik geef geen antwoord.
‘Silke?’
Ik draai me om.
Charlie staat in de deuropening met zijn handen in z’n zij.
‘Weet je het zeker?’
Ik kijk hem aan. Hij zal alleen achter blijven als ik ga. Maar ik weet zeker dat het beter zal zijn.
‘Ja papa, ik weet het zeker.’
Ik kan hier zo slecht tegen. Hij weet dat ik zal gaan. Als het niet vandaag was zou het morgen zijn.
Ik geef hem een knuffel en zeg: ‘Je weet dat dit noodzakelijk is, ik moet voor mama zorgen.’
Hij laat als eerst los uit deze omhelzing. Hij heeft tranen in zijn ogen. ‘Niet huilen papa, anders moet ik ook huilen.’
‘Oké.’ Hij slikt even, maar houdt zich toch groot. Samen lopen we de trap af naar beneden. Ik zet mijn koffer in de bijkeuken en trek mijn gympen aan. Charlie wil ook zijn schoenen aandoen maar ik houd hem tegen. ‘Ik loop zelf wel naar het station papa, anders wordt afscheid nemen nog zwaarder.’
Hij knikt. Ik als zijn enige dochter, als zijn enige kind die hem verlaat voor een zieke moeder die in Engeland woont. Nadat ik 5 werd heeft ze papa verlaten. Ik haat haar. En toch ga ik haar helpen. Het zit me nog steeds dwars. Als ik mijn jas aan heb loop ik naar de achterdeur en draai me nog even om. Charlie heeft het niet droog gehouden en snikt. ‘Waarom moet je toch gaan.’
Ik krijg een brok in mijn keel.
‘Anne heeft je verlaten Sil, waarom ga je haar toch helpen?!’
Er borrelt iets omhoog in me. Charlie haat Anne en andersom.
‘Een ziekte is overmacht Charlie begrijp dat toch!’ Huilend kijk ik hem aan. Ik slik tranen weg.
‘Ik moet gaan.’
Ik durf hem niet meer aan te kijken.
Ik open de deur, draai me om en zonder hem aan te kijken sluit ik de deur achter me.
Zachtjes snikkend loop ik richting het station. Ik haal een koffie bij de kiosk en ga zitten op een bankje. Ik pak mijn mobiel en kijk hoe laat het is. Nog 10 minuten en dan de eerste trein naar Schiphol via Amsterdam Sloterdijk. Als er nu maar geen vertraging is. Met mijn koffie in m’n hand loop ik naar spoor 3. Het is niet overbevolkt maar toch druk. Mijn gedachtes zijn overal totdat de trein voor me stopt. Het blijkt drukker te zijn dan ik dacht en zie dat ik zal moeten staan. Leunend tegen een paal drink ik mijn koffie. Een oude man staat tegenover me en ik zie dat hij graag een praatje wil maken.
Ik niet.
Hij kijkt op en onze blikken kruisen elkaar.
Shit.
‘En waar gaat de reis heen?’ Vraagt de man.
‘Londen.’ Ik neem een slok. Ik hoop dat hij merkt dat ik er niet zoveel zin in heb maar hij gaat gewoon door. ‘Oh, dat zal een lange reis voor je zijn! Ik moet naar Haarlem want daar…’
Ik kijk naar buiten en het bordje met Amsterdam Sloterdijk verschijnt.
Ik zucht opgelucht.
‘Dag meneer! Fijne reis nog!’ Zeg ik tegen hem. Hij is duidelijk bedroeft dat ik hem verlaat maar heeft al weer een nieuw slachtoffer gevonden om zijn verhaal mee te delen. Ik stap uit en ren met mijn koffer richting spoor 4. Trap af. Trap op. De trein staat er nog en ik stap in. Weer een overvolle trein. Zachtjes vloek ik over dat NS toch eens knappere treinen moeten gaan regelen tot ik een plekje zie.
Ik ga zitten naast een meisje van mijn leeftijd die bezig is met haar nagels. Als ze net met het kwastje over haar nagels wil gaan ga ik naast haar zitten. Boos kijkt ze mijn kant op. ‘Trut, nu ben ik uitgeschoten!’ Mensen tegenover haar grinniken waardoor ze bijna explodeert. Ik glimlach. Terwijl het nagellak meisje zich uitleeft op de personen tegenover haar merk ik dat mijn telefoon afgaat. Ik neem op. Het is oma. ‘Och lieverd doe je wel voorzichtig als je gaat?’ Ik lach om haar bezorgdheid en vertel dat ik heel voorzichtig zal doen. Uren praat ik met haar tot ik haar vertel dat ik er uit moet.
De trein stopt en ik sleur mijn koffertje weer achter me aan. Het is zo groot dat ik bijna zenuwachtig wordt en bang ben dat ik zal verdwalen. Mijn maag knort en trekt me uit deze gedachte. Bij een snackbarretje koop ik een patatje en loop ik naar mijn trein. Hij is er. Geen vertraging. Helemaal niks. Snel werk ik mijn patatje naar binnen en stap ik in. ‘Wow. De pratende toeristen achter me laten me weten dat ik door moet lopen al moet gaan zitten. Als ik zit merk ik pas dat ik echt moe ben. Ik berg mijn koffer op en val direct in slaap.
Ik word wakker gemaakt door een hond die tegen mijn benen opspringt. Ondanks dat hij gemuilkorfd is zie ik zijn enthousiasme en hoe hij dat zou willen vertellen. Ik aai hem en zie dat het baasje me lachend aankijkt. Als de conducteur omroept dat we er zijn pak ik alles en stap ik opnieuw uit. Ik kijk m’n ogen uit. Maar bedenk opnieuw waarom ik hier was. Ik pak de bus en rijd naar de straat waar mijn moeder woont. Na een klein stukje lopen ben ik er eindelijk. Ik pak de sleutel van het huis en open de deur. ‘Mama? Ik ben er!’
Ik loop naar haar slaapkamer en open de deur. Daar ligt ze op haar bed. ‘Mam?’
Ik loop naar haar toe. Ze ligt er zo stil bij en raak haar aan. ‘Nee…’ Nu weet ik pas wat ik vergeten ben. Een foto van haar samen met mij. Van toen ze nog leefde.

Ontwerp door Willem Verweijen