Iris Maes

18 jaar - VO en IB

12
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Iris Maes (18 jaar)

? stemmen

Te veel

De mensen moeten sneller dood, of er moeten er minder bij komen. Wat de wereld nodig heeft is een ziekte, een bij kinderen. Zo’n ziekte moet het leven laten vergaan één dag. Dat zal ze leren. Zij zullen bang worden, minder kinderen krijgen; het klinkt goed. Met een aanraking verspreidt het virus zich. Ik noem de ziekte: Ivola.
Ik weet wat jij denkt, jij denkt dat ik vals, harteloos en bitter ben. Ik weet het zeker. Maar je kunt je niet voorstellen hoe het is om mij te zijn. Medelijden kan ik niet meer hebben, na al die eeuwen. Ik ben de geest van het leven, en de geest van de dood. Één geest met twee verantwoordelijkheden. Twee verantwoordelijkheden over zeven miljard mensen en nog vele ontelbare wezens. Het is veel te veel werk, alles onder controle houden. Maar om medelijden er bíj te hebben, is echt te veel gevraagd.
Mijn wacht staat bij de sluisdeur tussen het leven en de dood. De kamer waar de doodgaande geesten van mensen zich vertonen. Hier zijn de geesten in de laatste uren dat hun hart nog klopt. Ik kan zijn waar ik wil, wanneer ik wil, maar mijn lichaam blijft voor eeuwig bij de sluisdeur. En nu ben ik onderweg, bezig om deze planeet opnieuw te creëren, met minder wezens. Dat maakt mijn taak alvast een stuk makkelijker.
Ik zal die ziekte maar eens maken. Met mijn krachten is dat een fluitje van een cent. Toch, na al die jaren ben ik wijzer geworden en begin ik klein. Het eerste het beste kind dat ik zal besmetten zal iemand zijn in een modern land. Nederland, denk ik. Het nieuws zal zich snel verspreiden. Mensen zullen bang zijn en minder kinderen krijgen. Wat verrukkelijk.
Ik ben een geest, ik kan de wereld zien door de ogen van ieder wezen. Ik doe mijn vermoeide ogen dicht, en mijn zicht komt aan in Zuid-Limburg.
Dit keer kijk ik door de ogen van een vogel, en jawel, ik zie haar. Het eerste het beste kind. Meteen weet ik alles van haar af, echt alles. Nora, heet zij, nét twaalf. Nu moet ik haar nog besmetten, als eerste slachtoffer van Ivola. Ik zal haar de komende vierentwintig uur uitgebreid bestuderen. Ik hoef haar maar aan te kijken, in haar ogen te kijken, en zij is besmet. Ik voel haar temperatuur rijzen, en ik weet dat zij binnen een uur in slaap zal vallen.
Een uur later verschijnt Nora bij mijn sluisdeur tussen de twee werelden. Ik herken de stem, en haar uiterlijk. “Waar ben ik?” vraagt zij. Ik besluit om haar de waarheid te vertellen, misschien wel een kort gesprek met haar te voeren. “Jij bent in de kamer van het leven en de dood,” zeg ik. “Wat is dit? Is dit een droom?” Hoe moest ik in vredesnaam reageren? Nooit heb ik gecommuniceerd met een ander levend wezen dan ikzelf. Ik heb nog nooit interesse gehad in het simpele leven die zij achter de rug hadden. Maar dit is een uitzondering, “Nora, dit is geen droom. Ik weet dat jij nu door de laatste drieëntwintig uur van je leven gaat. Aangenaam, ik ben de geest van het leven en de dood, en de oorzaak van jouw vergaan.”
“Wat is dat nou weer voor een onzin? Laatste drieëntwintig uur? En hoe weet u mijn naam?”
“Jij gaat dood Nora, jij bent mijn proefkonijn. Jij zal als eerste sterven aan de ziekte Ivola. Maar maak je geen zorgen, de dood is niet ver weg. Ik voel het.”
“Ben je gek? Ik ga niet dood.” Wat een onnozele wezens, die mensen, zo eigenwijs, maar vooral beledigend. “Ik ben niet gek, hoe durf jij mij zo te beledigen? Jouw lichaam ligt nog gewoon in Nederland, en daar zal het nog begraven worden ook!” Ik raak geïrriteerd. Snap dat dan nou!
“Maar waarom vermoordt u mij? Wat is Ivola, wat voor proefkonijn?” Haar stem klinkt opeens bang, en ik weet dat zij mij eindelijk begint te geloven. “Snap het nou, Nora. Ik heb het veel te druk, ik moet iets vinden dat mijn werk makkelijker maakt, een ziekte. Ik heers over miljarden mensen. Met zoiets komen er minder mensen op aarde, dat maakt mijn taak een stuk makkelijker. Jij was het eerste het beste kind die ik zag en bent daarom als eerste besmet. Jij zult binnen een paar uur door die deur worden meegesleurd en dan zal je leven vergaan.”
Het is een poosje stil. Maar uiteindelijk vraagt zij met tranen in haar ogen: “Weet u wel wat een leven waard is? Ik wil nog zo veel. Misschien zijn die van u vergaan, maar ik heb nog gevoelens!” Wat een koppige meid, zeg. Maar toch, zij is twaalf, ik begin langzamerhand een beetje medelijden te krijgen. “Snap het nou! Ik ben al drie miljard jaar aan het werk, ik verdien ook wat rust! Wat lijkt het me heerlijk om dood te kunnen gaan. Rust. Eeuwige rust. Wie wilt dat nou niet?”
Zij is sprakeloos, misschien realiseert zij zich eindelijk hoe goed zij het heeft, met zo’n simpel leven. “Wordt u er gelukkig van om het leven van iemand anders af te pakken? Het leven van iemand die nog zo jong is!” Die woorden komen hard aan. Opeens besef ik wat ik heb gedaan, ik was blind, al die jaren. Ik strooide mijn verveling, bitterheid en woede uit over de wereld. Dat is fout, die Ivola moet weg. Maar al die moeite! Nee, ik moet Nora beter maken. “Nora, je hebt gelijk! Ik ben een afschuwelijke, bittere geest. Ik—ik moet je beter maken.” Zij begint te stralen. En het voelt goed om iemand gelukkig te maken.
Maar op het moment dat ik haar beter wil maken gebeurt er iets verschrikkelijks. Nora’s tijd verloopt. En zij wordt meegesleurd door de deur van de dood.

Ontwerp door Willem Verweijen