Arne van Rooijen

24 jaar - VWO

98
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Arne van Rooijen (24 jaar)

? stemmen

Toch maar een tussenstation

De trein was te laat.
Driftig keken de doorgewinterde treinreizigers op hun Smartphones. Sommigen zouden verblijd worden door een nietszeggend Whatsappje, anderen zouden enkel en alleen de tijd zien, de telefoon weer in hun zak steken, vervolgens constateren dat ze het klokje op hun homescreen wel hadden aanschouwd maar vervolgens niet de relevante informatie daaruit ge-extraheerd hadden, om hem vervolgens weer uit hun zak te halen.
Naast die groep van individuele ‘sociale wezens’ die met hun LCD-verlichte schermpjes iedere poging tot wereldlijk contact preventief afwezen, stonden verschillende paren van Amerikaanse toeristen. Wel bepakt (met dusdanig veel verschillende koffermodellen dat het een onmogelijk taak zou zijn om deze in dit bescheiden werkje te beschrijven) danwel met een glimlach de zon begroetend, danwel voortijdig vermoeid door de aankomende reis, stonden zij daar de laatste paar uren van hun trip to Europe af te tellen.
Joost behoorde tot geen van deze groepen. Hij had ook geen behoefte om de aankomende Intercity (die nu wel heel lang op zich deed wachten) te betreden. Het was zijn intentie om, wanneer de trein het station met enige overgebleven vaart zou betreden, zijn lichaam voor de ruimte van de machinist te werpen. Het was zijn streven het trotste geel van de NS-trein te bedekken met een mengelmoes van modderspetters, slecht uitgewiste graffitisporen en de inhoud van zijn bloedstelsel. Het was zijn stille hoop dat wellicht enkele kinderen van de hoofdmachinist toestemming hadden gekregen om zich in de treincockpit te laten fascineren door de vele knopjes, enkel om de laatste miniseconden van Joosts intacte lichaam gade te slaan.
Terwijl hij dit plan overdacht en nog snel zijn veters strikte – want ja, wat als hij verkeerd voor de trein viel? – trok een meisje dat met drie verschillende tassen de anders zo drukke roltrappen afrende zijn aandacht. Zijn ogen fixeerde even op haar boezem die, bedekt door een shirt van een inwisselbare popband, de Utrechste Heuvelrug in vergelijking reduceerde tot niets meer dan een luchtbubbel in een pannenkoek.
De ogen van het meisje, licht bedekt door haar duidelijk onnatuurlijke rode haar, straalden doodsangst en paniek uit. Door zijn rustige en kalme ogen nam Joost waar hoe het meisje (Joost noemde meisjes tot hun 30ste levensjaar meisjes, zo deed zijn vader dat ook, alhoewel dat gezien zijn leeftijd ietwat logischer was) zich realiseerde dat de trein die 11 minuten geleden vertrokken had moeten zijn nog niet op het perron aangekomen was. Haar ademhaling stabiliseerde zich enigszins en met haar ene rolkoffer, haar door Nike bevinkte sporttas en een nette handtas positioneerde zij zich naast Joost op het perron.
“Well that was quite the run” sprak ze in een duidelijk accent, welke dat was kon Joost niet precies plaatsen. Het accent was duidelijk Brits van origine en was vermoedelijk Schots, Welsh, Iers, een of ander achtergesteld Engels accent equivalent aan het Nederlands’ Achterhoeks of een combinatie daarvan. Enigszins van zijn apropos knikte hij zwakjes, zijn lichaamstaal kracht bijzettend met een apathische grunt die hem meer deed lijken op een holbewoner dan een 21ste eeuwse beschaafde, welgemanierde suïcidant.
Joost sloeg met enig schuldgevoel haar mooie broek en nette Nikes gade, wetend dat in zijn geplande toekomst deze in niet al te lange tijd (alhoewel de NS er nu wel érg lang over deed) door zijn lichaamsvloeistoffen besmeurd zouden zijn.
Zijn hart was in de afgelopen minuten ondanks zijn naderende sterfbed van rails, dwarsliggers en stenen, stabiel rond de 70 beats per minute blijven hangen. De aanwezigheid van het meisje naast hem deed dit getal dermate stijgen dat hij het in zijn keel begon te voelen en hem deed vrezen dat, wanneer de trein niet snel zou komen, hij eerder ter overlijden zou komen aan een hartaanval dan aan suïcide. Hij realiseerde zich dat in dit geval zijn magere levensverzekering aan zijn vader uitgekeerd zou worden, iets wat hij hem niet gunde. Hij besloot vervolgens om met pseudo-buddhistische ademhalingstrucjes zijn hart weer tot rust te brengen, iets wat maar half lukte.
“Carrie” zei de roodharige welbeborste, zichzelf voorstellend “Denk je dat het nog lang gaat duren tot de trein komt?”
“De NS kennende, ja” zei Joost in een poging tot een grap welke ietwat teniet werd gedaan door zijn strakke gezicht en gemompelde half onverstaanbare Engels (terwijl hij zijn Engels over het algemeen toch bovengemiddeld achtte, al deed elke Nederlander dat.)
Carrie zuchtte en schudde het hoofd. Het missen van de trein had ertoe geleid dat ze haar vliegtuig zou moeten missen, iedere minuut die de trein er extra over deed om de afstand tussen Ede-Wageningen en Utrecht Centraal te overbruggen maakte die mogelijkheid vooralsnog een steeds aannemelijker scenario.
De zakken in haar skinny jeans boden geen ruimte voor een telefoon, dus haalde zij deze uit haar handtas. Haar op het internet uitgeprinte boardingpas was in haar hoesjes geschoven en om een of andere reden voelde Joost de drang om te kijken wat haar bestemming was. Dit bleek onmogelijk, want Carrie sloeg haar mobieltje weer dicht, stopte hem weer in haar handtas en keek vol verwachting naar de aankomende trein.
De verwachting werd waargemaakt, de trein kwam met de seconde dichterbij en Joost zonk de moed in zijn zojuist gestrikte schoenen. Hij probeerde de energie te vinden om zijn voeten tot een sprong te brengen wat alleen maar leidde tot een deja vú naar de slechte tijden van het hoogspringen bij de lokale atletiekvereniging.
Voordat hij de moed uit zijn schoenen gevist had reed de met modder en graffitisporen besmeurde Intercity langs het perron, alvorens hij uiteindelijk tot stilstand kwam. Carrie lachte opgelucht en nam, tot Joosts verbazing, zijn hand in de hare terwijl zij samen naar het gele gevaarte liepen.
Joost zei niks toen hij de dubbelzijdige deur doorstapte en zichzelf uiteindelijk nestelde in een zachte stoel in de 2de klas, zijn lange benen ongemakkelijk onder het keramieke tafeltje propte en zo tegenover Carrie kwam te zitten.
Vandaag bleek toch maar een tussenstation te zijn.

Ontwerp door Willem Verweijen