Margot van de Gevel

20 jaar - havo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Margot van de Gevel (20 jaar)

? stemmen

Trein 13

Ik was op 31 oktober 1858 op het station in Groningen, ik weet het nog goed want dat was de dag waarop ik stierf. Ik droeg een blauwe met kant bedekte jurk die tot mijn knie lang was, verder had ik mijn witte sokken hoog opgetrokken met mijn leren schoenen als pronkstukken er onder. Het was 09:00 en ik wachtte op de trein die naar Emmen in Drenthe ging. Ik moest nog een kwartier wachten tot de trein kwam maar dat vond ik niet erg want de zon scheen toch lekker op mijn gezicht ook al was het in oktober. 09:05 luidde de klok. 09:10, nog 5 minuten dacht ik bij mezelf. 09:15, Aahh daar kwam hij eindelijk aan. De trein was mooi rood met zwart en op de voorkant stond een koperen 13.
Ik stapte in en liet mijn kaartje knippen bij de conducteur. Dat was een oude man die zo dun was dat het net een skelet was. Hij grijnsde boosaardig naar mij; bijna al zijn tanden was hij kwijt. Toen reden we weg. Ik ging in het midden van de trein zitten op een bankje dat was bekleed met bloedrood stof. We reden door weilanden, weilanden en nog een weilanden heen.. en ineens net alsof ik met mijn ogen knipperde was het donker, net zo donker als ’s nachts. Ik vroeg aan de conducteur waar we nou eigenlijk ergens heen gingen. Hij lachte alleen met zijn restje tanden boosaardig. ”Engerd” dacht ik. Ik liep naar de machinist toe. Dat was een groen uitziende dikke man met op sommige plekken wonden en snee├źn die haastig,….. gerepareerd waren leek het wel. Hij lachte ook alleen maar met een boosaardige grijns. Nou ja, dan ga ik maar terug zitten dacht ik.
Net toen ik ging zitten stopte de trein en viel ik op mijn bankje. Ik hoorde een hele harde boosaardige lach door de trein heen galmen. Het leek of de trein zelf lachte…. Plotseling zag ik lichtgevende en met bloedbedekte gezichten in de ruit. Ze flikkerden met licht en gingen toen weer weg. Daarna kwam er van voor naar achter door de trein een zwerm vleermuizen, het licht in de trein ging uit. En weer die lichtgevende- met bloedbedekte gezichten, maar deze keer waren ze binnen! Ik hoopte ze weg te kunnen slaan met mijn tas, maar ze kwamen steeds dichterbij. Het leek wel of ze mijn gezicht eraf wilden zuigen. Ik stond op en rende naar het begin van de trein. Uit de banken kwamen bloeddorstige mummies naar buiten; sommige stukken huid waren zichtbaar, groen, rimpelig en vol met korsten en zweren. Ook hun mond was zichtbaar met vlijmscherpe, rotte tanden. Ze kwamen op me af.
Plots zag ik een spook op de rails; het leek me veel vriendelijker dan alles in de trein dus wilde ik aan de conducteur vragen of hij de deur wilde opendoen, maar hij lag als een skelet in een hoekje. Daarna wilde ik het vragen aan de machinist maar hij was zijn hoofd kwijt en hield een bloederige bijl vast. Ik gooide zelf de deur maar open en rende naar het spook, maar dat was er niet meer. Het bleek alleen het silhouet te zijn geweest van een nachtvlinder die in het glas van een lantaarnpaal zat.
Ineens begon de trein weer te rijden. Ik werd overreden en zag mijn lichaam toegetakeld liggen. ‘Wacht hoe kan ik mijn lichaam daar zien liggen?’ dacht ik.
Ik keek in de plas bloed die naast mijn lichaam lag. Ik zag dat ik een witte gedaante was geworden en op de plek waar mijn voeten moesten zitten was niks meer, ik zweefde boven de grond. Verder zag ik er nog hetzelfde uit als toen ik nog leefde. Maar alleen dan wit en doorzichtig.
De volgende dag werd mijn lichaam gevonden. Verder bleef ik daar ronddwalen op dat stuk rails. Altijd wachtende op trein nummer 13 die naar Emmen in Drenthe zou gaan. Maar die kwam nooit meer langs. En zo zwierf ik zelf naar Emmen toe waar ik elk jaar op 31 oktober de mensen bang zou gaan maken met mijn spookgedaante. Voor altijd.

Van: Margot van de Gevel
Klas: H2c

Ontwerp door Willem Verweijen