Joske Mesters

20 jaar - vwo

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Joske Mesters (20 jaar)

? stemmen

Unterwegs

Unterwegs

Ik word wakker doordat de trein heen en weer schudt. Er leunt een kinderlichaam tegen me aan, het is zwaar en koud. Ik kijk naar zijn gezichtje en zie dat het mijn broertje Dirk is. Hij is dood. ‘Mama!!’ schreeuw ik. Iedereen in de wagon wordt wakker. Ik probeer om me heen te kijken, maar ik kan moeder niet zien. Ik wil haar weer roepen maar ik durf niet, want er staan minstens zeventig mensen in de wagon die allemaal mijn kant op kijken. Voordat ik het zelf doe, schreeuwt mijn moeder mijn naam al: ‘Rebecca!’ Het komt van achter me. Ik wil me omdraaien maar het is te krap, dus begin ik te huilen. Ik hou Dirk strak tegen me aan en druk mijn gezicht in zijn donkere haar. Ik wil aan mooie dingen denken. Aan vroeger. Aan de dag toen ik zeven werd en mijn kat Moortje kreeg. Haar mis ik misschien wel het meest. Ik heb Moortje al anderhalf jaar niet meer gezien. Ook mis ik de tijd dat ik met mijn vriendinnen buiten kon spelen zonder een ster op mijn kleren gespeld. Ik wou dat mijn familie niet joods was. Dan had mijn vader nog geleefd, en ook mijn broertje. Nu staan ik en mijn moeder er alleen voor.
Ik schrik op uit mijn gedachte als de trein een flinke schok maakt. Kinderen beginnen te snikken, ouders fluisteren geruststellende woordjes. Ik hoor mijn moeder weer. De mensen worden nog dichter op elkaar gedrukt en nu kan ik mijn moeder eindelijk zien. Ik ben moe van het rechtop staan, mijn voeten doen pijn en ik ben misselijk van de geuren die zich in de drie dagen hebben verspreid. De wagon ruikt naar kots en uitwerpselen, zweet en slechte adem. Ik voel me uitgeput en weet niet wat ik moet doen. Als ik naar Dirk kijk, begin ik nog harder te huilen. Ik duw mensen opzij en probeer naar mijn moeder te komen. Ik zie dat mama het zelfde probeert. Ik houd mijn broertje nog steeds stevig vast. Ondertussen heb ik de zijkant van de wagon bereikt en ik voel de frisse lucht door een kier uit de houten wand komen ik steek mijn neus door de spleet en adem heel diep in. Dat maakt me wat rustiger. Ik voel een hand op mijn schouder. Als ik mijn hoofd omdraai, zie ik dat het mama is. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt ze. Haar blik gaat richting Dirk. Ze pakt hem vast en begint te huilen, de tranen stromen over haar wangen. Als een klein kind trek ik jammerend aan haar jurk. Ze slaat een arm om me heen. ‘Ik ben bang’ zeg ik. ‘Wat gaan ze met ons doen?’ vraag ik. ‘Weet ik niet’ zegt mama. ‘Probeer maar te slapen’.
Als ik wakker word, worden de deuren van de wagon opengetrokken. We zijn in Auschwitz. De soldaten halen de lijken uit de wagon. Ook mijn broertje. Mijn moeder schreeuwt, maar Dirk wordt ruw uit haar armen gerukt. Ik probeer mijn moeder te kalmeren. De soldaten roepen bevelen in een vreemde taal. Mannen en vrouwen worden van elkaar gescheiden. Mensen krijsen namen van hun geliefde. We worden naar een grote kamer gebracht, ik schrik als ik zie dat mensen worden kaal geschoren. Ik kijk mijn moeder angstig aan. Ze staart voor zich uit. Ik ben nu aan de beurt. Ik zie mijn twee vlechten op de grond vallen. Opnieuw worden we geselecteerd. Ik hoop dat we te eten krijgen want ik heb echt vreselijke honger. Gelukkig word ik samen met mijn moeder ingedeeld. We lopen naar een grote loods, als ik naar binnen kijk zie ik dat er allemaal douchekoppen aan het plafond hangen. ‘Mama gaan we douchen?’ vraag ik ‘ik hoop het, ik heb me echt al heel lang niet meer gewassen’ antwoord een meisje naast me. We doen onze kleren uit en de deur van de loods gaat dicht. Ik voel me niet op mijn gemak, zo in mijn nakie. Ergens in de ruimte valt er iemand opeens op de grond. Mensen beginnen te gillen.

Ontwerp door Willem Verweijen