Rosan Dunnink

19 jaar - havo

76
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Rosan Dunnink (19 jaar)

? stemmen

verloren

Verloren.
Ik ga dood. Dat weet ik nu al een tijdje. Ik ben Emmy, veertien jaar en ik ga dood. Aan kanker. Ik ben ziek, ernstig ziek. Twee jaar lang ben ik behandeld, nu werkt het niet meer. De cellen in mijn lichaam hebben van mij gewonnen. Toen ik net op de middelbare school zat, werd ik heel snel moe, was nooit fit en sliep elke avond al om zeven uur. Met mijn ouders ben ik naar de dokter geweest en wat bleek? Ik had de ergste ziekte die er bestaat. Kanker. Lekker begin van het jaar. Het bleek goed te komen, maar niet dus. Het ging steeds slechter. Die rotziekte won het van me. Ik ben verslagen.
Daar lig ik dan in het ziekenhuisbed. Moe, niet wetend wanneer hier een einde aan komt. Mijn ouders zitten naast mij, de zuster gaat water voor me halen. Ik ben namelijk kotsmisselijk. Waarom ik? Waarom moet uitgerekend ik aan deze ziekte lijden. Ik zie er niet uit. Spierwit, dikke wallen onder mijn ogen. Met mijn hand strijk ik over mijn kale, koude hoofd. Kaal. Langzamerhand zag ik mijn mooie blonde haren op de grond vallen. Mensen waren altijd jaloers op mijn haren.
‘Wil je ruilen van haren?’ Ik moest er altijd om lachen. Nu niet meer. Ik kijk naar buiten. De zon straalt, de lucht is mooi helder. De zuster komt terug met een glas water.
‘Dankjewel!’ Mijn stem, zachtjes, krachteloos. De zuster heet Nienke. Zij heeft me vanaf het begin altijd geholpen met de moeilijke tijden. Mij, maar mijn ouders ook. Ik heb ze nog nooit zo zien zitten, samen. Mijn moeder heeft grote wallen onder haar ogen, mijn vader kleurt grijs. Ik wil dat ze thuis gaan, rusten. Ik wil dat ze bij me blijven. Elke minuut, de spannendste minuut van mijn leven. Mijn toekomst, zo zeker. De lengte ervan, onzeker. Het maakt me bang. Het liefst wil ik nu heel erg veel huilen en mijn ouders goed vasthouden, maar daar wordt het alleen moeilijker van. Ik wil die kanker vergeten. Ik denk aan het liedje dat mijn opa mij vroeger leerde, ‘Mieke heeft een Lammetje’. Ik was vijf en vond het geweldig!
Ik denk aan mijn opa. Hoe we samen sneeuwballen naar elkaar gooiden, hoe we elkaar nat spoten in de zomer. Het was fantastisch! Toch schiet K weer in mijn hoofd. Een duiveltje in mijn hoofd dat steeds zegt: ‘ Emmy je gaat zo dood’. Ik krijg het telkens weer benauwd als ik het me realiseer. Emmy je gaat dood, Emmy je gaat dood, Emmy je….. ik word er gek van!
De dagen erna gaan precies hetzelfde, maar toch lijkt het alsof de lucht steeds helderder wordt, de zon nog feller schijnt en ik steeds witter word. Mijn armen worden zwaarder, mijn benen willen niet meer. Mijn spieren kreunen bij elke beweging. Mijn oogleden zakken elke dag een stukje verder. Steeds meer dokteren komen kijken hoe het gaat, mijn bed staat vol met knuffels. Ik heb om precies te zijn vijf fruitmanden, drie teddyberen, negen andere knuffels en 63 kaarten. Waardevol. Toch heb ik me nog nooit zo slecht gevoeld als vandaag. Ik heb precies dertien keer gespuugd en ik heb 43,5 graden koorts. Het wordt licht in mijn hoofd en het wordt nog erger als ik me realiseer dat het elk moment kan gebeuren. Mijn oogleden woorden nog zwaarder en mijn ogen doen pijn, maar het lukt me niet ze nog open te doen. Ik wil schreeuwen, gillen, ik wil bidden om een goed plekje in de hemel, maar het is te laat. Mijn lichaam wordt zwak, ik word duizelig van het felle licht.
‘Er staan engelen in mijn kamer,’ zeg ik, maar niemand kan me meer horen. Ik zie mezelf liggen wanneer ik naar boven zweef. Mijn bleke huid, mijn bolle ogen en mijn ouders die merken dat ik er niet meer ben. Ze huilen heel hard en roepen mijn naam. Ik schreeuw terug, natuurlijk horen ze het niet. Ik zie Nienke, als ik de kans nog had, had ik haar bedankt. Ik had gewoon willen zeggen dat ik het zo lief van haar vindt wat ze heeft gedaan voor mijn familie en mij. Ik hoor zingende engelen om me heen. Ik zwem met de stroomversnelling mee, kan niet terug, de stroming is te sterk. Ik weet dat het over is en ik mijn familie nooit meer zal zien. Ik zal ze missen allemaal, maar vooral mijn ouders en Nienke. Dag allemaal, denk aan mij, want ik zal ook aan jullie denken.

Geschreven door: Rosan Dunnink, 13 jaar en zit op Dingstede Meppel

Ontwerp door Willem Verweijen