Zoë Dings

24 jaar - VWO/TTO

39
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Zoë Dings (24 jaar)

? stemmen

Vlieger boven Damascus

Ik weet niet hoe lang ik hier al lig.
Ik heb de zon vanaf deze plek al talloze keren op zien komen en weer onder zien gaan. Ik heb geen idee hoe lang het nog gaat duren voordat ik echt weg ben. Ik hoop dat het gauw is.
Ik zou willen dat ik kon dromen, dan zou ik Naysah weer kunnen zien. Maar dat kan ik niet.
Om mij heen staan kinderen in het afval te wroeten, zoekend naar iets bruikbaars. Ik ben voor hen niet bruikbaar, niemand neemt mij mee.
Ik zie twee kindervoetjes vlak naast mijn hoofd. Aan de vele kloofjes rond de hielen te zien, zijn ze hier al een hele tijd. Naysahs voetjes zouden nu misschien ook wel zo ruw zijn geweest.
Toen wij aankwamen in het kamp, had ze nog haar mooiste lakschoentjes aan. Met haar ene handje hield ze mama’s warme hand stevig vast, met de andere klemde ze mij tegen haar borst. Haar oogjes twinkelden de hele weg naar de tochtige tent die ons nieuwe thuis zou worden.
“Doe maar net alsof dit allemaal één groot avontuur is”, zei mama die allereerste avond, terwijl ze Naysahs babybroertje Saif op bed legde.
Dat was voor Naysah geen probleem. Iedere ochtend als we wakker werden, pakte ze me op.
“Vandaag doen we alsof…”, fluisterde ze dan in mijn oor. Wat er ook achteraan kwam, vanaf dat moment waren we in een andere wereld.
Naysahs wereld.
Want weet je, Naysah zag de dingen niet zoals ze waren. Ze zag ze zoals zíj was. Het troosteloze kamp was een speeltuin, de kleine tent een paleis en zijzelf een prinses.
Ik was graag voor altijd in haar wereld gebleven.

De winter maakte een eind aan onze dagelijkse avonturen.
De sneeuw stal Naysahs fantasie. In haar hoofdje was het net zo stil als buiten, waar de kou als een ijzige sluier over het kamp hing en ieder geluid dempte.
Tot we ’s avonds dicht tegen elkaar aan op onze matjes lagen. Mama’s ene arm was dan een kussen voor Saifs kleine hoofdje en haar andere arm lag als een deken over Naysah heen. Ik paste altijd nog net onder haar hand.
Zo lagen we iedere nacht in de tochtige tent en wiegde mama’s stem ons met oude liedjes van thuis in slaap. Dan nam Naysah me mee in haar dromen, terug naar haar mooie wereldje. Soms droomde ze dat ze een koningin was en al haar onderdanen een nieuw paar schoenen gaf. Of dat ze met mama, baba en Saif op vakantie ging naar zee.
Maar Naysahs allermooiste droom was haar laatste. Toen ze een vlieger werd.
Ze stond op het punt om op te stijgen en ik mocht mee. Ik kon niet vliegen, maar Naysah hield me stevig vast. Ik keek omhoog en voelde hoe mijn voeten langzaam van de grond kwamen. We zweefden, zomaar de lucht in.
Toen ik weer naar beneden keek, zag ik Damascus onder ons. Ik zag ons oude huis, toen het nog heel was. Ik zag mama en Saif, die als kleine figuurtjes naar ons zwaaiden.
“Tot gauw, mijn lieve Naysah!”, hoorde ik mama nog roepen, vlak voor we door het plafond van wolken heen vlogen.
Nog altijd onderweg naar boven, vroeg ik me af hoe lang het koord dat Naysah met de grond verbond wel niet moest zijn. Ik geloof dat Naysah mijn gedachten kon horen, want ze keek me aan en lachte. Ze lachtte precies zoals ze vroeger met mama deed.
Ik voelde hoe mijn hart kilometers naar beneden viel en vervolgens in mijn keel verstrikt raakte als een gevangen vlinder.

Er zat helemaal geen koord tussen Naysah en de wereld. Ze was los, een vrije vlieger boven een dood land.

Tik, tik, tik.

Ineens had ik het weer heel erg koud. Duizenden speldenprikjes in mijn stof. De wind aaide mijn wangen en ik hoorde de regendruppels op het tentzeil kletteren.
Tik, tik, tik, tik, tik.
Ik keek naast me en zag een klein wolkje van Naysahs adem in de lucht kristalliseren en net zo snel weer verdwijnen. Ik wachtte op de volgende.
Ik wachtte.

Het was stil, opgehouden met regenen. Misschien huilt de hemel niet voor de verloren kinderen van Syrië.
Moeders wel.

Iedereen bleef maar zeggen dat het beter was zo. Dat ze nu bij Allah was, en bij baba. En dan zagen ze mama, de schaduw van wie ze ooit was, en zeiden ze niets meer.
Toen ze er klaar voor was, is mama met Saif in haar armen en Naysah in haar ziel verder gegaan. Naar Europa, geloof ik. Ik denk dat ze mij mee had willen nemen als troost, maar in het kamp verlies je snel iets uit het oog.
Het geeft niet.

Ik weet niet hoe lang ik hier al lig.
De sneeuw is verdwenen en heeft iedere herinnering aan mijn familie meegenomen. Er zijn honderden nieuwe, hoopvolle mensen gekomen, allemaal anders. Allemaal hetzelfde.
En ik ben nog niet weg.

De blote voetjes naast me staan al een hele tijd stil. Een gezichtje buigt zich over me heen. Donkere ogen glijden bezorgd over mijn gerafelde lichaam. IJskoude handjes tillen me voorzichtig op en strijken mijn kleren glad. Even blijft het kind besluiteloos staan. Plots beginnen zijn oogjes te twinkelen.
Dan drukt hij een warm kusje, op mijn koude neus.

Ik denk dat ik nog even blijf.

Ontwerp door Willem Verweijen