Daphne Peters

19 jaar - Havo

25
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Daphne Peters (19 jaar)

? stemmen

vluchten naar de rust

Rennen, rennen, snel snel snel! Mama wat gebeurt er? Zaina nu even niet we moeten snel zijn. Wat was er aan de hand? Het vluchtelingen kamp waar we al 3 jaar woonden, moesten we die nu verlaten? Ik kon het niet geloven na al die jaren! Ik dacht dat we hier veilig waren, maar in Syrië ben je nergens veilig. Ik hoop dat ik ooit weer terug kan naar huis, naar me vrienden, familie. Als die nog leven tenminste. Ik wil hier niet weg gilde ik. Maar toen pakte mijn broer me op en rende met me weg. Achter me hoorde ik gegil en schoten van tanks. Ik huilde en me broer zij dat het goed kwam, dat alles goed kwam. We rende en rende, we stopte toen we een paar kilometer van ons kamp vandaar kwam. Ik was zo ontzettend bang dat er iets met ons ging gebeuren. Iemand ging zijn tent opzetten en dat betekende dat dit ons nieuwe kamp werd. Ik ging naar me moeder zij dat ik terug wilde. En toen begon ze opeens heel hard te huilen, ik vroeg wat er was maar ze zij dat ik weg moest gaan. Iedereen was weer bezig met dagelijkse dingen. Ik snapte niet dat iedereen alles weer normaal oppakte, nu moest ik er maar aan wennen. De weg naar vrede was nog ver te zoeken, maar toch blijf ik het hopen. Ooit, ooit komt het er. Ze hebben me vader al afgepakt, maar mijn hoop zullen ze nooit afpakken. Ik blijf ik, en ik zal er alles aan doen om hun mijn pijn te laten voelen. Want ooit winnen wij nu nog niet, misschien nog over 5 jaar niet. Maar ooit komt het er! En dat weet ik 100% zeker. Ik liep naar Zina toe en vroeg haar om te helpen. Iedereen hier in dit kamp had eigen taken en ik had het vuilnis samen met Zina en een paar andere kinderen. Het was niet het fijnste klusje maar het moest. Zina liep naar me toe en fluisterde iets: “ik hoorde iets van mijn vader’’ Ik vroeg wat maar we moesten veder. Later op de avond ging ik nog een keer naar haar toe. “Zina wat hoorde je dan?’’ Ze zij iets over een opstand, en dat iedereen wou mee helpen. Zelfs mensen uit andere landen, andere landen stuurden dus legers om ons te helpen? Ik vond het geweldig maar ik mocht het niet door vertellen. Hoe meer mensen het wisten hoe meer kans er was dat de politiek er iets van mee kreeg. Want we hebben genoeg verraders in ons kamp. Ik snapte dat ik mijn mond moest houden. Ik ging weer naar huis omdat ik van mijn moeder voor het donker in de tent moest zijn. Ik vroeg me af of mijn broer er iets van wist? Zal ik het hem vertellen? Ik dacht dat hij het al wist dus dat het niet meer hoefde. Ik dacht dat hij dan alleen maar boos zou worden. Ik ging gelijk slapen want ik kon het anders niet voor me houden. De volgende ochtend ging ik weer naar Zina toe om meer te vragen. Ze was dood stil toen ik kwam en haar vader stond naast haar. Ze vroegen me om hun tent in te komen. Ik zij maar ja want wat moest ik anders zeggen? Eenmaal in de tent begonnen ze te praten over de opstand. Ik hoorde dat mijn broer ook mee deed. Ik was dol gelukkig maar ook wel een beetje bang voor alles wat ons te wachten stond. Wat voor een wapen ik zou krijgen. In wat voor een coole tank ik mocht rijden. Ik vroeg of we dan wel genoeg water hadden om de hele dag te schieten. Ze keken me heel vreemd aan toen ik we zij. “Denk je dat je mee mag? Meisje dat is veel te gevaarlijk voor je’’. Ik deed maar gewoon dat ik het helemaal niet dacht, maar ik was wel verdrietig. Die nacht hoorde ik alweer allemaal schoten. Zouden ze al begonnen zijn? Maar nee het was het Syrië’ s leger. Ik hoorde allemaal mensen gillen en schreeuwen. Maar ik verroerde me niet. Ik was te bang. Mijn broer en mijn moeder gingen wel kijken. Recht voor mijn neus werden ze dood geschoten. Ik kon het schot nog horen “BANG BANG’’. Ik zou dat beeld nooit meer vergeten. Ik was kapot en ik wou dat ik helemaal zou kunnen schreeuwen en gillen. Maar ik wist dat ze me dan zouden vinden. Ik bleef dood stil liggen. De schoten stopte en ik dacht dat het voor bij was. Ik bleef liggen tot ik de tanks hoorde wegrijden. Ik ging mijn tent uit om te kijken. Ik was niet de enigen die dat deed. Iedereen die niet dood was tenminste. Ik zag overal mensen liggen. Ik huilde zo hard dat er mensen naar me toe kwamen. Ze wisten wie ik was vanwege mijn broer. Ze leefde met me mee. Ik ging naar Zina haar tent. Ik zag de familie van Zina voor hun tent liggen, Dood. Ik was kapot. De opstand moest nog komen, maar hun waren ons voor. Ik viel op me knieën. Huilde, Huilde. Iemand pakte me op en nam me mee. Ik werd in een kar gezet. We liepen, liepen tot we in een rustig dorpje kwamen. Ik werd naar een man gebracht. Hij gaf me medicijnen tegen me wonden. Ook werd ik in een gezin geplaatst. Waar ik moest wonen. Alles leek weer normaal. Maar ik was de liefste mensen die ik ken verloren. Ik had nog heel veel verdriet maar ik kreeg daar deze familie voor terug. Nu ga ik naar school, krijg ik nieuwe kleren, en leef ik in vrede. Dit is het leven wat ik altijd al wilden. En dat heb ik nu gekregen. Ik ben blij met wat ik heb. En daar moet iedereen over nadenken.

Ontwerp door Willem Verweijen